Besluit van 3 juli 1992, houdende wijziging van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Stb. 1985, 110) en het Uitvoeringsbesluit W.O.V. (Stb. 1989, 413) (formatiebudget)

Wijzigingsbesluit Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (formatiebudget)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van 12 februari 1992, nr. 921000, Directie Arbeidsvoorwaarden en Beroepskwaliteit;
de artikelen 4 en 4a van de Experimentnewet onderwijs (Stb. 1970, 170);
de artikelen 23, derde lid, 25, vierde lid, en 26 van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215);
de artikelen 58, tweede lid, 59, 61 en 64, vierde lid van de Wet op de onderwijsverzorging (Stb. 1986, 635);
De Raad van State gehoord (advies van 10 juni 1992, nr. 1005.92.0074;
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 26 juni 1992, nr. 92043144, Directie Arbeidsvoorwaarden en Beroepskwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Artikel

III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IV

Inwerkingtreding

Artikel

V

Overgangsregiem in geval van niet-aanvaarding wetsvoorstel 22 467 voor 1 augustus 1992

Indien het bij koninklijke boodschap van 16 december 1991 ingediende voorstel van wet tot wijziging van onder meer de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het leerlingwezen en de Wet op de onderwijsverzorging in verband met onder meer de invoering van de mogelijkheid van bestuursaanstelling, de invoering van decentraal georganiseerd overleg, de invoering van de mogelijkheid van centrale diensten en de uitbreiding van de commissies van beroep (regelingen in verband met invoering TBS) (Kamerstukken II vergaderjaar 1991-1992, 22 467, nr. 2) niet tot wet is verheven dan wel niet voor 1 augustus 1992 tot wet is verheven en niet in werking is getreden, zijn de bepalingen van dit besluit voor zover zij met genoemd wetsvoorstel samenhangen, niet van toepassing tot het tijdstip waarop genoemd wetsvoorstel tot wet is verheven en inwerking is getreden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, J. M. M. Ritzen
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij P. Bukman
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin