Artikel
I
Er is een Commissie feiten en tarieven, hierna te noemen de commissie.
Besluit:
Er is een Commissie feiten en tarieven, hierna te noemen de commissie.
De commissie heeft de volgende taken:
Advisering aan de vergadering van procureurs-generaal bij de gerechtshoven over de richtlijn voor het transactie- en strafvorderingsbeleid van het openbaar ministerie inzake kantongerechtsovertredingen en de bijlage van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
Advisering aan de Minister van Justitie over:
de bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
De advisering als bedoeld onder 1 en 2 betreft vooral:
de feiten die dienen te worden opgenomen in de bijlage van het Transactiebesluit 1994 en in de bijlage van de wet;
de omschrijvingen van deze feiten;
de bijbehorende tarieven;
de tariefstructuur.
Toetsing van de adviezen aan de vergadering van procureurs-generaal bij de gerechtshoven over richtlijnen voor het transactie- en strafvorderingsbeleid van het openbaar ministerie inzake misdrijven.
De toetsing als bedoeld onder 3 betreft vooral:
de omschrijvingen van deze feiten;
de bijbehorende tarieven;
de tariefstructuur.
Vaststelling van de verschillende teksten met betrekking tot deze feiten voor de geautomatiseerde systemen van de verschillende opsporingsinstanties en het openbaar ministerie.
Vaststelling van de tekst van het feitenboekje.
Advisering aan de Minister van Justitie over de tekst van de formulieren die nodig zijn voor de afhandeling binnen het openbaar ministerie en de verschillende opsporingsinstanties van misdrijven, kantongerechtsovertredingen en gedragingen als bedoeld in artikel 2, zesde lid van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
Bovenstaande taken zullen, voorzover nodig, worden uitgeoefend in nauw overleg met andere adviesorganen binnen het openbaar ministerie en de verschillende opsporingsinstanties en met de betrokken departementen.
In de commissie hebben zitting:
mevr. mr. I.E. Klopper-Gerretsen, namens het openbaar ministerie.
dhr. J.M. van Spronsen, namens het ministerie van justitie.
dhr. H. Dijkstra,, namens de politie;
mevr. mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt, namens het openbaar ministerie;
dhr. ing. J.M. Koppert, namens het openbaar ministerie;
dhr. C.F. Kuijten, namens de Raad van Hoofdcommissarissen;
mevr. mr. S.I.A. van Meerbeke, namens het ministerie van justitie;
dhr. C. Roeleveld, namens de politie;
dhr. mr. M.N.J. Smit, namens het openbaar ministerie;
dhr. W. Verbeek, namens het beheer van de automatiseringssystemen voor de politie;
mevr. I. de Ridder, namens het beheer van de automatiseringssystemen voor het openbaar ministerie.
De commissaris kan voor onderdelen van haar taak werkgroepen instellen, waarin ook personen van buiten de commissie zitting kunnen hebben. De commissie kan rechtstreeks inlichtingen inwinnen bij andere betrokken personen en instanties.
Personen van buiten de commissie kunnen worden uitgenodigd aan de vergaderingen deel te nemen.
Na afloop van de werkzaamheden van de commissie zal het hoofd van de algemene secretarie van de directie informatieverzorging en documentatie van het ministerie van justitie met het beheer van het archief worden belast.
Dit besluit treedt in werking op 1 mei 1995.
Dit besluit zal worden bekendgemaakt in de Staatscourant.
Vervallen