Besluit van 18 maart 1993, houdende regels inzake de verstrekking van een uitkering ten behoeve van Europese programma's voor Twente

Besluit uitkering Europese programma's Twente 1993

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 11 november 1992, nr. WJA/JZ 92061271;
De Raad van State gehoord (advies van 23 februari 1993, nr. W10.92.0549);
Gezien het nader rapport van de voornoemde staatssecretaris van 9 maart 1993 nr. WJA/JZ 93015 914;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Onze Minister verstrekt in 1993 op aanvraag een uitkering aan de provincie Overijssel als bijdrage in de kosten van activiteiten als bedoeld in artikel 7.

Artikel

2

De uitkering is een door Onze Minister vast te stellen bedrag.

Artikel

3

De aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij Onze Minister.

Artikel

4

Onze Minister kan afwijzend beslissen op de aanvraag, indien gegronde vrees bestaat dat de provincie zal handelen in strijd met in gevolge dit besluit geldende verplichtingen.

Artikel

5

Een beschikking op de aanvraag, inhoudende een toezegging van een uitkering, bevat een vermelding van:

  • a.

    het maximale bedrag van de uitkering;

  • b.

    het tijdstip en de wijze waarop het verzoek om vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering moet worden ingediend.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De provincie dient een aanvraag om vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering in overeenkomstig hetgeen daaromtrent in de beschikking, bedoeld in artikel 5, is vermeld.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Onze Minister geeft een beschikking tot vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel nadat de in artikel 11 bedoelde termijn is verstreken. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt Onze Minister de provincie daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Artikel

13

Artikel

14

Onze Minister kan een beschikking, inhoudende de vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering, intrekken, indien de beschikking ten gevolge van aan de provincie te wijten onjuistheid of onvolledigheid van verstrekte gegevens anders luidt dan het geval zou zijn geweest, indien de gegevens juist en volledig zouden zijn verstrekt.

Artikel

15

Indien toepassing is gegeven aan de artikelen 13 of 14, zijn ter beschikking gestelde uitkeringen terstond opeisbaar voor zover zij het bedrag waarop de provincie alsdan recht heeft te boven gaan.

Artikel

16

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1993 en vervalt met ingang van 1 januari 2004.

Artikel

17

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitkeringen Europese programma's Twente 1993.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij horende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Economische Zaken, Y. C. M. T. van Rooy
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin