Wet op de gevaarlijke werktuigen: Aanwijzingsbeschikking TNO-Certification

Aanwijzingsbeschikking TNO-Certification

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gelezen het verzoekschrift van 2 maart 1993, BD/KRA-93/914 van de stichting TNO Certification te Apeldoorn, aangevuld bij brief van 19 mei 1993.
Overwegende, dat een keuringsinstantie in ieder geval moet voldoen aan de minimumcriteria voor aanwijzing genoemd in bijlage VII van de Richtlijn 89/392 EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van der Lidstaten betreffende machines (Pb EG L 183);
Overwegende dat TNO Certification aan Bijlage VII van voornoemde richtlijn voldoet voor wat betreft de machines, die zijn genoemd in artikel 2 van deze beschikking;
Overwegende dat TNO Certification ten behoeve van de keuring van de in artikel 2 genoemde machines overeenkomsten heeft gesloten met het Instituut voor Produktie en Logistiek TNO te Apeldoorn;

Besluit:

Artikel

2

Artikel

3

De keuringsinstantie dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:

  • a.

    Bij de keuring alsmede bij de uitvoering van de overige in artikel 2 beschreven taken neemt zij de in de wet, het besluit, en de regeling gestelde regels in acht. Daarbij voldoet zij tevens aan de voorschriften opgenomen in bijlage VI van de richtlijn en blijft zij voldoen aan de minimumcriteria van bijlage VII van de richtlijn.

  • b.

    Zij zorgt ervoor dat anderen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, die de in dat artikellid bedoelde beproevingen verrichten, daarbij de in de wet, het besluit, de regeling en de richtlijn gestelde regels in acht nemen. De daarvoor noodzakelijke afspraken met die anderen legt zij schriftelijk vast. Zij houdt tevens een register bij, aan de hand waarvan bedoelde anderen en de door deze uit te voeren beproevingen per soort afdoende kunnen worden geïdentificeerd.

  • c.

    Indien een ter keuring aangeboden model voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen stelt zij een EG-verklaring van typeonderzoek op als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel c, sub 3 van het besluit, die ter kennis van de aanvrager wordt gebracht. Indien zij een EG-verklaring van type-onderzoek weigert te verstrekken dan wel intrekt, doet zij hiervan onmiddellijk mededeling aan de directeur-generaal van de Arbeid onder opgave van de redenen. Van een weigering een EG-verklaring van typeonderzoek te verstrekken doet zij tevens mededeling aan de andere keuringsinstanties.

  • d.

    Zij deelt haar beslissingen, met vermelding van de mogelijkheden van beroep en de termijnen waarbinnen dat beroep moet worden ingesteld, zo spoedig mogelijk mede aan de aanvrager.

  • e.

    Zij bewaart op een systematische en behoorlijke wijze de keuringsrapporten, dossiers, verslagen, certificaten en verklaringen en overige gegevens, die samenhangen met en betrekking hebben op de vervulling van de aan haar opgedragen taken. Aan de hand van deze gegevens dienen de gekeurde machines afdoende te kunnen worden geïdentificeerd.

  • f.

    Zij blijft haar zetel in Nederland behouden.

  • g.

    Zij doet jaarlijks blijken van het afsluiten van een, gezien de taken welke uit deze beschikking kunnen voortvloeien, voldoende verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid.

  • h.

    Zij verstrekt de directeur-generaal van de Arbeid desgevraagd inlichtingen omtrent de uitvoering van deze beschikking.

  • i.

    Zij verleent de ambtenaren van het Directoraat-Generaal van de Arbeid en van de Arbeidsinspectie, die met het toezicht zijn belast, toegang tot alle plaatsen waarvan de betreding voor de vervulling van hun taak nodig is en verschaft hen op hun verzoek alle voor dit toezicht van belang zijnde informatie.

  • j.

    Zij overlegt met andere keuringsinstanties over een juiste en zo veel mogelijk uniforme toepassing van procedures, richtlijnvoorschriften en normen.

  • k.

    Indien zij van plan is werkzaamheden, waarvoor zij is aangewezen te beëindigen, deelt zij dit tenminste drie maanden vóór de voorgenomen datum van beëindiging van die werkzaamheden mede aan de directeur-generaal van de Arbeid. De in voorwaarde e genoemde gegevens draagt zij, voor zover deze betrekking hebben op de te beëindigen werkzaamheden, over aan

    • hetzij de directeur-generaal van de Arbeid,

    • hetzij, na hiervoor instemming te hebben gekregen van de directeur-generaal van de Arbeid, een andere keuringsinstantie, die werkzaamheden uitvoert als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel

4

De vergoeding voor het uitvoeren van werkzaamheden met betrekking tot de keuring van machines of het onderzoeken van technische dossiers door de keuringsinstantie bedraagt ten hoogste f350 per uur. daarbij de reis-, verblijfkosten of andere met de keuring verband houdende kosten niet inbegrepen.

Artikel

5

Deze aanwijzing treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister voornoemd,
B. de Vries