Besluit van 22 maart 1993, houdende een regeling voor de opvang van personele gevolgen in het kader van de vorming van agrarische opleidingscentra

Besluit sociaal beleidskader inzake de vorming van agrarische opleidingscentra

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 9 september 1992, No. J. 9212990, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 12 november 1992, no. W.11.92.0429);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 8 maart 1993, No. J. 931775, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Algemeen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    besluit:

    Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Stb. 1985, 110);

  • b.

    instelling:

    openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere school voor middelbaar beroepsonderwijs in de sector landbouw en natuurlijke omgeving voor zover daaraan is verbonden een school voor lager landbouwonderwijs als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 1986, 552) alsmede een openbare of uit de openbare kas bekostigde door een natuurlijk persoon of door een privaatrechtelijke rechtspersoon in stand gehouden inrichting voor voortgezet onderwijs waaraan het nieuw vervolg/beroepsonderwijs wordt gegeven;

  • c.

    Onze Minister:

    Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

  • d.

    belanghebbende:

    degene, die ononderbroken in dienst is van een instelling te rekenen vanaf:

    • 1.

      31 juli1988;

    • 2.

      31 juli 1989;

    • 3.

      31 juli 1990;

  • e.

    afbouw van faciliteiten:

    beëindiging van de proefprojecten volletijd kort middelbaar agrarisch onderwijs;

  • f.

    AOC-vorming:

    fusies samenhangende met:

    • 1.

      inwerkingtreding van de Wet, houdende wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs inzake sectorvorming en vernieuwing van het middelbaar beroepsonderwijs alsmede van enige andere wetten (Stb. 1990, 266);

    • 2.

      de inwerkingtreding van de Wet van 27 februari 1992, houdende wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met het formatiebudgetsysteem (Stb. 1992, 113);

  • g.

    boventallige:

    • 1.

      belanghebbende voor wie ten gevolge van de afbouw van faciliteiten geen functie meer beschikbaar is binnen de reguliere formatie van de instelling op 1 augustus 1990;

    • 2.

      belanghebbende voor wie ten gevolge van AOC-vorming op 1 augustus 1988, 1 augustus 1989, 1 augustus 1990, of 1 augustus 1991 geen functie binnen de reguliere formatie van de instelling beschikbaar is op 1 augustus 1993.

§

2

Bescherming tegen ontslag

Artikel

2

Artikel

3

Op een belanghebbende die in tijdelijke dienst is bij een instelling zijn de artikelen 2 en 4 tot en met 12 van overeenkomstige toepassing, tenzij hij in tijdelijke dienst is:

  • a.

    wegens vervanging van tijdelijk afwezig personeel;

  • b.

    op basis van tijdelijk door het Rijk ter beschikking gestelde faciliteiten, met uitzondering van de begeleidingseenheden ten behoeve van de proefprojecten nieuwvervolg/beroepsonderwijs;

  • c.

    voorzover hij is belast met overuren.

§

3

Voorzieningen

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

§

4

Overgangsbepalingen

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Ten aanzien van een belanghebbende die in dienst is bij een school, die op 1 augustus 1991 is omgezet in een instelling, zijn de artikelen 10, 11 en 12 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in die artikelen voor "1990" telkens wordt gelezen: 1991.

§

5

Overige bepalingen

Artikel

14

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de uitvoering van het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 6.

Artikel

15

Onze Minister kan op andere dan in dit besluit voorziene gevallen indien de billijkheid dit vereist, het besluit van toepassing verklaren op basis van een daartoe strekkend verzoek.

Artikel

16

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. De artikelen 2, 3, 7, 8, 9, 10, 11 en 12 werken terug tot en met 31 juli 1988.

Artikel

17

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit sociaal beleidskader inzake de vorming van agrarische opleidingscentra.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, P. Bukman
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin