Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
de Wet op de telecommunicatievoorzieningen;
de Minister van Verkeer en Waterstaat;
het college, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit;
het college, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit;
het systeem, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Besluit mobiele telecommunicatie GSM;
de specificatie van het Europees Telecommunicatie Standaardisatie Instituut betreffende zend- en ontvangkarakteristieken van auto- en zaktelefoons en basisstations alsmede van hun prestaties;
de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 13a van de wet, voor GSM of van de tijdelijke vergunning, bedoeld in artikel 13i, derde lid, van de wet, voor GSM;
31 december van het kalenderjaar waarover informatie wordt verstrekt;
de mate waarin het Nederlands grondgebied met inbegrip van de Waddeneilanden en de binnenwateren wordt bestreken door het GSM netwerk, uitgedrukt in een percentage;
het klokuur waarin de hoeveelheid verkeer het grootste is;
het aantal malen dat een verbindingsopbouw niet tot stand komt, weergegeven als een percentage van het totaal aantal verbindingen over een vast te stellen periode;
het aantal malen dat een verbinding voortijdig wordt afgebroken of onderbroken, weergegeven als een percentage van het totaal aantal verbindingen over een vast te stellen periode. Onder een voortijdige onderbreking wordt verstaan een gehele of gedeeltelijke onderbreking van de verbinding waarbij bij een gedeeltelijke onderbreking sprake moet zijn van een zodanige afname van de kwaliteit van de overdracht over een periode langer dan 10 seconden dat een gesprek onmogelijk is;
een chipkaart met informatie die toegang tot GSM diensten geeft;