Overgangsregeling behandeltermijnen

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
Gelet op artikel VI van de wet van 19 mei 1993, Stb. 325, houdende wijziging van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 (regeling behandeltermijnen);
Gezien de adviezen van de Pensioen- en Uitkeringsraad, de Stichting 1940–1945, de Stichting Joods Maatschappelijk Werk, de Stichting Pelita, de Stichting Burger-oorlogsgetroffenen en de Commissie Indisch Verzet;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
eerste aanvraag:

de aanvraag bedoeld in de artikelen 25, vierde lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 22, vierde lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 28, vierde lid, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 32, vierde, lid van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 38, derde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945;

b.
vervolgaanvraag:

de aanvraag dan wel het verzoek bedoeld in de artikelen 25, vijfde lid, 41, 41a of 42a van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 22, vijfde lid, 35c, 35d, of 35f van de Wet buitengewoon pensioen zeeliedenoorlogsslachtoffers, 28, vijfde lid, 47 of 49 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 32, vijfde lid, of 61, derde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 38, vierde lid, of 61, vijfde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945;

c.
bezwaarschrift:

het bezwaarschrift bedoeld in de artikelen 37 van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 33 van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 44 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 42 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 54 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945;

d.
rapport omtrent verzet en waardigheid:
e.
sociaal rapport:

het rapport bedoeld in de artikelen 31 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 36 van de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940–1945;

f.
waardigheidsverklaring:

de verklaring bedoeld in artikel 24, tweede lid, derde volzin, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945 en artikel 27, derde lid, tweede volzin, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet.

Artikel

2

Op alle eerste aanvragen, die zijn ingediend voor 1 juli 1992, beslist de Raad voor 1 januari 1994.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De termijnen, genoemd in de artikelen 4, eerste lid, en 5, eerste lid, kunnen met twee extra maanden worden verlengd, indien de aanvrager in het buitenland is gevestigd.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Degenen die een eerste aanvraag of een vervolgaanvraag, dan wel een bezwaarschrift hebben ingediend waarvoor ingevolge deze regeling een van de toepasselijke wet afwijkende behandeltermijn geldt, worden van die afwijkende behandeltermijn op de hoogte gesteld onmiddellijk na inwerkingtreding van deze regeling dan wel, indien de aanvraag of het bezwaarschrift na dat tijdstip wordt ingediend, onmiddellijk na de indiening daarvan. Daarbij worden zij gewezen op de wettelijke mogelijkheden van bezwaar en beroep en de daarmee verband houdende procedures.

Artikel

10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

11

Deze regeling wordt aangehaald als: Overgangsregeling behandeltermijnen.

De Minister voornoemd, H. d'Ancona