Besluit van 24 februari 1993, houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en enige andere rechtspositionele regelingen in verband met het met de centrales van overheidspersoneel overeengekomen pakket arbeidsvoorwaarden- en werkgelegenheidsmaatregelen 1992 voor de sector rijk

Wijzigingsbesluit Algemeen Rijksambtenarenreglement, enz. (centrales van overheidspersoneel overeengekomen pakket arbeidsvoorwaarden- en werkgelegenheidsmaatregelen 1992 voor de sector rijk)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 12 november 1992, nr. AB92/U1209, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel;
Gelet op de artikelen 125, eerste lid, en 134, eerste lid, van de Ambtenarenwet 1929;
De Raad van State gehoord (advies van 2 februari 1993, nr. W04.92.0562);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 12 februari 1993, nr. AB93/134, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

V

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

X

Het Arbeidsovereenkomstenbesluit wordt ingetrokken.

Artikel

XII

Ambtenaren voor wie een salarisschaal geldt behorend tot hoofdgroep V of VI van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, alsmede ambtenaren die een ambt bekleden vermeld in bijlage A van genoemd besluit, die bij de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen E en P van dit besluit nog niet in algemene dienst van het rijk zijn aangesteld, zijn met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit in algemene dienst van het rijk aangesteld, met uitzondering van de ambtenaren werkzaam bij een Hoog College van Staat.

Artikel

XIV

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat afschrift daarvan zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse zaken, C. I. Dales
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin