Wet van 26 november 1992, houdende regelen met betrekking tot de oprichting van de Stichting ROI

Wet Stichting ROI

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat het Rijks Opleidingsinstituut wordt geprivatiseerd en een privaatrechtelijke rechtspersoon wordt opgericht waarvoor een wettelijke machtiging op grond van artikel 29 van de Comptabiliteitswet is vereist;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

In deze wet wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;

  • b.

    de overgangsdatum: de datum van oprichting van de Stichting ROI;

  • c.

    de Stichting ROI: de stichting bedoeld in artikel 2;

  • d.

    het personeelslid: degene die op de dag voor de overgangsdatum in dienst is bij het ROI, hetzij als ambtenaar, hetzij op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

Artikel

2

Artikel

3

Gedurende een termijn van ten hoogste vijf jaren na de overgangsdatum zuivert de Staat der Nederlanden eventuele exploitatietekorten van de Stichting ROI, onder door Onze Minister te bepalen voorwaarden, aan.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Ter zake van de verkrijging van de vermogensbestanddelen van de Staat, bedoeld in artikel 4, en de vermogensoverdracht van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds aan de door de Stichting ROI aangewezen instelling als bedoeld in artikel 6, zesde lid, blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.

Artikel

8

Deze wet treedt inwerking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

9

Deze wet kan worden aangehaald als de Wet Stichting ROI.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken, C. I. Dales
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin