Artikel
1
Als normen bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van het Warenwetbesluit elektrotechnische produkten, worden aangewezen de normen zoals vermeld in bijlage 1 van deze regeling.
Besluit:
Als normen bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van het Warenwetbesluit elektrotechnische produkten, worden aangewezen de normen zoals vermeld in bijlage 1 van deze regeling.
Als normen bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van het Warenwetbesluit elektrotechnische produkten, worden aangewezen de normen zoals vermeld in bijlage 2 van deze regeling.
Als normen bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van het Warenwetbesluit elektrotechnische produkten, worden tevens aangewezen de normen voor elektrotechnische produkten, die in de lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap zijn gepubliceerd door de normalisatie-instituten die overeenkomstig artikel 11 van de richtlijn zijn aangewezen, voor zover die normen een vertaling zijn van de internationale normen, waarvan de Nederlandse vertaling ingevolge artikel 1 is aangewezen.
Deze regeling, die met de daarbij behorende toelichting en bijlagen in de Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking op het tijdstip waarop het Warenwetbesluit elektrotechnische produkten in werking treedt.
|
21.1 S2:1990 |
IEC 227-1:1979 Met wijzigingen Leidingen met aderisolatie van polyvinylchloride en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 1: Algemene bepalingen |
|
21.1 S2/A5:1990 |
|
|
21.1 S2/A6:1991 |
|
|
21.1 S2/A7:1992 |
|
|
21.1 S2/A9:1993 |
|
|
21.1 S2/A12:1993 |
|
|
21.2 S2:1990 |
IEC 227-2:1979 Met wijzigingen Leidingen met aderisolatie van polyvinylchloride en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 2: Beproevingsmethoden |
|
21.2 S2/A2:1990 |
|
|
21.2 S2/A3:1993 |
|
|
21.2 S2/A4:1993 |
|
|
21.3 S2:1990 |
IEC 227-3:1979 Met wijzigingen Leidingen met aderisolatie van polyvinylchloride en nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 3: Leidingen zonder mantel voor vaste aanleg |
|
21.5 S2:1990 |
IEC 227-5:1979 Met wijzigingen Leidingen met aderisolatie van polyvinylchloride en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 5: Buigzame leidingen |
|
21.5 S2/A4:1991 |
|
|
21.7 S1:1990 |
Leidingen met aderisolatie van polyvinylchloride en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 7: Vinylmontagedraad voor geleidertemperaturen van ten hoogste 90 °C |
|
21.7 S1/A1:1992 |
|
|
21.7 S1/A2:1993 |
|
|
21.8 S1:1990 |
Leidingen met aderisolatie van polyvinylchloride en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 8: Snoer voor verlichtingsgarnituren |
|
21.9 S1:1990 |
Leidingen met aderisolatie van polyvinylchloride met een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 9: Installatiedraad voor aanleg bij lage temperaturen |
|
21.10 S1:1993 |
Leidingen met aderisolatie van polyvinylchloride en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 10: Krulsnoeren |
|
22.1 S2:1992 |
IEC 245-1:1980 Met wijzigingen Leidingen met aderisolatie van rubber en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 1: Algemene bepalingen |
|
22.1 S2/A11:1992 |
|
|
22.1 S2/A12:1992 |
|
|
22.1 S2/A13:1992 |
|
|
22.1 S2/A15:1993 |
|
|
22.2 S2:1992 |
IEC 245-2:1980 Met wijzigingen Leidingen met aderisolatie van rubber en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 2: Beproevingsmethoden |
|
22.2 S2/A5:1992 |
|
|
22.2 S2/A6:1992 |
|
|
22.2 S2/A7:1992 |
|
|
22.2 S2/A8:1993 |
|
|
22.3 S2:1992 |
IEC 245-3:1980 Met wijzigingen Leidingen met aderisolatie van rubber en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 3: Hittevaste leidingen met isolatie van siliconenrubber |
|
22.4 S2:1992 |
IEC 245-4:1980 Met wijzigingen Leidingen met aderisolatie van rubber en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 4: Buigzame leidingen |
|
22.4 S2/A6:1992 |
|
|
22.6 S1:1990 |
Leidingen met aderisolatie van rubber en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 6: Laskabels |
|
22.6 S1/A1:1992 |
|
|
22.7 S1:1992 |
Leidingen met aderisolatie van rubber en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 7: Leidingen met verhoogde warmtevastheid voor geleidertemperaturen van ten hoogste 110 °C |
|
22.8 S1:1992 |
Leidingen met aderisolatie van rubber en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 8: Polychloropreenmantelleidingen voor verlichtingsgarnituren |
|
22.8 S1/A2:1992 |
|
|
22.9 S1:1992 |
Leidingen met aderisolatie van rubber en een nominale spanning tot en met 450/750 V Deel 9: Eenaderige leidingen zonder mantel voor vaste aanleg met een geringe ontwikkeling van rook en corrosiegassen bij brand |
|
41 S3:1989 |
IEC 172:1987 Gelakt wikkeldraad Bepaling van de temperatuurindex IEC 61-1G:1977 IEC 61-1H:1977 IEC 61-1J:1980 IEC 61-1K:1983 |
|
65.2 S1:1978 |
IEC 61-2:1969 Lampvoeten en lamphouders alsmede kalibers voor controle van de uitwisselbaarheid en veiligheid Deel 2: Lamphouders IEC 61-2E:1977 IEC 61-2F:1980 IEC 61-2G:1983 |
|
65.3 S1:1978 |
IEC 61-3:1969 Lampvoeten en lamphouders alsmede kalibers voor controle van de uitwisselbaarheid en veiligheid Deel 3: Kalibers IEC 61-3G:1977 IEC 61-3H:1980 IEC 61-3J:1983 |
|
194 S1:1977 |
1974 Bepalingen inzake de elektrische veiligheid van lasertoestellen en -installatie |
|
195 S6:1989 |
IEC 65:1985 Met wijzigingen Veiligheidsbepalingen voor uit het net gevoede elektronische en aanverwante apparatuur voor huishoudelijk en aanverwant algemeen gebruik |
|
215 S1:1974 |
IEC 414:1973 Met wijzigingen Veiligheidbepalingen voor aanwijzende en schrijvende elektrische meetinstrumenten met hun toebehoren |
|
250 S1:1976 |
CEE 10 Part 1:1964 + A1:1970 + A2:1971 Met wijzigingen Algemene veiligheidsvoorschriften voor toestellen met elektrische beweegkracht voor huishoudelijk en aanverwant gebruik |
|
250.2 S1:1977 |
|
|
251 S1:1976 |
CEE 11 Part 1:1964 + A1:1970 + A2:1971 Met wijzigingen Algemene veiligheidsbepalingen voor elektrische kook- en verwarmingtoestellen voor huishoudelijk en aanverwant gebruik |
|
251.2 S1:1977 |
|
|
251 S3:1982 |
IEC 335-1:1976 + A1:1977 + A2:1979 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 1: Algemene bepalingen |
|
251 S3/A1:1985 |
|
|
251 S3/A2:1987 |
|
|
251 S3/A3:1987 |
|
|
262 S1:1976 |
CEE 11 Part II Section C:1968 Met wijzigingen Aanvullende veiligheidsvoorschriften voor dompelaars |
|
262.2 S1:1978 |
Eerste wijziging op HD 262 S1 |
|
262.3 S1:1989 |
Tweede wijziging op HD 262 S1 |
|
262.4 S1:1990 |
Derde wijziging op HD 262 S1 |
|
277 S1:1985 |
IEC 335-2-34:1980 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere bepalingen voor motorcompressoren |
|
277 S1/A1 |
IEC 335-2-34:1980 + A1:1987 Met wijzigingen |
|
278 S1:1987 |
IEC 335-2-30:1979 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere bepalingen voor ruimteverwarmers |
|
278 S1/A1:1988 |
|
|
278 S1/A2:1989 |
|
|
278 S1/A3:1990 |
|
|
278 S1/A4:1990 |
|
|
278 S1/A5:1990 |
|
|
278 S1/A6:1991 |
|
|
280 S1:1986 |
IEC 342-1:1981 + A1:1982 Met wijzigingen Veiligheidseisen voor elektrische ventilatoren Deel 1: Ventilatoren voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik |
|
280.3 S1:1990 |
IEC 342-3:1982 Veiligheidseisen voor elektrische ventilatoren Deel 3: ‘Jet fans’ |
|
282 S1:1990 |
IEC 335-2-35:1982 Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor doorstroomwarmwatertoestellen |
|
283 S1:1992 |
Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Bijzondere eisen voor de maximum temperatuur van de luchtuitstroomopening van accumulatorkachels |
|
289 S1:1990 |
IEC 335-1:1976 Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Bijzondere eisen voor beproevingsmethoden van partijen toestellen die vallen binnen het toepassingsgebied van EN 60335-1 |
|
289 S1/A1:1992 |
IEC 335-1:1976 Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Bijzondere eisen voor stukproeven op toestellen die onder EN 60 335-1 vallen |
|
301 S1:1977 |
IEC 484:1974 Indirect werkende elektrische meetinstrumenten |
|
324 S1:1977 |
IEC 446:1973 Aanduiding van geïsoleerde en blanke leidingen door kleuren |
|
327 S2:1988 |
IEC 491:1984 Met wijzigingen Veiligheidsbepalingen voor elektronische fotoflitsapparatuur |
|
327 S2/A1 |
IEC 491:1984 Met wijzigingen |
|
339 S1:1977 |
IEC 143:1972 Sterkstroomseriecondensatoren |
|
362 S1:1976 |
Veiligheidsvoorschriften voor de constructie van toestellen voor elektrisch booglassen en aanverwante procédés |
|
384.7.708 S1:1992 |
IEC 364-7-708:1988 Elektrische installaties van gebouwen Deel 7: Eisen voor bijzondere installaties of ruimten – Sectie 708: Elektrische installaties op recreatieterreinen en caravans |
|
400.1 S1:1980 |
CEE 20 Part I:1973 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel I: Algemene bepalingen |
|
400.1 S1/A1:1991 |
CEE 20 Part I:1973 Met wijzigingen |
|
400.2A S1:1980 |
CEE 20 Part II Section A:1975 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie A: Boormachines |
|
400.2B S1:1980 |
CEE 20 Part II Section B:1975 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie B: Schroevedraaiers en slagschroevedraaiers |
|
400.2C S1:1980 |
CEE 20 Part II Section C:1975 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie C: Slijpmachines, polijstmachines en schijfschuurmachines |
|
400.2C S1/A1:1991 |
CEE 20 Part II Section C:1975 Met wijzigingen |
|
400.2D S1:1980 |
CEE 20 Part II Section D:1975 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie D: Schuurmachines |
|
400.2D S1/A1:1991 |
CEE 20 Part II Section D:1975 Met wijzigingen |
|
400.2E S2:1988 |
CEE 20 Part II Section E:1975 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie E: Cirkelzagen en cirkelmessen |
|
400.2E S2/A1:1991 |
CEE 20 Part II Section E:1975 Met wijzigingen |
|
400.2F S1:1980 |
CEE 20 Part II Section F:1975 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie F: Hamers |
|
400.2G S1:1980 |
CEE 20 Part II Section G:1975 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie F: Spuitpistolen |
|
400.3H S1:1981 |
CEE 20 Part II Section H:1977 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie H: Plaatscharen en knibbelscharen |
|
400.3I S1:1981 |
CEE 20 Part II Section I:1977 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie I: Tapmachines |
|
400.3J S1:1981 |
CEE 20 Part II Section J:1977 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie J: Figuurzagen (decoupeerzagen) |
|
400.3K S1:1981 |
CEE 20 Part II Section K:1977 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie K: Betontrilmachines |
|
400.3L S2:1988 |
CEE 20 Part II Section L:1977 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie L: kettingzagen |
|
400.3L S2/A1:1992 |
|
|
400.3M S2:1992 |
CEE 20 Part II Section M:1977 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie M: Schaafmachines A1:1992 is hierin opgenomen |
|
400.3N S2:1992 |
CEE 20 Part II Section N:1977 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie N: Heggescharen en grasscharen |
|
400.30 S1:1992 |
CEE 20 Part II Section O:1977 Met wijzigingen Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie O: Freesmachines |
|
400.3R S1:1992 |
Handgereedschap met elektrische aandrijving Deel II: Bijzondere bepalingen Sectie R: Kantfrezers |
|
401 S1:1980 |
IEC 348:1978 Veiligheidsbepalingen voor elektronische meetinstrumenten |
|
405.1 S1:1983 |
IEC 332-1:1979 Beproevingen van het gedrag van elektrische leidingen tijdens brand Deel 1: Beproeving van een enkele vertikaal geplaatste geïsoleerde leiding |
|
405.1 S1/A1:1992 |
|
|
407 S1:1980 |
Veiligheidsregels voor het gebruik van toestellen voor elektrisch booglassen en aanverwante technieken |
|
419.2 S1:1987 |
IEC 158-2:1982 Met wijzigingen Laagspanningsschakelmaterieel Deel 2: Halfgeleider contactors |
|
427 S1:1980 |
Bijzondere veiligheidsbepalingen voor het installeren van uitrusting voor elektrisch booglassen en aanverwante technieken |
|
433 S1:1983 |
Veiligheidsbepalingen voor de uitrusting voor elektrisch booglassen. Stopcontacten voor laskabels |
|
444.2.1 S1:1983 |
IEC 695-2-1:1980 Brandbaarheidsproeven Deel 2: Beproevingsmethoden Gloeidraadproef, met richtlijnen |
|
444.2.2 S1:1992 |
IEC 695-2-2:1991 Brandbaarheidsproeven Deel 2: Beproevingsmethoden Naaldvlamproef |
|
444.2.3 S1:1987 |
IEC 695-2-3:1984 Brandbaarheidsproeven Deel 2: Beproevingsmethoden Slechte-verbindingsproef met verwarmingelementen |
|
491.1S1:1988 |
IEC 519-1:1984 Veiligheid van elektrowarmte-installaties Deel 1: Algemene bepalingen |
|
491.3S1:1990 |
IEC 519-3:1988 Met wijzigingen Veiligheid van elektrowarmte-installaties Deel 3: Bijzondere eisen voor inductieve en conductieve verwarming en inductieve smeltinstallaties |
|
491.9S1:1991 |
IEC 519-9:1987 Met wijzigingen Veiligheid van elektrowarmte-installaties Bijzondere eisen voor hoogfrequent diëlectrische warmte-installaties |
|
505.1.1 S3:1991 |
IEC 811-1-1:1985 + A1:1988 + A2:1989 Elektrische leidingen – Isolatie- en mantelmaterialen – Deel 1: Algemene beproevingsmethoden – Sectie 1: Dikten en buitenafmetingen – Mechanische eigenschappen |
|
505.1.2 S2:1991 |
IEC 811-1-2:1985 + A1:1989 Elektrische leidingen – Isolatie- en mantelmaterialen – Deel 1: Algemene beproevingsmethoden – Sectie 2: Thermische verouderingen |
|
505.1.3 S2:1991 |
IEC 811-1-3:1985 + A1:1990 Elektrische leidingen – Isolatie- en mantelmaterialen – Deel 1: Algemene beproevingsmethoden – Sectie 3: Dichtheid waterabsorbtie – Krimp |
|
505.1.4 S1:1988 |
IEC 811-1-4:1985 Elektrische leidingen – Isolatie- en mantelmaterialen – Deel 1: Algemene beproevingsmethoden – Sectie 4: Beproeving bij lage temperaturen |
|
505.2.1 S1:1988 |
IEC 811-2-1:1986 Elektrische leidingen – Isolatie- en mantelmaterialen – Deel 2: Methode specifiek voor elastomeren – Sectie 1: Bestandheid tegen ozon – verlengproef bij hoge temperaturen en bestandheid tegen minerale olie |
|
505.3.1 S1:1988 |
IEC 811-3-1:1985 Elektrische leidingen – Isolatie- en mantelmaterialen – Deel 3: Methode specifiek voor PVC – Sectie 1: Doordrukproef bij hoge temperatuur – beproeven van de weerstand tegen barsten |
|
505.3.2 S1:1988 |
IEC 811-3-2:1985 Elektrische leidingen – Isolatie- en mantelmaterialen – Deel 3: Methode specifiek voor PVC – Sectie 2: Massaverliesproef – beproeving van de thermische stabiliteit |
|
505.4.1 S2:1990 |
IEC 811-4-1:1985 + A1:1988 Elektrische leidingen – Isolatie- en mantelmaterialen – Deel 4: Methode specifiek voor polyetheen en polypropeen – Sectie 1: Bestandheid tegen omgevingserosie – wikkelproef na thermische veroudering in lucht – meting van de smeltindex – meting van het gehalte aan roet en/of minerale vulstoffen in polyetheen (PE) |
|
505.4.2 S1:1992 |
IEC 811-4-2:1990 Elektrische leidingen – Isolatie- en mantelmaterialen – Deel 4: Methode specifiek voor polyetheen en polypropeen Sectie 2: Uitrekking tot na voorafgaande behandeling – wikkelproef na thermische veroudering in lucht – meting van de massatoename – lange termijnstabiliteitsproef (Bijlage A) – testmethode door koper geactiveerde oxydatieve degradatie (Bijlage B) |
|
505.5.1 S1:1992 |
IEC 811-5-1:1990 Elektrische leidingen – Isolatie- en mantelmaterialen – Deel 5: Methode specifiek voor vulmassa's – Sectie 1: Druppelpunt – olieafscheiding – lage temperatuurbrosheid – totaal zuurgetal – afwezigheid van corrosieve bestanddelen – permittiviteit bij 23 °C en 100 °C |
|
41003:1993 |
Specifieke veiligheidseisen voor apparatuur die op telecommunicatienetten kan worden aangesloten |
|
50060:1989 |
Lastoestellen voor booglassen met de hand voor beperkt bedrijf |
|
50063:1989 |
Machines voor weerstandlassen en aanverwante technieken. Veiligheidseisen voor de constructie en de installatie |
|
50066:1992 |
Miniatuurstopcontacten voor de doorverbinding van elektrische uitrusting voor voeding uit het net in wegvoertuigen |
|
50084:1992 |
Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijk elektrische toestellen. – Eisen voor de aansluiting op het waterleidingnet van wasmachines, afwasmachines en trommeldrogers |
|
60034 Part 5:1986 |
IEC 34-5:1981 Met wijzigingen Roterende elektrische machines Deel 5: Classificatie van beschermingsgraden van omhulsels van roterende machines |
|
60051-1:1989 |
IEC 51-1:1984 Direct werkende analoge elektrische meetinstrumenten en toebehoren deel 1: definities en algemene bepalingen geldend voor alle delen |
|
60051-2:1989 |
IEC 51-2:1984 Direct werkende analoge elektrische meetinstrumenten en toebehoren deel 2: Bijzondere bepalingen voor amperemeters en voltmeters |
|
60051-3:1989 |
IEC 51-3:1984 Direct werkende analoge elektrische meetinstrumenten en toebehoren deel 3: Bijzondere bepalingen voor wattmeters en var-meters |
|
60051-4:1989 |
IEC 51-4:1984 Direct werkende analoge elektrische meetinstrumenten en toebehoren deel 4: Bijzondere bepalingen voor frequentiemeters |
|
60051-5:1989 |
IEC 51-5:1984 Direct werkende analoge elektrische meetinstrumenten en toebehoren deel 5: Bijzondere bepalingen voor fasemeters, cos Ø meters en synchronoscopen |
|
60051-6:1989 |
IEC 51-6:1984 Direct werkende analoge elektrische meetinstrumenten en toebehoren deel 6: Bijzondere bepalingen voor ohmmeters (impedantiemeters) en geleidingsmeters |
|
60051-7:1989 |
IEC 51-7:1984 Direct werkende analoge elektrische meetinstrumenten en toebehoren deel 7: Bijzondere bepalingen voor multi-functionele meters |
|
60051-8:1989 |
IEC 51-8:1984 Direct werkende analoge elektrische meetinstrumenten en toebehoren deel 8: Bijzondere bepalingen voor toebehoren |
|
60051-9:1989 |
IEC 51-9:1984 Direct werkende analoge elektrische meetinstrumenten en toebehoren deel 9: Aanbevolen beproevingsmethoden |
|
60081:1989 |
IEC 81:1984 + A1:1987 + A2:1988 Met wijzigingen Buisvormige fluorescentielampen voor algemene verlichtingsdoeleinden |
|
60127-1:1991 |
IEC 127-1:1988 Miniatuursmeltveiligheden Deel 1: Definities voor miniatuursmeltveiligheden en algemene eisen voor miniatuur(smelt)patronen |
|
60127-2:1991 |
IEC 127-2:1989 Miniatuursmeltveiligheden deel 2: (Smelt)patronen |
|
60127-3:1991 |
IEC 127-3:1988 Miniatuursmeltveiligheden deel 3: Subminiatuur(smelt)patronen |
|
60155:1989 |
IEC 155:1983 + A1:1987 Met wijzigingen Starters voor fluorescentielampen |
|
60188:1988 |
IEC 188:1974 + A1:1976 + A2:1979 + A3:1984 Met wijzigingen Hogedrukkwiklampen |
|
60188/A1:1990 |
IEC 188:1974/A4:1988 Met wijzigingen |
|
60204-1:1992 |
IEC 204-1:1992 Met wijzigingen Elektrische uitrusting van machines Deel 1: Algemene eisen |
|
60204-3-1:1990 |
IEC 204-3-1:1988 Met wijzigingen Elektrische uitrusting van industriële machines Deel 3: Bijzondere eisen voor naaimachines, -eenheden en -systemen |
|
60215:1989 |
IEC 215:1987 Veiligheidsbepalingen voor radiozendapparatuur |
|
60215/A1:1992 |
IEC 215:1987/A1:1990 Veiligheidsbepalingen voor radiozendapparatuur |
|
60238:1992 |
IEC 238:1991 Met wijzigingen Lamphouders met Edisonschroefdraad |
|
60257:1990 |
IEC 257:1968 + A2:1989 Houders voor miniatuursmeltveiligheden |
|
60269-1:1989 |
IEC 269-1:1986 Met wijzigingen Laagspanningssmeltveiligheden Deel 1: Algemene eisen |
|
60309-1:1992 |
IEC 309-1:1988 Contactdozen en contactstoppen voor industriële doeleinden Deel 1: Algemene bepalingen |
|
60309-2:1992 |
IEC 309-2:1989 Contactdozen en contactstoppen voor industriële doeleinden Deel 2: Bepalingen voor de maten van pennen en bussen in verband met de uitwisselbaarheid |
|
60320-1:1987 |
IEC 320:1981 + A1:1984 + A2:1985 Met wijzigingen Toestelstopcontacten voor huishoudelijk en dergelijk algemeen gebruik Deel 1: Algemene eisen en specificatie van gewone toestelstopcontacten |
|
60320-1/A1:1989 |
IEC 320:1981/A3:1987 |
|
60320-2-1:1987 |
IEC 320-2-1:1984 Met wijzigingen Toestelstopcontacten voor huishoudelijk en dergelijk algemeen gebruik Deel 2: Toestelstopcontacten voor naaimachines |
|
60 320-2-2:1991 |
IEC 320-2-2:1990 Met wijzigingen Toestelstopcontacten voor huishoudelijk en dergelijk algemeen gebruik Deel 2: Toestelkoppelstopcontacten voor huishoudelijke en soortgelijke toestellen |
|
60335-1:1988 |
IEC 335-1:1976, second impression 1983, incl. A1:1977, A2:1979, A3:1982 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 1: Algemene eisen |
|
60335-1/A2:1988 |
IEC 335-1:1976/A4:1984 Met wijzigingen |
|
60335-1/A5:1989 |
IEC 335-1:1976/A5:1986 Met wijzigingen |
|
60335-1/A6:1989 |
IEC 335-1:1976/A6:1988 Met wijzigingen |
|
60335-1/A51:1991 |
|
|
60335-1/A52:1992 |
|
|
60335-1/A53:1992 |
|
|
60335-1/A54:1992 |
|
|
60335-1/A55:1993 |
|
|
60335-2-2:1988 |
IEC 335-2-2:1983 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor stofzuigers en waterzuigers |
|
60335-2-2/A2:1990 |
IEC 335-2-2:1983/A1:1987 + A2:1989 Met wijzigingen |
|
60335-2-2/A52:1991 |
|
|
60335-2-3:1990 |
IEC 335-2-3:1986 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor strijkijzers |
|
60335-2-3/A1:1992 |
IEC 335-2-3:1986/A1:1989 |
|
60335-2-3/A52:1992 |
|
|
60335-2-4:1989 |
IEC 335-2-4:1984 + A1:1987 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor centrifuges |
|
60335-2-4/A2:1992 |
IEC 335-2-4:1984/A2:1989 Met wijzigingen |
|
60335-2-4/A51:1991 |
|
|
60335-2-5:1989 |
IEC 335-2-5:1984 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor afwasmachines |
|
60335-2-5/A1:1990 |
IEC 335-2-5:1984/A1:1988 Met wijzigingen |
|
60335-2-5/A2:1992 |
IEC 335-2-5:1984/A2:1989 |
|
60335-2-5/A3:1992 |
IEC 335-2-5:1984/A3:1990 Met wijzigingen |
|
60335-2-6:1990 |
IEC 335-2-6:1986 + A1:1988 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere bepalingen voor fornuizen, komfors, ovens en soortgelijke toestellen voor huishoudelijk gebruik |
|
60335-2-6/A2:1992 |
IEC 335-2-5:1986/A2:1992 Met wijzigingen |
|
60335-2-6/A51:1993 |
|
|
60335-2-7:1990 |
IEC 335-2-7:1984 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere bepalingen voor wasmachines |
|
60335-2-7/A1:1990 |
IEC 335-2-7:1984/A1:1988 Met wijzigingen |
|
60335-2-7/A2:1992 |
IEC 335-2-7:1984/A2:1991 met wijzigingen |
|
60335-2-7/A51:1992 |
|
|
60335-2-8:1990 |
IEC 335-2-8:1987 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor scheertoestellen, tondeuses en soortgelijke toestellen |
|
60335-2-9:1990 |
IEC 335-2-9:1986 Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere bepalingen voor broodroosters, grills, wafelijzers en soortgelijke toestellen |
|
60335-2-9/A2:1992 |
IEC 335-2-9:1986/A1:1990 - A2:1990 Met wijzigingen |
|
60335-2-9/A51:1991 |
|
|
60335-2-10:1990 |
IEC 335-2-10:1987 Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor vloerbehandelingstoestellen en schrobtoestellen |
|
60335-2-10/A1:1992 |
IEC 335-2-10:1987/A1:1991 |
|
60335-2-11:1989 |
IEC 335-2-11:1984 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor trommeldrogers |
|
60335-2-11/A1:1990 |
IEC 335-2-11:1984/A1:1989 |
|
60335-2-11/A2:1992 |
IEC 335-2-11:1984/A2:1992 Met wijzigingen |
|
60335-2-12:1990 |
IEC 335-2-12:1987 Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor réchauds en soortgelijke toestellen |
|
60335-2-13:1990 |
IEC 335-2-13:1987 Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor braadpannen, frituurpannen en soortgelijke toestellen |
|
60335-2-13/A1:1992 |
IEC 335-2-13:1987/A1:1990 |
|
60335-2-14:1988 |
IEC 335-2-14:1984 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor elektrische keukenmachines |
|
60335-2-14/A1:1990 |
IEC 335-2-14:1984/A1:1989 Met wijzigingen |
|
60335-2-14/A51:1991 |
|
|
60335-2-14/A52:1992 |
|
|
60335-2-15:1990 |
IEC 335-2-15:1986 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor toestellen voor verwarming van vloeistoffen |
|
60335-2-15/A1:1991 |
IEC 335-2-15:1986/A1:1991 Met wijzigingen |
|
60335-2-15/A52:1992 |
|
|
60335-2-15/A2:1992 |
IEC 335-2-15:1986/A2:1990 Met wijzigingen |
|
60335-2-19:1989 |
IEC 335-2-19:1984 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor scheertoestellen, tondeuses en soortgelijke toestellen met batterijvoeding en het samenstel van oplaadinrichting en batterij |
|
60335-2-20:1989 |
IEC 335-2-20:1984 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor tandenborstels met batterijvoeding en het samenstel van oplaadinrichting en batterij |
|
60335-2-23:1990 |
IEC 335-2-23:1989 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor toestellen voor huid- en haarverzorging |
|
60335-2-23/A1:1992 |
IEC 335-2-23:1986/A1:1990 |
|
60335-2-23/A51:1992 |
|
|
60335-2-24:1989 |
IEC 335-2-24:1984 + A1:1987 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor koelkasten en diepvriezers |
|
60335-2-25:1990 |
IEC 335-2-25:1988 + A1:1989 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor microgolfovens |
|
60335-2-25/A2:1992 |
IEC 335-2-25:1988/A2 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere bepalingen voor microgolfkooktoestellen |
|
60335-2-25/A51:1992 |
|
|
60335-2-26:1990 |
IEC 335-2-26:1987 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor klokken |
|
60 335-2-27:1992 |
IEC 335-2-27:1987 + A1:1989 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere bepalingen voor UV- en IR-bestralingstoestellen voor huishoudelijk gebruik |
|
60 335-2-27/A2:1992 |
IEC 335-2-27:1987/A2:1991 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere bepalingen voor UV- en IR-bestralingstoestellen voor huishoudelijk gebruik |
|
60335-2-28:1990 |
IEC 335-2-28:1987 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor naaimachines |
|
60335-2-29:1991 |
IEC 335-2-29:1987 + A1:1989 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor acculaders |
|
60335-2-31:1990 |
IEC 335-2-31:1988 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor afzuigkappen |
|
60335-2-31/A1:1991 |
IEC 335-2-31:1988/A1:1990 |
|
60335-2-32:1990 |
IEC 335-2-32:1987 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor massagetoestellen |
|
60335-2-33:1990 |
IEC 335-2-33:1987 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor koffiemolens |
|
60335-2-36:1989 |
IEC 335-2-36:1986 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor fornuizen, ovens en kookelementen voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-36/A1:1992 |
IEC 335-2-36:1986/A1:1990 Met wijzigingen |
|
60335-2-36/A51:1991 |
|
|
60335-2-37:1989 |
IEC 335-2-37:1986 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor elektrische frituurpannen voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-37/A1:1992 |
IEC 335-2-37:1986/A1:1990 Met wijzigingen |
|
60335-2-37/A51:1992 |
|
|
60335-2-38:1989 |
