Regeling ontheffingen vestigingsvergunning bedrijven

De Minister van Economische Zaken,

Besluit:

Artikel

2

De bevoegdheid tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet wordt overgedragen aan de raad, onder de daaraan in deze regeling gestelde voorschriften.

Artikel

3

Een ontheffing wordt verleend indien naar het oordeel van de raad sprake is van een bijzonder geval en gewichtige belangen tot het verlenen van een ontheffing aanleiding geven.

Artikel

4

Een grond voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 3 is gelegen in de omstandigheid dat de persoon die blijkens de aanvraag als bedrijfsleider of als beheerder zal optreden, de beschikking heeft over één of meer bescheiden waaraan naar het oordeel van de raad dezelfde of nagenoeg dezelfde waarde kan worden toegekend als aan de krachtens het Vestigingsbesluit bedrijven aangewezen bewijsstukken waaruit blijkt van het voldoen aan de bij dat besluit voor het betrokken bedrijf gestelde eisen.

Artikel

5

Een ontheffing wordt voorts verleend indien de persoon die blijkens de aanvraag als bedrijfsleider of beheerder zal optreden voldoet aan de voorwaarden, gesteld in een richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen met betrekking tot de vestiging van of het verrichten van diensten door natuurlijke personen en vennootschappen op het grondgebied van een van de lid-staten van de Europese Gemeenschappen, dan wel, met toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, op het grondgebied van een andere Staat die partij is bij die Overeenkomst.

Artikel

6

Artikel

7

Vervallen

Artikel

8

Een ontheffing wordt voorts verleend op een daartoe strekkende aanvraag die betrekking heeft op de uitoefening van het bij het Vestigingsbesluit bedrijven aangewezen bouwbedrijf, indien de aanvraag gegrond is op de omstandigheid dat de persoon die blijkens de aanvraag als bedrijfsleider zal optreden de beschikking heeft over een diploma vakbekwaamheid voor het metselaarsbedrijf of het timmerbedrijf als bedoeld in de artikelen 12 en 13 van de Regeling aanwijzing bewijsstukken vakbekwaamheid Vestigingswet Bedrijven 1954, en tenminste gedurende twee jaar als bedrijfsleider of beheerder handelingen heeft verricht die worden aangemerkt als het uitoefenen van het bouwbedrijf, bedoeld in artikel 4 van het Vestigingsbesluit bedrijven.

Artikel

8a

Vervallen

Artikel

9

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.

Artikel

12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling ontheffingen vestigingsvergunning bedrijven.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken, G.J.Wijers