Regeling agrimonetaire compensatie 1996/1997

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Gelet op artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1527/95 van de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1995 tot vaststelling van de compenserende steun in verband met de verlaging van de landbouwomrekeningskoersen voor bepaalde valuta’s (PbEG L 148) en Verordening (EG) nr. 2921/95 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 december 1995 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen betreffende de compenserende steun in verband met de verlaging van bepaalde landbouwomrekeningskoersen (PbEG L 305);
Gelet op artikel 15 van de Landbouw-wet;
Gelet op de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeen-schappen van het Nederlandse programma betreffende de compenserende steun in verband met de verlaging van bepaalde landbouwomrekeningskoersen bij beschikking van 17 juli 1996, nummer SG(96)D/34700;

Besluit:

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
minister:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

b.
landbouwbedrijf:

geheel van productie-eenheden in Nederland, bestaande uit één of meer gebouwen of gedeelten daarvan en daarbij behorende cultuurgrond, uitsluitend of ondermeer dienende tot uitoefening van de landbouw;

c.
rechtspersoon:

rechtspersoon, anders dan een publiekrechtelijke rechtspersoon;

d.
LASER:

Dienst Landelijke service bij regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

e.
landbouwtelling:

landbouwtelling als bedoeld in artikel 24 van de Landbouwwet;

f.
beschrijvingsbiljet:

beschrijvingsbiljet als bedoeld in artikel 25 van de Landbouwwet, zoals dit door de minister ten behoeve van de in 1995 gehouden landbouwtelling is vastgesteld.

2

De minister kent met inachtneming van de volgende bepalingen een tegemoetkoming toe aan landbouwbedrijven ter zake van het inkomensverlies dat op die bedrijven in de productierichtingen melk, rundvlees, suikerbieten, granen en fabrieksaardappelen is geleden in de periode van 1 juli 1995 tot 1 juli 1997, als gevolg van de verlaging per 1 juli 1995 van de landbouwomrekeningskoers van de gulden.

3

De tegemoetkoming wordt uitsluitend verstrekt aan natuurlijke personen of rechtspersonen die blijkens hun statuten ten doel hebben een landbouwbedrijf te exploiteren,

  • die blijkens de gegevens van het Bedrijfs Registratie Systeem van LASER op 30 juni 1995 voor eigen rekening en risico een landbouwbedrijf exploiteerden,

  • voor welk landbouwbedrijf opgave is gedaan in het kader van de in 1995 gehouden landbouwtelling en

  • waarop blijkens de gegevens van deze landbouwtelling gewassen zijn geteeld of dieren werden gehouden behorend tot één of meer van de in de bijlage bij deze regeling opgenomen rubrieken van het beschrijvingsbiljet.

4

5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling agrimonetaire compensatie 1996/1997.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J.J. vanAartsen

Bijlage

Rubriek

Landbouwtelling

1995

Compensatie

eerste termijn

per hectare of dier

in guldens

Compensatie

tweede termijn

per hectare of dier

in guldens

I. VROUWELIJK VEE

a. geen vlees- of weidevee:

jongvee vr <1 jr

201

5,10

3,40

jongvee vr < 1-2 jr

205

7,75

5,15

jongvee vr >2 jr

(nog nooit gekalfd)

209

7,75

5,15

b. vlees- en weidevee:

vlees- en weidekoeien >2jr

229

5,60

3,70

zoogkoeien

228

8,40

5,60

jongvee vr <1 jr

217

5,60

3,70

jongvee vr 1-2 jr

221

5,60

3,70

jongvee vr >2 jr

225

5,60

3,70

II. MANNELIJK VEE

a. geen vlees- of weidevee:

jongvee mnl <1 jr

203

28,40

18,90

jongvee mnl 1-2 jr

207

43,10

28,70

b. vlees- en weidevee:

jongvee mnl <1 jr

219

15,00

10,00

jongvee mnl 1-2 jr

223

31,20

20,80

jongvee mnl >2 jr

227

31,20

20,80

III. VLEESKALVEREN

vleeskalveren wit

214

1,60

1,05

vleeskalveren rosé

216

2,25

1,50

IV. MELK

melk- en kalfkoeien

211

40,90

27,25

V. GRANEN

wintertarwe

301

22,60

15,05

zomertarwe

303

18,20

12,10

wintergerst

305

19,85

13,20

zomergerst

307

18,00

12,00

rogge (geen snijrogge)

309

15,25

10,15

haver

311

15,75

10,50

triticale

312

19,20

12,80

korrelmais

313

18,20

12,10

VI. SUIKERBIETEN

357

60,35

40,25

VII. FABRIEKSAARDAPP.

355

58,80

39,20