Regeling aanvullende uitkering gemeentefonds

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mw. A.G.M. van de Vondervoort, en de Staatssecretaris van Financiën,
Gelet op artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en artikel 8 van het Besluit financiële verhouding Rijk-gemeenten;

Besluiten:

Paragraaf

1

Begripsbepalingen

Paragraaf

2

Voorschriften inzake het verslag van gedeputeerde staten en het toepassen van enkele begrippen

Artikel

2

Artikel

3

Vervallen

Paragraaf

3

Beleidsregels bij het gebruik van de bevoegdheid tot het verlenen van een aanvullende uitkering

Artikel

5

Artikel

6

De ministers verlenen slechts een aanvullende uitkering indien de eigen inkomsten van de gemeente vanaf het jaar waarover wordt aangevraagd ten minste liggen op het in artikel 24 van het besluit juncto artikel 4 van deze regeling bedoelde redelijk peil.

Artikel

7

De ministers verbinden aan een besluit tot verlening van een aanvullende uitkering aan de gemeente in ieder geval voorschriften die er toe strekken dat de eigen inkomsten van de gemeente ten minste op het in artikel 24 van het besluit juncto artikel 4 van deze regeling bedoelde redelijk peil blijven.

Paragraaf

4

Slotbepalingen

Artikel

8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.

Artikel

9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende uitkering gemeentefonds.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, A.G.M. van deVondervoort
De Staatssecretaris van Financiën, W.A.F.G.Vermeend