Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Financiën;
Besluiten:
In deze regeling wordt verstaan onder:
de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Financiën;
Het verslag van gedeputeerde staten, bedoeld in artikel 20 van het besluit, bevat in ieder geval:
een beschrijving van de maatregelen die gedeputeerde staten hebben getroffen om evenwicht in de begroting van de gemeente te brengen of te houden;
een analyse van de ontwikkelingen in de lasten en baten van de gemeente;
een analyse van de ontwikkelingen in de reserves en voorzieningen van de gemeente;
een analyse van de ontwikkelingen in de gegevens over de fysieke, sociale en financiële structuur van de gemeente;
een berekening en beoordeling van de mate waarin sprake is van een aanmerkelijk en structureel tekort van de gemeente en van het in artikel 24 van het besluit juncto artikel 4 van deze regeling bedoelde redelijk peil.
Bij het verslag worden betrokken:
de vastgestelde begroting van de gemeente voor het jaar waarover de aanvullende uitkering wordt aangevraagd;
de begrotingswijzigingen die gelijktijdig met de begroting zijn vastgesteld;
de begrotingen voor de vijf jaren voorafgaand aan het onder a bedoelde jaar;
de rekeningen over de vier jaren die voorafgaan aan het jaar waarin een aanvullende uitkering voor een volgend jaar wordt aangevraagd.
Vervallen
Het tarief, bedoeld in artikel 24 , eerste lid onder a. van het besluit, bedraagt € 6,81 per € 2.268,- waarde van de onroerende zaken.
Bij het nemen van een besluit omtrent de verstrekking van een aanvullende uitkering aan de gemeente laten de ministers bij de bepaling van de financiële positie van de gemeente buiten beschouwing de besluiten van de gemeente, genomen na de indiening van de aanvraag, die:
leiden tot nieuwe lasten of tot verhoging van bestaande lasten of tot een verlaging van bestaande baten;
in de toekomst kunnen leiden tot nieuwe lasten of verhoging van bestaande lasten, verlaging van bestaande baten of de vermindering van het vermogen van de gemeente.
De ministers verlenen slechts een aanvullende uitkering indien de eigen inkomsten van de gemeente vanaf het jaar waarover wordt aangevraagd ten minste liggen op het in artikel 24 van het besluit juncto artikel 4 van deze regeling bedoelde redelijk peil.
De ministers verbinden aan een besluit tot verlening van een aanvullende uitkering aan de gemeente in ieder geval voorschriften die er toe strekken dat de eigen inkomsten van de gemeente ten minste op het in artikel 24 van het besluit juncto artikel 4 van deze regeling bedoelde redelijk peil blijven.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende uitkering gemeentefonds.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.