directeur Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
b.
opgaveplichtige:
degene die, anders dan in het kader van de teelt van griendhout, riet en biezen, in de landbouw zijn hoofdbestaan of een gedeelte van zijn bestaan vindt, voor zover hem een beschrijvingsbiljet, als bedoeld in onderdeel c, dan wel anderszins een oproep voor de landbouwtelling is uitgereikt of is gezonden;
c.
beschrijvingsbiljetten:
de in de bijlagen opgenomen modelformulieren voor de periodieke inventarisatie in land- en tuinbouw, alsmede het door de opgaveplichtige bij of vanwege de districtsbureauhouder, als bedoeld onder d, te ondertekenen schriftelijke stuk te zamen met het in de bijlagen opgenomen modeloproepformulier voor de landbouwtelling;
d.
districtsbureauhouder:
districtsbureauhouder van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in wiens werkgebied het landbouwbedrijf van de opgaveplichtige is geregistreerd.
Artikel
2
In het tijdvak dat loopt van 29 maart tot en met 2 juli 1993 wordt een landbouwtelling gehouden als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet (Stb. 1957, 342).
Artikel
3
1
Ten behoeve van de telling als bedoeld in artikel 2 wordt een beschrijvingsbiljet of worden meerdere biljetten, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, uitgereikt of verzonden door of vanwege de directeur.
2
De opgaveplichtige dient de op het beschrijvingsbiljet of de beschrijvingsbiljetten gevraagde gegevens te verstrekken naar de toestand op de datum van ondertekening, tenzij op de biljetten of door de districtsbureauhouder anders is aangegeven, en daarbij de overige op de biljetten of door de districtsbureauhouder gestelde aanwijzingen in acht te nemen.
3
De opgaveplichtige dient op de zittingsdag de beschrijvingsbiljetten te ondertekenen en in te leveren bij de districtsbureauhouder, dan wel indien de beschrijvingsbiljetten aan de opgaveplichtige zijn toegezonden, binnen vijf dagen nadat deze aan hem zijn verzonden in te leveren bij de districtsbureauhouder.
Artikel
4
1
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2
De regeling wordt aangehaald als: ‘Regeling landbouwtelling 1993’.
's-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, voor deze: De secretaris-generaal,T.H.J.Joustra
Bijlage
I
plaatje
Bijlage
II
plaatje
Bijlage
III
Normen bruto standaardsaldi (bss) ten behoeve van de Landbouwtelling 1993
D. Veestapel
rubr. nr.
bss per dier
201
290
203
290
205
410
207
410
209
410
211
1630
213
820
215
105
217
275
219
260
221
275
223
275
225
260
227
275
228
430
229
275
232
5 7
233
75
235
-
237
35 1
239
52
241
52
243
85
245
85
247
335
249
335
251
335
253
85
255
335
260
340
261
2760
263
1800
265
130 8
266
130
268
130
269
1,50
271
4,65
273
8,6
275
2,05
276
3,2
278
3,2
282
185
284
-
287
4,15
290
60
291
8,45
292
160
293
13,15
294
100
295
28,2
297
4,15
E. tuinbouw open grond
rubr. nr.
bss per are
401
232,8
405
116,4
409
99,2
413
163,8
417
60,4
421
73,3
425
34,5
429
64,7 4
433
120,7
427
77,6
441
47,4 4
445
73,3 5
449
34,5
453
51,7 3
457
86,2
461
60,43
465
159,5 6
469
64,73
473
34,54
477
73,35
501
99,2
503
99,2
505
94,8
507
94,8
515
99,2
520
215,6
530
38,8
532
38,8
541
301,8
551
120,7
552
142,3
554
129,3
555
112,1
557
491,5
559
750,2
561
612,2
571
146,6
573
176,8
575
120,7
577
90,5
579
263
580
146,6
581
168,1
F. Paddestoelenteelt
rubr. nr.
bss per m²
805
91,8
G. Bollenbroei en witloftrek
rubr. nr.
bss per are
911
40 per
per 1000 stuks
913
610 per
1000 kg
583
53 per
are
H. tuinbouw onder glas
rubr. nr
bss per m²
601
19,83
605
18,97
609
12,29
613
20,69
617
7,76
618
20,26
621
11,86
624
11,86
625
26,73
635
11,86
641
25,01
643
18,11
645
18,11
646
18,11
647
18,54
649
14,66
650
21,13
651
12,93
652
14,23
653
14,66
655
21,56
656
18,11
657
18,11
660
26,73
662
26,73
663
23,07
665
18,11
666
26,73
667
26,73
I. Akkerbouw
rubr. nr.
bss per are
301
11,2
303
7,9
305
9,9
307
9,0
309
6,9
311
8,0
312
7,9
313
8,0
317
10,9
321
10,9
323
16,3
325
7,9
326
10,9
327
10,6
329
11,9
331
12,3
335
13,1
341
15,1
347
31,9
349
47,2
351
19,2
353
31,8
355
16,5
357
24,0
359
15,0 2
369
6,72
373
13,02
376
13,0
377
6,0
383
18,7
385
29,0
387
18,7
389
15,0
J. Bedrijfsindeling
rubr. nr
bss per are
703
12,62
715
12,62
1 Alleen indien rubriek 247 tot en met 251 niet voorkomt.