IEC 335-2-38:1986 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor bak- en grillplaten voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-38/A1:1992 |
IEC 335-2-38:1986 ed 2/A1:1990 Met wijzigingen |
|
60335-2-38/A51:1992 |
|
|
60335-2-39:1989 |
IEC 335-2-39:1986 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor kookpannen voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-39/A1:1992 |
IEC 335-2-39:1986/A1:1990 Met wijzigingen |
|
60335-2-39/A51:1991 |
|
|
60335-2-41:1990 |
IEC 335-2-41:1984 Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor elektrische pompen voor vloeistoffen met een temperatuur van ten hoogste 35°C |
|
60335-2-41/A51:1991 |
|
|
60335-2-42:1989 |
IEC 335-2-42:1987 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor elektrisch aangedreven hete-luchtovens voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-42/A1:1992 |
IEC 335-2-42:1987/A1:1990 Met wijzigingen |
|
60335-2-43:1989 |
IEC 335-2-43:1984 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor kledingdrogers en handdoekdrogers |
|
60335-2-43/A1:1990 |
IEC 335-2-43:1984 Met wijzigingen |
|
60335-2-43/A51:1992 |
|
|
60335-2-44:1991 |
IEC 335-2-44:1987 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor strijkmachines en persen |
|
60335-2-45:1990 |
IEC 335-2-45:1986 Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor draagbaar gereedschappen voorzien van verwarmingselementen |
|
60335-2-45/A1:1992 |
IEC 335-2-45:1984/A1:1990 |
|
60335-2-46:1989 |
IEC 335-2-46:1986 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor stoomkookpannen voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-46/A1:1992 |
IEC 335-2-46:1986/A1:1990 Met wijzigingen |
|
60335-2-47:1990 |
IEC 335-2-47:1987 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor kookpannen voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-47/A1:1992 |
IEC 335-2-47:1987/A1:1990 Met wijzigingen |
|
60335-2-47/A51:1991 |
|
|
60335-2-47/A52:1992 |
|
|
60335-2-48:1990 |
IEC 335-2-48:1988 Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor grills en broodroosters voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-48/A1:1992 |
IEC 335-2-48:1988/A1:1990 Met wijzigingen |
|
60335-2-49:1990 |
IEC 335-2-49:1988 Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor warmhoudkasten voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-49/A1:1992 |
IEC 335-2-49:1988/A1:1988 Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor warmhoudkasten voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-50:1991 |
IEC 335-2-50:1989 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor bains-mariepannen voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-50/A1:1992 |
IEC 335-2-50:1989/A1:1990 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor elektrische bains-mariepannen voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-51:1991 |
IEC 335-2-51:1988 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor vaste circulatiepompen voor verwarmings- en waterinstallaties |
|
60335-2-52:1991 |
IEC 335-2-52:1988 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor toestellen voor mondhygiëne aangesloten op het net via een veiligheidstransformator |
|
60335-2-53:1991 |
IEC 335-2-53:1988 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor sauna verwarmingstoestellen |
|
60335-2-54:1991 |
IEC 335-2-54:1988 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor reinigingstoestellen voor algemeen gebruik |
|
60335-2-55:1993 |
IEC 335-2-55:1989 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor elektrische toestellen voor toepassing bij aquaria en tuinvijvers |
|
60335-2-56:1991 |
IEC 335-2-56:1990 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere bepalingen voor projectoren en soortgelijke toestellen |
|
60335-2-57:1992 |
IEC 335-2-57:1989 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere bepalingen voor toestellen met ingebouwde motorcompressor voor het bereiden van consumptie-ijs |
|
60335-2-58:1993 |
IEC 335-2-58:1990 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor afwasmachines voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-62:1992 |
IEC 335-2-62:1992 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere bepalingen voor elektrische spoelbakken voor bedrijfsgebruik |
|
60335-2-63:1993 |
IEC 335-2-63:1990 Met wijzigingen Veiligheid van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen Deel 2: Bijzondere eisen voor elektrische waterboilers en vloeistofverwarmers voor bedrijfsgebruik |
|
60357:1988 |
IEC 357:1982 + A1:1984 Met wijzigingen Halogeengloeilampen (anders dan voertuigen) |
|
60357/A4:1991 |
IEC 357:1982/A2:1985 + -/A3:1987 + -/A4:1989 Met wijzigingen Halogeengloeilampen (anders dan voertuigen) |
|
60360:1989 |
IEC 360:1987 Methode voor het meten van de temperatuurstijging van lampvoeten |
|
60400:1992 |
IEC 400:1991 Met wijzigingen Lamphouders voor buisvormige fluorescentielampen en starterhouders |
|
60432:1988 |
IEC 432:1984 Gloeilampen met wolfraamdraad voor huishoudelijke en soortgelijke algemene verlichtingsdoeleinden- Veiligheidsbepalingen en keuring |
|
60432/A1:1989 |
A1:1985 + A2:1987 to IEC 432:1984 |
|
60439-1:1990 |
IEC 439-1:1985 met wijzigingen Laagspannings schakel- en verdeelinrichtingen deel 1: eisen voor samenstellingen met gehele of gedeeltelijke type goedkeuring |
|
60439-2:1993 |
IEC 439-2:1987 met wijzigingen Laagspannings schakel- en verdeelinrichtingen deel 2: Bijzondere eisen voor railkokersystemen |
|
60439-3:1991 |
IEC 439-3:1990 met wijzigingen Laagspannings schakel- en verdeelinrichtingen deel 3: Bijzondere eisen voor laagspanningsschakel- en verdeelinrichtingen voor gebruik in ruimtes toegankelijk voor ondeskundig personeel. Verdeelborden |
|
60439-4:1991 |
IEC 439-4:1990 Laagspannings schakel- en verdeelinrichtingen deel 4: Bijzondere eisen voor bouwkasten |
|
60529:1991 |
IEC 529:1989 Beschermingsgraden van omhulsels van elektrisch materieel (IP-codering) |
|
60570:1989 |
IEC 570:1985 Met wijzigingen Elektrische lichtrailsystemen |
|
60598-1:1989 |
IEC 598-1:1986 + A1:1988 Met wijzigingen Verlichtingsarmaturen Deel 1: Algemene eisen en proeven (herdruk 1989) |
|
60598-2-1:1989 |
IEC 598-2-1:1979 + A1:1987 Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie een: Vaste armaturen voor algemene toepassingen |
|
60598-2-2:1989 |
IEC 598-2-2:1979 + A1:1987 Met wijzigingen Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie twee: Inbouwarmaturen |
|
60598-2-3:1989 |
IEC 598-2-3:1979 + A1:1983 + A2:1987 Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie drie: Armaturen voor straatverlichting |
|
60598-2-4:1989 |
IEC 598-2-4:1979 + A1:1987 + A2:1987 Met wijzigingen Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie vier: Verplaatsbare armaturen voor algemeen gebruik |
|
60598-2-5:1989 |
IEC 598-2-5:1979 + A1:1987 Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie vijf: Slaglichten (floodlights) |
|
60598-2-6:1989 |
IEC 598-2-6:1979 + A1:1987 Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie zes: Armaturen met ingebouwde transformator voor gloeilampen |
|
60598-2-6/A2:1991 |
IEC 598-2-6:1979/A2:1990 |
|
60598-2-7:1989 |
IEC 598-2-7:1982 + A1:1987 Met wijzigingen Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie zeven: Verplaatsbare tuinarmaturen |
|
60598-2-8:1989 |
IEC 598-2-8:1981 + A1:1987 Met wijzigingen Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie acht: Looplampen |
|
60598-2-9:1989 |
IEC 598-2-9:1987 Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie negen: Foto- en filmarmaturen (niet professioneel) |
|
60598-2-10:1989 |
IEC 598-2-10:1987 Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie tien: Verplaatsbare armaturen in een voor kinderen aantrekkelijke vorm |
|
60598-2-10/A1:1991 |
IEC 598-2-10:1987/A1:1990 |
|
60598-2-17:1989 |
IEC 598-2-17:1984 + A1:1987 Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie zeventien: Armaturen voor toneelverlichting en voor televisie- en filmstudio's (voor binnen en buiten) |
|
60598-2-17/A2:1991 |
IEC 598-2-17:1984/A2:1990 |
|
60598-2-18:1989 |
IEC 598-2-18:1984 + A1:1987 Met wijzigingen Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie achtien: Armaturen voor zwembassins en soortgelijke toepassingen |
|
60598-2-18/A2:1991 |
IEC 598-2-18:1984/A2:1990 |
|
60598-2-19:1989 |
IEC 598-2-19:1981 + A1:1987 Met wijzigingen Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie negentien: Luchtbehandelingsarmaturen (veiligheidseisen) |
|
60598-2-20:1991 |
IEC 598-2-20:1982 + A1:1987 Met wijzigingen Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie twintig: Verlichtingsgarnituren |
|
60598-2-20/A11:1992 |
Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie twintig: Verlichtingsgarnituren |
|
60598-2-22:1990 |
IEC 598-2-22:1990 Met wijzigingen Verlichtingsarmaturen Deel 2: Bijzondere eisen sectie tweeëntwintig: Verlichtingsarmaturen voor noodverlichting |
|
60662:1993 |
IEC 662:1980 + A1:1986 + A2:1987 + A3:1990 Met wijzigingen Hogedruk natriumlampen |
|
60691:1987 |
IEC 691:1980 Met wijzigingen Eisen en toepassingsaanwijzigingen voor smeltpatronen |
|
60730-1:1991 |
IEC 730-1:1986 Met wijzigingen Automatische elektrische regelaars voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik Deel 1: Algemene eisen |
|
60730-1/A1:1991 |
IEC 730-1:1986 Met wijzigingen |
|
60730-1/A11:1991 |
|
|
60730-1/A12:1993 |
|
|
60730-2-1:1991 |
IEC 730-2-1:1989 Met wijzigingen Automatische elektrische regelaars voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik Deel 2: Bijzondere eisen voor elektrische regelaars voor huishoudelijke toestellen |
|
60730-2-1/A11:1992 |
IEC 730-2-1:1989 Met wijzigingen Automatische elektrische regelaars voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik Deel 2: Bijzondere eisen voor elektrische regelaars voor huishoudelijke toestellen |
|
60730-2-2:1991 |
IEC 730-2-2:1990 Met wijzigingen Automatische elektrische regelaars voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik Deel 2: Bijzondere eisen voor thermische motorbeveiligers |
|
60730-2-3:1992 |
IEC 730-2-3:1990 Met wijzigingen Automatische elektrische regelaars voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik Deel 2: Bijzondere eisen voor thermische protectors voor voorschakelapparaten voor buisvormige fluorescentielampen |
|
60730-2-5:1991 |
IEC 730-2-5:1990 Met wijzigingen Automatische elektrische regelaars voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik Deel 2: Bijzondere eisen voor elektrische branderautomaten |
|
60730-2-7:1991 |
IEC 730-2-7 (1990) ed 1 Met wijzigingen Automatische elektrische regelaars voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik Deel 2: Bijzondere eisen voor tijdschakelaars, tijdklokken en klokgestuurde programmaschakelaars |
|
60742:1989 |
IEC 742:1983 Met wijzigingen Beschermingstransformatoren en veiligheidstransformatoren |
|
60799:1987 |
IEC 799:1984 Met wijzigingen Snoerstellen |
|
60898:1991 |
IEC 898:1987 + A2:1989 + A3:1990 Installatieautomaten voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik |
|
60898/A1:1991 |
IEC 898:1987/A1:1989 Installatieautomaten voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik |
|
60901:1990 |
IEC 901:1987 Fluorescentielampen met enkelvoudige lampvoet. Veiligheidseisen en gebruikseigenschappen |
|
60901/A1:1990 |
IEC 901:1987 + A1:1989 |
|
60920:1991 |
IEC 920:1990 Voorschakelapparaten voor buisvormige fluorescentielampen. Algemene en veiligheidseisen |
|
60922:1991 |
IEC 922:1989 Voorschakelapparatuur voor ontladingslampen (m.u.v. buisvormige fluorescentielampen) – Algemene en veiligheidseisen |
|
60922/A1:1992 |
IEC 922:1989/A1:1990 Voorschakelapparatuur voor ontladingslampen (m.u.v. buisvormige fluorescentielampen) – Algemene en veiligheidseisen |
|
60924:1991 |
IEC 924:1990 Elektronische voorschakelapparaten met gelijkstroomvoeding voor buisvormige fluorescentielampen. Algemene en veiligheidseisen |
|
60926:1990 |
IEC 926:1990 Met wijzigingen Startapparaten (uitgezonderd glimlichtstarters); algemene en veiligheidseisen |
|
60928:1991 |
IEC 928:1990 Elektronische voorschakelapparater met wisselspanningvoeding voor buisvormige fluorescentielampen. Algemene en veiligheidseisen |
|
60934:1990 |
IEC 934:1988 Toestelbeveiligingsschakelaars |
|
60934/A1:1992 |
IEC 934:1988/A1:1990 Toestelbeveiligingsschakelaars |
|
60947-1:1991 |
IEC 947-1:1988 Met wijzigingen Laagspanningsschakelaars Deel 1: Algemene eisen |
|
60947-2:1991 |
IEC 947-2:1989 Laagspanningsschakelaars Deel 2: Vermogensschakelaars |
|
60 947-2/A1 |
IEC 947-2:1989/A1:1992 |
|
60947-3:1992 |
IEC 947-3:1990 Laagspanningsschakelaars Deel 3: Schakelaars, scheiders, kombinaties schakelaars/scheiders |
|
60947-4-1:1992 |
IEC 947-4-1:1990 Laagspanningsschakelaars Deel 4: Schakelaars en -aanloopsystemen Sectie een – Elektromagnetische schakelaars en -aanloopsystemen |
|
60947-5-1:1991 |
IEC 947-5-1:1990 Laagspanningsschakelaars Deel 5: Stuurstroombediening Sectie een – Elektromechanische bediening |
|
60947-6-1:1991 |
IEC 947-6-1:1989 Laagspanningsschakelaars Deel 6: Meervoudige functieschakelaars Sectie een – Automatische netomschakelaars |
|
60 947-6-2:1993 |
IEC 947-6-2:1992 Laagspanningsschakelaars Deel 6: Meervoudige functieschakelaars Sectie twee – Afstandsbedieningsschakelaars met stuur- en beveiligingsfuncties |
|
60947-7-1:1991 |
IEC 947-7-1:1989 Laagspanningsschakelaars Deel 7: Onderdelen Sectie een – Aansluitklemmen voor koperen geleiders |
|
60950:1992 |
IEC 950:1991 Met wijzigingen Veiligheid van apparatuur voor informatietechniek, met inbegrip van elektrische kantoormachines |
|
60950/A1:1993 |
IEC 950:1991/A1:1992 |
|
60974-1:1990 |
IEC 974-1:1989 Veiligheidseisen voor uitrusting voor booglassen Deel 1: Lastoestellen |
|
60967:1990 |
IEC 967:1988 Met wijzigingen Veiligheidseisen voor elektrische dekens, kussens en vergelijkbare buigzame verwarmingstoestellen voor huishoudelijk gebruik |
|
60967/A1:1993 |
IEC 967:1988/A1:1991 Met wijzigingen |
|
60968:1990 |
IEC 968:1988 Met wijzigingen Lampen met geïntegreerd voorschakelapparaat voor algemene verlichtingsdoeleinden – Veiligheidseisen |
|
60968/A1:1993 |
IEC 968:1988/A1:1991 |
|
60974-1:1990 |
IEC 974-1:1989 Met wijzigingen Veiligheidseisen voor uitrusting voor booglassen Deel 1: Lastoestellen |
|
61046:1992 |
IEC 1046:1991 Elektronische spanningsregelaars met gelijkspannings- of wisselspanningsvoeding voor gloeilampen – Algemene en veiligheidseisen |
|
61 046/A1:1992 |
IEC 1046:1991/A1:1991 |
|
61048:1992 |
IEC 1048:1991 Met wijzigingen Condensatoren voor gebruik in schakelingen met buisvormige fluorescentie- en andere ontladingslampen – Algemene en veiligheidseisen |
|
61050:1992 |
IEC 1050:1991 Met wijzigingen Transformatoren voor buisvormige gasontladingslampen met een nullastspanning van meer dan 1000 V (Neontransformatoren) Algemene en veiligheidseisen |
|
61058-1:1992 |
IEC 1058-1:1990 Toestelschakelaars Deel 1: Algemene eisen |
|
61058-2-1:1993 |
IEC 1058-2-1:1992 Toestelschakelaars Deel 2-1: Bijzondere eisen voor snoerschakelaars |
|
NEN 1020:1987 |
Contactdozen en contactstoppen voor huishoudelijk en algemeen gebruik. |
|
NEN 1020:1987/A1:1998 |
Met dien verstande dat voor hetgeen in deze norm wordt verstaan onder koppelcontactstoppen, tafelcontactdozen en aftakcontactstoppen met een nominale stroom van 2,5 A en een nominale spanning van 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II de in tabel II van deze bijlage aangegeven afwijkingen van norm NEN 1020 gelden. |
|
NEN 2231:1973 |
Montageplaten van isolatiemateriaal voor elektrische installaties |
|
NEN 3113:1974 |
Lasdozen, langwerpige trekdozen en montagedozen voor elektrische installaties |
|
Aanv. NEN 3113:1990 |
|
|
NEN 3174:1968 |
Voorschriften voor schuifbuis van hard polyvinylchloride (hard PVC) voor elektrische installaties |
|
NEN 3241:1971 |
Voorschriften voor D-Smeltveiligheden voor huishoudelijk en dergelijk algemeen gebruik |
|
Aanv NEN 3241:1974 |
|
|
NEN 3530:1970 |
Flexibele niet-metalen buis voor elektrische installaties |
|
NEN-EN 50075:1998 |
Contactstoppen voor huishoudelijk en dergelijk algemeen gebruik – Platte niet-demonteerbare contactstoppen 2,5 A 250 V met snoer voor toestellen van klasse II |
|
IEC 60384-14:1993 |
Vaste condensatoren voor elektronische apparatuur Deel 14: Groepsspecificatie voor vaste condensatoren voor radiostoringsonderdrukking. Selectie van beproevingsmethoden en algemene keuringseisen |
|
IEC 60384-14:1993/A1:1995 |
|
|
NEN 15013-2:1971 |
Leidingen met aderisolatie van polyvinylchloride voor vaste aanleg |
|
Aanv. NEN 15013-2:1981 |
|
|
IEC 1008-2-2:1990 |
Aardlekschakelaars zonder ingebouwde overstroombeveiliging voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik Toepasbaarheid van de algemene eisen op aardlekschakelaars, waarvan de werking afhankelijk is van de netspanning |
NEN 1020:1987
NEN 1020:1987/A11998
Voor de toepassing van de norm NEN 1020 op koppelcontactstoppen, tafelcontactdozen en aftakcontactdozen, alle ter opname van platte contactstoppen met een nominale stroom van 2,5 A en een nominale spanning van 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II, gelden de hieronder aangegeven afwijkingen van de norm NEN 1020 en NEN 1020/A1.
In onderdeel 5.1 wordt de tabel uitgebreid met de navolgende rubrieken:
|
koppelcontactstoppen ter opname van platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II |
250 |
2,5 |
|
tafelcontactdozen ter opname van platte contactstoppen voor aansluiting van toestellen van klasse II |
250 |
2,5 |
|
aftakcontactdozen ter opname van platte contactdozen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II |
250 |
2,5 |
In onderdeel 5.3 wordt na de eerste volzin een volzin ingevoegd, luidende: Bij een verlengsnoerstel met een tweevoudige tafelcontactdoos voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II moet de nominale stroom van de contactstop ten minste 6 A bedragen; bij een verlengsnoerstel met een tafelcontactdoos drievoudig of meer, voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II, moet de nominale stroom van de contactstop 16 A bedragen.
Onderdeel 7.2 komt te luiden:
Contactstoppen, koppelcontactstoppen, tafelcontactdozen en aftakcontactdozen mogen niet zijn voorzien van het symbool voor klasse II.
Onderdeel 8.1 wordt gewijzigd als volgt:
Vóór de beschrijving van de proef wordt de volgende passage ingevoegd:
Koppelcontactstoppen, tafelcontactdozen en aftakcontactdozen, alle voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II, moeten voldoen aan de afmetingen vermeld in standaardblad CIV.
De beschrijving van de proef komt te luiden:
Toetsing geschiedt met behulp van de desbetreffende kalibers.
In onderdeel 8.2 wordt aan het slot een passage ingevoegd, luidende:
Tweepolige contactstoppen voor toestellen van klasse II, 2,5 A 250 V en 16 A 250 V moeten passen in koppelcontactstoppen 16 A 250 V.
Toetsing geschiedt door inspectie en door proberen met de hand. Zo nodig wordt gedurende ten hoogste 1 min een kracht van 150 N uitgeoefend. Koppelcontactstoppen met een lichaam van thermoplastisch materiaal worden beproefd bij een omgevingstemperatuur van (35 ± 2) (C, nadat zowel de koppelcontactstop als het kaliber deze temperatuur hebben aangenomen.
In onderdeel 9.2 wordt na de eerste volzin van de beschrijving van de proef een volzin ingevoegd, luidende:
Voor koppelcontactstoppen, tafelcontactdozen en aftakcontactdozen, alle voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II, geschiedt toetsing door proberen met de hand, en met behulp van een platte contactstop 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II die aan de eisen van de norm NEN 1020 voldoet en zoveel mogelijk de gemiddelde eigenschappen heeft.
In onderdeel 11.3 wordt na de eerste volzin een volzin ingevoegd, luidende:
Voor koppelcontactstoppen en tafelcontactdozen, beide voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II, gelden de waarden die in de volgende tabel voor contactstoppen, koppelcontactstoppen en tafelcontactdozen 16 A 250 V zijn vermeld.
In onderdeel 11.11 wordt na de vierde volzin van de beschrijving van de proef een volzin ingevoegd, luidende:
Voor koppelcontactstoppen en tafelcontactdozen gelden de waarden die in de volgende tabel voor contactstoppen, koppelcontactstoppen en tafelcontactdozen 16 A 250 V zijn vermeld.
Het opschrift van hoofdstuk 13 komt te luiden:
Samenstelling van contactstoppen, koppelcontactstoppen, tafelcontactdozen en aftakcontactdozen.
In onderdeel 13.13 wordt aan het slot een volzin ingevoegd, luidende:
Voor aftakcontactdozen geldt dat het contactstopvormige deel de vorm moet hebben van een contactstop 16 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II.
In onderdeel 13.15 wordt aan het slot een volzin ingevoegd, luidende:
Koppelcontactstoppen volgens standaardblad CIV moeten niet-demonteerbaar zijn en moeten deel uitmaken van een verlengsnoerstel dat is voorzien van een contactstop volgens standaardblad XVI of XVII.
In onderdeel 13.18 wordt aan de beschrijving van de proef een volzin toegevoegd, luidende:
Koppelcontactstoppen voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II gecombineerd met een contactstop, alsmede aftakcontactdozen voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II worden op overmatige belasting beproefd met het grootst mogelijk aantal ingestoken rechte contactstoppen, elk voorzien van 1 meter leiding van het type H05VV-F met een nominale kerndoorsnede van 2 × 1 mm².
In hoofdstuk 19 wordt na de vijfde volzin van de beschrijving van de proef een passage met een tabel ingevoegd, luidende:
Toetsing geschiedt voor tafelcontactdozen, aftakcontactdozen en koppelcontactstoppen, alle voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II, met behulp van een platte beproevingscontactstop met schuinstaande messing pennen met een middellijn van (3,95 ± 0,01) mm over hun gehele lengte en een hartafstand van (18,6 ± 0,05) mm in het voorvlak van de contactstop en (17,5 ± 0,05) mm aan de uiteinden van de pennen.
De beproevingsstroom bedraagt de kleinste van de waarden als vermeld onder a en b.
|
enkelvoudig |
4 |
|
2-voudig |
7,5 |
|
3-voudig |
11 |
|
4-voudig |
14,5 |
|
5-voudig en meer |
16 |
Voor niet-demonteerbare koppelcontactstoppen en tafelcontactdozen, beide voor contactstoppen voor aansluiting van toestellen van klasse II, wordt de stroom overeenkomstig de zevende kolom van de tabel van onderdeel 23.1 gebruikt.
In hoofdstuk 20 wordt na de derde volzin van de beschrijving van de proef een volzin ingevoegd, luidende:
Tafelcontactdozen, koppelcontactstoppen en aftakcontactdozen, alle voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II, worden beproefd met een platte beproevingscontactstop met schuinstaande stalen pennen met een middellijn van (4 + 0,06) mm over hun gehele lengte en een hartafstand van (18,6 ± 0,05) mm in het voorvlak en (17,5 ± 0,05) mm aan de uiteinden.
Hoofdstuk 21 wordt gewijzigd als volgt:
Na de eerste volzin van de beschrijving van de proef wordt een volzin ingevoegd, luidende:
Toetsing van tafelcontactdozen, koppelcontactstoppen- en aftakcontactdozen, alle voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II, geschiedt door beproeving, met behulp van een platte beproevingscontactstop met schuinstaande stalen pennen met een middellijn van (4 + 0,06) mm over hun gehele lengte en een hartafstand van (18,6 ± 0,05) mm in het voorvlak en (17,5±0,05) mm aan de uiteinden van de pennen.
Na de vijfde volzin van de beschrijving van de proef wordt een passage met een tabel ingevoegd, luidende:
Toetsing geschiedt voor tafelcontactdozen, aftakcontactdozen en koppelcontactstoppen, alle voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II, met behulp van een platte beproevingscontactstop met schuinstaande messing pennen met een middellijn van (3,95 ± 0,01) mm over hun gehele lengte en een hartafstand van (18,6 ± 0,05) mm in het voorvlak van de contactstop en (17,5 ± 0,05) mm aan de uiteinden van de pennen.
De beproevingsstroom bedraagt de kleinste van de waarden als vermeld onder a en b.
|
enkelvoudig |
5 |
|
2-voudig |
7,5 |
|
3-voudig |
10 |
|
4-voudig |
12,5 |
|
5-voudig en meer |
2,5 |
Voor niet-demonteerbare koppelcontactstoppen en tafelcontactdozen, beide voor contactstoppen voor aansluiting van toestellen van klasse II, wordt de stroom overeenkomstig de achtste kolom van de tabel van onderdeel 23.1 gebruikt.
Hoofdstuk 22 wordt gewijzigd als volgt:
De eerste volzin van de beschrijving van de proef komt te luiden:
Toetsing geschiedt alleen voor contactdozen, alsmede tafelcontactdozen, aftakcontactdozen en koppelcontactstoppen, alle voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II, door vast te stellen of de kracht die nodig is om de beproevingscontactstop uit de contactdoos onderscheidenlijk aftakcontactdoos of koppelcontactstop, alle voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II, te trekken, binnen de voorgeschreven grenzen ligt.
Na de vijfde volzin van de beschrijving van de proef wordt een nieuwe passage ingevoegd, luidende:
Voor tafelcontactdozen, aftakcontactdozen en koppelcontactstoppen, alle voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II, heeft de beproevingscontactstop schuinstaande pennen met een hartafstand van (18,6 ± 0,05) mm in het voorvlak en (17,5 ± 0,05) mm aan de uiteinden van de pennen.
Voor het bepalen van de maximumuittrekkracht wordt gebruik gemaakt van een beproevingscontactstop met pennen die een middellijn hebben van (4,05 (0,01) mm over hun gehele lengte. Voor het bepalen van de minimumuittrekkracht wordt gebruik gemaakt van een beproevingscontactstop met pennen die een middellijn hebben van (3,95±0,01) mm over hun gehele lengte. In geval van twijfel kan de beproeving worden herhaald met een contactstop 2,5 A 250 V die aan NEN 1020 voldoet en die de vereiste afmetingen zo goed mogelijk benadert.
Aan het begin van de tabel wordt een nieuwe rubriek ingevoegd, luidende:
|
maximum |
minimum |
||
|
2,5 A 250 V |
2 |
30 |
5 |
Aan onderdeel 23.1 wordt de volgende passage toegevoegd:
De nominale kerndoorsnede van de aders van een verlengsnoerstel mag niet kleiner zijn dan:
0,75 mm² in het geval van een koppelcontactstop voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II;
0,75 mm² in het geval van een tweevoudige tafelcontactdoos, voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II;
1 mm² in het geval van een tafelcontactdoos, drievoudig of meer, alle voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II.
In onderdeel 23.4 wordt na de zinsnede ‘– 60 N als de nominale stroom 6 A of 16 A is’ ingevoegd:
of als het een koppelcontactstop of tafelcontactdoos, beide voor platte contactstoppen 2,5 A 250 V voor aansluiting van toestellen van klasse II, betreft.