Besluit van 18 maart 1993, houdende regels inzake de verstrekking van uitkeringen in het kader van het Integraal structuurplan noorden des lands in 1993 en 1994

Besluit uitkeringen Integraal structuurplan noorden des lands 1993/94

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 28 september 1992, nr. WJA/JZ 92061274;
De Raad van State gehoord (advies van 23 februari 1993, nr. W10.92.0454);
Gezien het nader rapport van de voornoemde staatssecretaris van 9 maart 1993, nr. WJA/JZ 93015913;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Artikel

2

De uitkering is een door Onze Minister vast te stellen bedrag.

Artikel

3

Een aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij Onze Minister door een van de in artikel 1, eerste lid, genoemde provincies, mede namens de andere provincies, dan wel een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 1, tweede lid.

Artikel

4

Onze Minister kan afwijzend beslissen op een aanvraag, indien gegronde vrees bestaat dat de provincies dan wel het openbaar lichaam zullen handelen in strijd met ingevolge dit besluit geldende verplichtingen.

Artikel

5

Een beschikking op een aanvraag, inhoudende een toezegging van een uitkering, bevat een vermelding van:

  • a.

    het maximale bedrag van de uitkering;

  • b.

    het tijdstip en de wijze waarop het verzoek om vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering moet worden ingediend.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De betrokkene dient een aanvraag om vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering in overeenkomstig hetgeen daaromtrent in de beschikking, bedoeld in artikel 5, is vermeld.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Onze Minister geeft een beschikking tot vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel nadat de in artikel 11 bedoelde termijn is verstreken. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt Onze Minister de betrokkene daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Artikel

13

Artikel

14

Onze Minister kan een beschikking, inhoudende de vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering, intrekken, indien de beschikking ten gevolge van aan de betrokkenen te wijten onjuistheid of onvolledigheid van verstrekte gegevens anders luidt dan het geval zou zijn geweest, indien de gegevens juist en volledig zouden zijn verstrekt.

Artikel

15

Indien toepassing is gegeven aan de artikelen 13 of 14, zijn ter beschikking gestelde uitkeringen terstond opeisbaar voor zover zij het bedrag waarop de betrokkenen alsdan recht hebben te boven gaan.

Artikel

16

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1993 en vervalt met ingang van 1 januari 2005.

Artikel

17

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitkeringen Integraal structuurplan noorden des lands 1993/94.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij horende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Economische Zaken, Y. C. M. T. van Rooy
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin