Wet van 2 juni 1994, houdende regels met betrekking tot aspecten van het welzijnsbeleid

Welzijnswet 1994

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe wettelijke regels te stellen inzake de gezamenlijke inspanning van de overheden, om in samenwerking met het particulier initiatief en andere betrokkenen activiteiten op het terrein van het welzijnsbeleid te realiseren, te ontwikkelen en te verbeteren en voorts dat het wenselijk is het welzijnsbeleid van het Rijk eenmaal per vier jaar in een nota vast te leggen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

Algemeen

Artikel

1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b.

    welzijnsbeleid: de gezamenlijke inspanning van de overheden op maatschappelijk en sociaal-cultureel terrein, die tot doel heeft, in samenwerking met het particulier initiatief en andere betrokkenen:

    • 1°.

      de ontplooiingsmogelijkheden van mensen te vergroten en hun zelfredzaamheid alsmede hun deelname aan de samenleving te stimuleren mede om te voorkomen dat mensen in een achterstandspositie geraken;

    • 2°.

      de personen die in een achterstandspositie zijn geraakt mogelijkheden te bieden hun positie te verbeteren;

    • 3°.

      het welbevinden van personen in de samenleving op andere wijze te bevorderen;

  • c.

    uitvoerend werk: het geheel van maatschappelijke en sociaal-culturele activiteiten, rechtstreeks gericht op personen of groepen van personen in de samenleving;

  • d.

    steunfunctiewerk: het geheel van de activiteiten die het uitvoerend werk ondersteunen;

  • e.

    landelijke functie:

    • 1°.

      het volgen, signaleren en analyseren van ontwikkelingen in de samenleving;

    • 2°.

      het stimuleren van nieuw beleid, nieuwe voorzieningen en activiteiten;

    • 3°.

      het zorgdragen voor innovatieve projecten met een landelijke betekenis;

    • 4°.

      het zorgdragen voor internationale uitwisselingen van informatie;

    • 5°.

      het zorgdragen voor een landelijke infrastructuur waaronder landelijke organisaties.

Artikel

2

Deze wet is van toepassing op de volgende terreinen van het welzijnsbeleid:

  • a.

    welzijn jeugd, behoudens voor zover de Wet op de jeugdzorg van toepassing is;

  • b.

    kinderopvang;

  • c.

    maatschappelijke dienstverlening;

  • d.

    maatschappelijke opvang, waaronder sociale pensions en vrouwenopvang;

  • e.

    verslavingsbeleid, behoudens voor zover de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten van toepassing is;

  • f.

    sociaal-cultureel werk;

  • g.

    emancipatie;

  • h.

    sport;

  • i.

    welzijn ouderen, behoudens voor zover de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten van toepassing is;

  • j.

    welzijn gehandicapten;

  • k.

    welzijn etnische minderheden en groepen personen die in een met etnische minderheden vergelijkbare positie verkeren, behoudens voor zover de Wet inburgering nieuwkomers van toepassing is.

  • l.

    dienstverlening ten behoeve van door de Tweede Wereldoorlog getroffenen;

  • m.

    activiteiten in het kader van de viering van de bevrijding, de voorlichting over en herdenking van de gebeurtenissen gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Artikel

3

Hoofdstuk

II

Verantwoordelijkheidstoedeling

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Hoofdstuk

III

Kwaliteit van uitvoerend werk of steunfunctiewerk

Artikel

7

Hoofdstuk

IV

Welzijnsnota

Artikel

8

Hoofdstuk

V

Rijkssubsidies

Artikel

9

Onze Minister kan subsidies waaronder specifieke uitkeringen verstrekken ten behoeve van activiteiten op beleidsterreinen die op grond van de artikelen 4, derde lid, en 5 tot de verantwoordelijkheid van het Rijk behoren.

Artikel

9a

Onze Minister verstrekt slechts subsidie op grond van een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 10 tenzij het een subsidie betreft:

Artikel

10

Artikel

10a

Hoofdstuk

VI

Bijzondere bepalingen

Artikel

11

Burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten die subsidie verstrekken voor activiteiten op de in artikel 2 genoemde terreinen dragen er zorg voor dat de subsidie-ontvanger desgevraagd meewerkt aan door of namens Onze Minister ingestelde onderzoeken die er op zijn gericht Onze Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de uitvoering van de landelijke functie.

Artikel

11a

Artikel

12

Hoofdstuk

VII

Wijziging van enkele wetten

Artikel

13

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

14

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

15

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

16

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk

VIII

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

17

Na de inwerkingtreding van deze wet berust het Besluit subsidiëring en stimulering voorzieningen van maatschappelijk en sociaal-cultureel welzijn op artikel 10, eerste lid, van deze wet.

Artikel

18

Burgemeester en wethouders verstrekken aan de verhuurder van woningen aan wie voor 1986 door Onze Minister een subsidie is toegekend op grond van artikel 2 van het Interimbesluit woontussenvoorzieningen, subsidie in de kosten van voorzieningen die gericht zijn op het handhaven en bevorderen van de mogelijkheden voor ouderen om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen, voor zover het bewoners betreft ten behoeve van wie in 1986 door Onze Minister subsidie is verstrekt. Het subsidie is zodanig dat de verhuurder ten behoeve van deze bewoners de bedoelde voorzieningen op gelijke voet als in 1986 kan blijven aanbieden.

Artikel

19

Vervallen

Artikel

20

Artikel

21

Bevat wijzigingen in deze regelgeving.

Artikel

22

Artikel

23

Deze wet kan worden aangehaald als: Welzijnswet met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H. d’Ancona
De Minister van Justitie, A. Kosto