Regeling voorziening veroudering ziektekostenverzekeringen

Regeling voorziening veroudering ziektekostenverzekeringen

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Deze regeling treedt in werking met ingang van 31 december 1996.

Artikel

5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorziening veroudering ziektekostenverzekeringen. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Apeldoorn
Verzekeringskamer A.J. Vermaat voorzitter bestuur A.I.M. Kool lid bestuur

Bijlage

Rekenschema voor de Voorziening Veroudering Ziektekostenverzekeringen

Alle overeenkomsten van ziektekostenverzekering worden ingedeeld naar actuariële en niet-actuariële tarieftypen. Overeenkomsten van collectieve ziektekostenverzekering zijn als afzonderlijke, actuariële dan wel niet-actuariële tarieftypen te beschouwen. Standaardverzekeringen worden als één tarieftype, STD, aangemerkt.

Voor alle tarieftypen (actuarieel en niet-actuarieel) met uitzondering van tarieftype STD worden produktsoorten p=(A,B) omschreven op basis van:

A, de verzekerde klasse: III (A=1) of II en hoger (A=2);

B, eigen risico:< € 113,45 (B=1) of > € 113,45 (B=2).

I

Bepaling portefeuille-samenstelling en gezamenlijke schadenormering

Vul tabel I en tabel II in aan de hand van onderstaande definities van aantallen en schadegrootheden:

M(p,c): aantal niet-collectief verzekerden per 1 juli van het boekjaar in produktsoort p en leeftijdscategorie c;

M(c) = Σp M(p,c);

S(p): de in het boekjaar geboekte totale schade bij produktsoort p;

S= Σp S(p);

S(c): schadefactor in leeftijdscategorie c (t.o.v. de schade in leeftijdscategorie 40-44) op basis van alle niet-collectieve verzekeringen in de produktsoorten p = (1,1);

W(p): wegingsfactor in produktsoort p (t.o.v. produktsoort p = (1,1));

gS: genormeerde schadefactor =

Σ19c=1 Σp M(p,c) x S(c) x W(p);

BS: basisschade = S/gS;

Ma(p,c,T): aantal niet-collectief verzekerden per 1 juli van het boekjaar bij tarieftype T in produktsoort p en leeftijdscategorie c met een actuariële premiestructuur;

G(p,T): Gp-factor bij tarieftype T zoals bepaald volgens het rekenschema voor de Actuariële Voorziening Ziektekostenverzekeringen;

Ma(p,c) = ΣT Ma(p,c,T) x G(p,T);

Ma(c) = Σp Ma(p,c);

N(c) = M(c) - Ma(c);

Tabel I

Leeftijdscategorie

Schadefactor

M(p,c) bij produktsoort p

M(c)

c =

S(c) =

p = (1,1)

p = (1,2)

p = (2,1)

p = (2,2)

1

0-4

1,37

2

5-9

0,53

3

10-14

0,79

4

15-19

0,75

5

20-24

0,67

6

25-29

0,91

7

30-34

1,13

8

35-39

1,04

9

40-44

1,00

10

45-49

1,25

11

50-54

1,63

12

55-59

2,15

13

60-64

2,78

14

65-69

3,77

15

70-74

5,06

16

75-79

6,18

17

80-84

6,68

18

85-89

6,90

19

90 +

6,36

Sp =

W(p) =

1,00

0,75

1,24

0,93

S =

gS =

BS =

Tabel II

Leeftijdscategorie

Ma(p,c) bij produktsoort p

Ma(c)

M(c)

N(c)

c=

p=(1,1)

p=(1,2)

p=(2,1)

p=(2,2)

6

25 – 29

7

30 – 34

8

35 – 39

9

40 – 44

10

45 – 49

11

50 – 54

12

55 – 59

13

60 – 64

II

Bepaling VVZ

De voorziening is in beginsel per verzekerde bepaald als de contante waarde van de gemiddelde overschade ten opzichte van de (netto) standaardpremie. Binnen iedere toekomstige vijfjaarsperiode worden positieve en negatieve contante waarden over alle verzekerden gesaldeerd. De som over alle toekomstige vijfjaarsperioden van de positieve saldovoorzieningen geeft de totale voorziening. Voor de vorming van de totale voorziening geldt een opbouwformule.

De voorziening heeft alleen betrekking op verzekerden van 25 tot 65 jaar.

Bij de berekening van de Voorziening Veroudering Ziektekostenverzekeringen (VVZ) blijven buiten beschouwing:

  • alle collectieve overeenkomsten voor zover opzegbaar door de verzekeraar;

  • alle verzekeringen van tarieftype STD.

Verzekeringen met een hogere verzekerde klasse dan klasse III worden in het rekenschema verwerkt als zijnde verzekeringen met klasse III.

Vul vervolgens Tabel III in aan de hand van onderstaande toelichting:

BS = BS volgens Tabel I;

SSPn: WTZ-premie (65–) verminderd met de wettelijke kostenopslag (op jaarbasis);

N (c, j) = N (c) volgens Tabel II voor iedere toekomstige vijfjaarsperiode j per leeftijdscategorie c;

S (c, j) = S (c+j) volgens Tabel I, per leeftijdscategorie c en toekomstige vijfjaarsperiode j;

OS (c, j) = BS x S (c, j) – SPPn, per leeftijdscategorie c en toekomstige vijfjaarsperiode j;

f5 (c, j): contante waarden per gulden overschade in leeftijdscategorie c en toekomstige vijfjaarsperiode j;

V (c, j) = N (c, j) x OS (c, j) x f5 (c, j), per leeftijdscategorie c en toekomstige vijfjaarsperiode j;

V (j) = Σ13c=6V (c, j);

VVZ (j) = Max { 0 ; V (j) };

VVZtotaal = Σ7 j=0 VVZ (j) ;

Q: aantal toekomstige vijfjaarsperioden waarin V (j) negatief is;

(Boekjaar – 1995)

VVZopbouw = VVZtotaal x

---------------------------------------

(Boekjaar – 1995) + 3 x Q

Tabel III

Boekjaar =

BS =

SPPn =

N(c,,j) = N(c) volgens Tabel II, voor alle j

OS(c,,j) = BS * S(c,,j) - SPPn (in euro's)

V(c,,j) = N(c,,j) * OS(c,,j) * f5(c,,j) (in euro's)

j = 0

j = 1

j = 2

j = 3

j = 4

j = 5

j = 6

j = 7

c = 6

25-29

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

0,91

2,40

1,13

1,34

1,04

0,44

1,00

0,17

1,25

0,07

1,63

0,03

2,15

0,02

2,78

0,01

V(c,,j) =

c = 7

30-34

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

1,13

2,48

1,04

1,65

1,00

0,62

1,25

0,26

1,63

0,13

2,15

0,07

2,78

0,03

V(c,,j) =

c = 8

35-39

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

1,04

2,53

1,00

1,86

1,25

0,79

1,63

0,39

2,15

0,21

2,78

0,11

V(c,,j) =

c = 9

40-44

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

1,00

2,57

1,25

2,12

1,63

1,05

2,15

0,56

2,78

0,28

V(c,,j) =

c = 10

45-49

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

1,25

2,63

1,63

2,45

2,15

1,31

2,78

0,66

V(c,,j) =

c = 11

50-54

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

1,63

2,66

2,15

2,66

2,78

1,34

V(c,,j) =

c = 12

55-59

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

2,15

2,68

2,78

2,50

V(c,,j) =

c = 13

60-64

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

2,78

2,29

V(c,,j) =

V(j) =

VVZ(j) =