Instelling Commissie feiten en tarieven

De Minister van Justitie,
Overwegende dat bij besluit van 16 augustus 1989, nr. 1146/289, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 11 juni 1990, nr. 20456/290, een commissie is ingesteld, die advies uitbrengt en het beheer voert over de feitomschrijvingen en tarieven alsmede de daarmee samenhangende aangelegenheden betreffende kantongerechtsovertredingen en de gedragingen als bedoeld in artikel 2, zesde lid van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet van 3 juli 1989, Stb. 1989, 300);
Overwegende dat wijziging van dit besluit noodzakelijk is gelet op de uitbreiding van de taak van de commissie, zoals deze is weergegeven in artikel 2 en de gewijzigde samenstelling van de commissie, zoals deze is weergegeven in artikel 3.

Besluit:

Artikel

I

Er is een Commissie feiten en tarieven, hierna te noemen de commissie.

Artikel

II

De commissie heeft de volgende taken:

  • 1.

    Advisering aan de vergadering van procureurs-generaal bij de gerechtshoven over de richtlijn voor het transactie- en strafvorderingsbeleid van het openbaar ministerie inzake kantongerechtsovertredingen en de bijlage van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

  • 2.

    Advisering aan de Minister van Justitie over:

  • 3.

    Toetsing van de adviezen aan de vergadering van procureurs-generaal bij de gerechtshoven over richtlijnen voor het transactie- en strafvorderingsbeleid van het openbaar ministerie inzake misdrijven.

    De toetsing als bedoeld onder 3 betreft vooral:

    • de omschrijvingen van deze feiten;

    • de bijbehorende tarieven;

    • de tariefstructuur.

  • 4.

    Vaststelling van de verschillende teksten met betrekking tot deze feiten voor de geautomatiseerde systemen van de verschillende opsporingsinstanties en het openbaar ministerie.

  • 5.

    Vaststelling van de tekst van het feitenboekje.

  • 6.

    Advisering aan de Minister van Justitie over de tekst van de formulieren die nodig zijn voor de afhandeling binnen het openbaar ministerie en de verschillende opsporingsinstanties van misdrijven, kantongerechtsovertredingen en gedragingen als bedoeld in artikel 2, zesde lid van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

    Bovenstaande taken zullen, voorzover nodig, worden uitgeoefend in nauw overleg met andere adviesorganen binnen het openbaar ministerie en de verschillende opsporingsinstanties en met de betrokken departementen.

Artikel

III

In de commissie hebben zitting:

als voorzitter:
  • mevr. mr. I.E. Klopper-Gerretsen, namens het openbaar ministerie.

als secretaris:
  • dhr. J.M. van Spronsen, namens het ministerie van justitie.

als leden:
  • dhr. H. Dijkstra,, namens de politie;

  • mevr. mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt, namens het openbaar ministerie;

  • dhr. ing. J.M. Koppert, namens het openbaar ministerie;

  • dhr. C.F. Kuijten, namens de Raad van Hoofdcommissarissen;

  • mevr. mr. S.I.A. van Meerbeke, namens het ministerie van justitie;

  • dhr. C. Roeleveld, namens de politie;

  • dhr. mr. M.N.J. Smit, namens het openbaar ministerie;

  • dhr. W. Verbeek, namens het beheer van de automatiseringssystemen voor de politie;

  • mevr. I. de Ridder, namens het beheer van de automatiseringssystemen voor het openbaar ministerie.

Artikel

IV

De commissaris kan voor onderdelen van haar taak werkgroepen instellen, waarin ook personen van buiten de commissie zitting kunnen hebben. De commissie kan rechtstreeks inlichtingen inwinnen bij andere betrokken personen en instanties.

Personen van buiten de commissie kunnen worden uitgenodigd aan de vergaderingen deel te nemen.

Artikel

V

Na afloop van de werkzaamheden van de commissie zal het hoofd van de algemene secretarie van de directie informatieverzorging en documentatie van het ministerie van justitie met het beheer van het archief worden belast.

Artikel

VI

Dit besluit treedt in werking op 1 mei 1995.

Artikel

VII

Dit besluit zal worden bekendgemaakt in de Staatscourant.

Artikel

VIII

Vervallen

Den Haag
De Minister van Justitie,
Namens de Minister,
het Hoofd van de Directie Staats- en Strafrecht, A. B.Vast