Instelling Buitengewone Dienst Commissie USZO

De Minister van Binnenlandse Zaken,
mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Defensie,
Gezien
  • de verklaring van de medezeggenschapsorganen van de basisorganisaties in het kader van de fusering tot één uitvoeringsorganisatie, te weten de Uitvoeringsorganisatie Sociale Zekerheid Overheids- en onderwijspersoneel;

  • de aanvulling hierop van 18 mei 1995;

  • het besluit van de Buitengewone Bijzondere Commissie USZO, genomen in de vergadering van 15 juni 1995;

Besluit:

Artikel

1

Er is een Buitengewone Dienst Commissie USZO die, met inachtneming van de ter zake neergelegde bepalingen in het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie, het Algemeen Rechtspositiereglement Informatie Beheer Groep en het Arbeidsvoorwaardenreglement Algemeen burgerlijk pensioenfonds en de hieruit voortvloeiende uitvoeringsbepalingen, tot taak heeft de taken van de Dienstcommissie van:

  • a.

    de Dienst Uitvoering Ontslaguitkeringen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken,

  • b.

    de Dienst Sociale Zekerheid Militairen van het Ministerie van Defensie,

  • c.

    de Informatie Beheer Groep, onderdeelcommissie Uitkeringen Onderwijs,

  • d.

    het Sociaal Zekerheidsbedrijf van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, inzake de voorgenomen samenvoeging en verzelfstandiging van de onder a tot en met d genoemde dienstonderdelen op zich te nemen.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De Buitengewone Dienst Commissie USZO zal worden ontbonden op het moment dat de Uitkeringsinstelling Sociale Zekerheid Overheid en onderwijs geprivatiseerd is en op grond van de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden een Ondernemingsraad is ingesteld.

Artikel

7

Indien tijdens de zittingstijd van de Buitengewone Dienst Commissie USZO een van de in artikel 1 genoemde Dienstcommissies vervangen wordt door een ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden, treedt deze ondernemingsraad in de rechten en verplichtingen van de bedoelde Dienstcommissie.

Artikel

8

Deze regeling, die wordt gepubliceerd in de Staatscourant, treedt in werking met ingang van de tweede dag volgend op de publicatie.

Afschrift van deze regeling zal worden gezonden aan:

– de Algemene Rekenkamer;

– De Minister van Defensie;

– De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

– de raad van toezicht van de Informatie Beheer groep;

– het bestuur van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds;

– de Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel;

– de Bijzondere Commissie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken;

– de Bijzondere Commissie van het Ministerie van Defensie;

– de Bijzondere Commissie van de Informatie Beheer Groep;

– het Georganiseerd Overleg van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds;

– de in dit besluit genoemde Dienstcommissies;

– de Directeur-generaal Management en Personeelsbeleid.

’s-Gravenhage
De Minister van Binnenlandse Zaken, H.F.Dijkstal