Regeling landbouwtelling 1995

Regeling landbouwtelling 1995

De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Mede gelet op verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 februari 1988 houdende organisatie van communautaire enquêtes inzake de structuur van de landbouwbedrijven in het tijdvak van 1988 tot en met 1997 (PbEG L 56), laatstelijk gewijzigd bij beschikking nr. 94/677/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 oktober 1994 (PbEG L 269);
Gezien het advies van het Landbouwschap;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
minister:

minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

b.
regiomanager:

regiomanager van de Dienst Uitvoering Regelingen in wiens regio het landbouwbedrijf van de opgaveplichtige is geregistreerd;

c.
teller:

degene die in opdracht van de regiomanager, als bedoeld onder b, is belast met taken in het kader van de uitvoering van de landbouwtelling;

d.
oproepformulier:

het als bijlage I opgenomen modelformulier;

e.
beschrijvingsbiljet:

het als bijlage II opgenomen modelformulier voor de periodieke inventarisatie in land- en tuinbouw of het door de opgaveplichtige bij de teller, als bedoeld onder c, te ondertekenen computeruitdraai waarop de op het beschrijvingsbiljet gevraagde gegevens staan vermeld;

f.
hulpformulier:

het als bijlage III opgenomen hulpformulier behorend bij het beschrijvingsbiljet;

g.
opgaveplichtige:

degene die, anders dan in het kader van de teelt van griendhout, riet en biezen, in de landbouw zijn hoofdbestaan of een gedeelte van zijn bestaan vindt, voor zover hem een beschrijvingsbiljet, als bedoeld in onderdeel e, dan wel anderszins een oproep voor de landbouwtelling is uitgereikt of is toegezonden;

h.
zittingsdag:

dag waarop de opgaveplichtige is uitgenodigd om op de daartoe aangegeven plaats de landbouwtellingsgegevens te verstrekken.

Artikel

2

In het tijdvak dat loopt van 3 april 1995 tot en met 30 juni 1995 wordt een landbouwtelling gehouden als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet (Stb. 1957, 342).

Artikel

3

Een opgaveplichtige wordt in kennis gesteld van de zittingsdag van de landbouwtelling.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Voor de bepaling van de bedrijfsomvang geldt dat één Nederlandse grootte-eenheid gelijk is aan 1320 ecu totaal bruto standaardsaldo.

Artikel

7

Deze regeling zal met de toelichting en bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Voor deze,
T.H.J. Joustra

I

De in het modeloproepformulier (bijlage I) opgenomen gegevens zijn met uitzondering van het voorblad en het achterblad identiek aan de gegevens die zijn opgenomen in de rubrieken A tot en met I van het hierna afgedrukte modelbeschrijvingsbiljet (bijlage II). Die identieke gegevens van bijlage I zijn hieronder niet afgedrukt.

Raadpleeg voor het formulier de gedrukte Staatscourant 1995/65.

IV

Normen bruto standaardsaldi (bss) ten behove van de Landbouwtelling 1995

Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 1995/65.

V

Normen standaard bedrijfseenheden (sbe) ten behoeve van landbouwtelling 1995

Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 1995/65.