Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Marine Beveiligingskorps 1995

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder

buitengewoon opsporingsambtenaar:

de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

De ambtenaren werkzaam bij het Marine Beveiligingskorps van de Koninklijke Marine en zijn aangesteld als commandant vaarsurveillance zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Het hoofd van het Marine Beveiligingskorps brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het Marine Beveiligingskorps;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichtte activiteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel

8

Vervallen

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en is geldig tot 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.

Artikel

10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Marine Beveiligingskorps 1995.

Dit besluit wordt in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Justitie,
namens deze,
Het hoofd van de Directie Politie, J. vanEes