Kostenregeling Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling 1993

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Artikel

1

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

b.
rechtspersoon:

de rechtspersoon bedoeld in artikel 2, derde lid, van de wet;

c.
heffingsgrondslag:

de som van premies en directe beleggingsopbrengsten, beide zoals om-schreven in staat 3.200, 3.201, 3.210 en 3.211 van Bijlage B behorende bij artikel 3 lid 4 van het Besluit staten pensioenfondsen, met dien verstande dat de directe beleggingsopbrengsten worden bepaald op het bedrag voor aftrek van de afschrijving van de geactiveerde overrente;

d.
kosten:

de kosten die verband houden met de uitvoering van de taken en bevoegdheden van de Pensioen- & Verzekeringskamer op grond van de wet, daaronder begrepen hetgeen redelijkerwijs nodig is voor het vormen van een werkkapitaal.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

In afwijking van artikel 3, tweede lid:

  • a.

    kan de Pensioen- & Verzekeringskamer voor een door haar te bepalen tijdstip van een rechtspersoon een schriftelijke opgave van de heffingsgrondslag verlangen;

  • b.

    schat de Pensioen- & Verzekeringskamer ambtshalve de heffingsgrondslag, indien zij niet aan de staten of aan een opgave als bedoeld in onderdeel a, de benodigde gegevens kan ontlenen.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1993.

Artikel

10

Deze regeling wordt aangehaald als: Kostenregeling Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling 1993.

's-Gravenhage
de Staatssecretaris voornoemd, J.Wallage