Mandaatregeling VWS

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Definities en reikwijdte

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b.

    mandaat: bevoegdheid om in naam van de Minister besluiten te nemen;

  • c.

    gemandateerde: degene aan wie mandaat is verleend;

  • d.

    mandaatgever: degene die mandaat verleent;

  • e.

    machtiging: bevoegdheid om in naam van de Minister handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

  • f.

    collegiaal managementteam: groep leidinggevenden van een directie of eenheid;

  • g.

    budget: budget als bedoeld in artikel 1 van het Organisatiebesluit VWS 2025.

Artikel

1a

Personeelsaangelegenheden

Vervallen

Artikel

1b

Machtiging

Hetgeen in deze regeling is bepaald met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing op machtiging.

Hoofdstuk

2

Algemene bepalingen

Artikel

2

Uitoefening bevoegdheid door mandaatgever

Artikel

3

Aanwijzingen en inlichtingen

Artikel

4

Toerekening aan mandaatgever

Een door de gemandateerde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid genomen besluit geldt als een besluit van de mandaatgever.

Artikel

5

Beperking uitoefening mandaat

Vervallen

Artikel

6

Vermelden mandaatgever

Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bewindspersoon het besluit is genomen.

Artikel

7

Vervanging

Hoofdstuk

3

Verlening algemeen mandaat

Artikel

8

De Secretaris-Generaal

De Secretaris-Generaal heeft mandaat ten aanzien van alle stukken met uitsluiting van de stukken die ingevolge artikel 11 door de Minister dienen te worden ondertekend.

Artikel

9

De plaatsvervangend Secretaris-Generaal

Behoudens artikel 12, heeft de plaatsvervangend Secretaris-Generaal mandaat ten aanzien van dezelfde stukken als de Secretaris-Generaal, voor zover die behoren tot zijn werkterrein.

Artikel

10

Artikel

10a

Het mandaat, bedoeld in artikel 8, 9 en 10, hebben de Secretaris-Generaal, de plaatsvervangend Secretaris-Generaal, de Directeuren-Generaal van het kernministerie en de directeuren van het kernministerie alleen binnen de aan hen toegewezen budgetten.

Hoofdstuk

4

Beperkingen algemeen mandaat

Artikel

11

Minister

Artikel

12

Secretaris-Generaal

In afwijking van de artikelen 9 en 10 heeft de Secretaris-Generaal het mandaat met betrekking tot de stukken bestemd voor de Nationale ombudsman.

Artikel

13

In afwijking van artikel 10 hebben de Secretaris-Generaal, de Directeuren-Generaal van het kernministerie en de functionarissen genoemd in artikel 10, eerste lid, onder b, c en e, ieder mandaat ten aanzien van beleidsregels, alsmede ten aanzien van circulaires die tot hun werkterrein behoren en die worden gebruikt voor:

  • a.

    bekendmaking van beleidsmaatregelen en daarmee samenhangende voorschriften;

  • b.

    het verzoeken om medewerking;

  • c.

    het vragen om inlichtingen.

Artikel

13a

Artikel

14

Artikel

15

Wet open overheid

Artikel

15a

Artikel

15b

Artikel

15c

De Directeur-Generaal van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft mandaat tot het nemen van besluiten tot openbaarmaking van onderzoeksresultaten, publiekssamenvattingen en persberichten op grond van artikel 3.1, eerste lid, van de Wet open overheid.

Hoofdstuk

5

Ondermandaat

Artikel

16

Ondermandaat

Hoofdstuk

5a

Bijzonder ondermandaat

Artikel

16a

Bijzonder ondermandaat

Hoofdstuk

6

Mandaatregister

Artikel

17

Hoofdstuk

7

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

18

Overgangsbepaling

Artikel

19

Intrekking

De regeling van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 31 januari 1984, kenmerk CDJBZ-46, wordt ingetrokken.

Artikel

20

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 1996.

Artikel

21

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling VWS.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.Borst-Eilers