De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, de Minister van Economische Zaken en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Als methoden van onderzoek voor de vaststelling of aan het in artikel 3 van het Warenwetbesluit benzine (Stb. 1992, 339) en artikel 1 van de Warenwetregeling vervangingscomponenten benzine (Stcrt. 1992, 128) bepaalde is voldaan, worden aangewezen de methoden die zijn aangewezen in richtlijn 87/441/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1987, betreffende de besparing van ruwe olie door het gebruik van vervangingscomponenten in benzine (PbEG L 238).
wat betreft het loodgehalte: de methode van de American Society for Testing and Materials ASTIM D 3237; (goedgekeurde uitgave van 31 augustus 1979);
b.
wat betreft het research-octaangetal de norm ISO (International Organisation for Standardisation) 5163 (goedgekeurde uitgave van 1977);
c.
wat betreft het motoroctaangetal de norm ISO 5164;
waarbij de interpretatie van de waarde welke is gevonden volgens een onder a, b of c genoemde methode geschiedt overeenkomstig de norm ISO 4259 (goedgekeurde uitgave van 1979).
Artikel
3
Als methoden voor de vaststelling van de gehalten aan de in artikel 1 van het Besluit loodgehalte benzine (Stb. 1983, 104) genoemde bestanddelen van lichte olie, worden aangewezen:
a.
wat betreft het loodgehalte:
1.
voor gelode benzine: de norm ISO 3830 (goedgekeurde uitgave van 1981),
2.
voor ongelode benzine: de methode van de American Society for Testing and Materials ASTM D 3237 (goedgekeurde uitgave van 3 augustus 1979) met gebruikmaking van atoomabsorptiespectrometrie;
b.
wat betreft het benzeengehalte: de methode van de American Society for Testing and Materials ASTM D 2267 (goedgekeurde uitgave van 1978), waarbij gebruikgemaakt wordt van de gaschromatografische bepaling met polaire kolom en interne standaard; waarbij de interpretatie van de waarde welke is gevonden volgens een onder a, of b. genoemde methode geschiedt overeenkomstig de norm ISO 4259 (goedgekeurde uitgave van 1979).
Artikel
4
De vaststelling bedoeld in de artikelen 1, 2 en 3 vindt plaats ten aanzien van benzine welke is bemonsterd volgens de methode van de American Society for Testing and Materials ASTM D 270.
Artikel
5
De regeling bepalingsmethoden lood- en benzeengehalte benzine (Stcrt. 1991, 35) wordt ingetrokken.
Artikel
6
Deze regeling, die met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking op het tijdstip waarop het warenwetbesluit benzine in werking treedt.
Artikel
7
Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling onderzoek- en meetmethoden benzine.
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H. J.Simons De Minister van Economische Zaken, J. E.Andriessen De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. G. M.Alders