Regeling houdende nadere regels ten aanzien van liften

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
het besluit:
b.
lift, veiligheidscomponenten, keuringsinstantie, richtlijn en wet:

hetgeen het besluit daaronder verstaat.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Als ambtenaar, die ingevolge artikel 11 van de wet bevoegd is tot het verlenen van ontheffing van het bij of krachtens de wet bepaalde, wordt, ten aanzien van liften en veiligheidscomponenten die gebruikt worden in de bij een mijn behorende bovengronds gelegen werken en inrichtingen, die zijn aangewezen krachtens artikel 9, eerste lid, onder a, van de Mijnwet 1903, aangewezen de Inspecteur-Generaal der Mijnen.

Artikel

6

De vergoeding voor het uitvoeren van werkzaamheden met betrekking tot liften en veiligheidscomponenten door de keuringsinstantie bedraagt ten hoogste € 160 exclusief BTW per uur, daarbij de reis-, verblijfkosten of andere met de keuring verband houdende kosten niet inbegrepen.

Artikel

7

Het merk van afkeuring van liften of veiligheidscomponenten bestaat uit een metalen plaat waarop duidelijk en onuitwisbaar vermeld is:

Schaal 1:1

Het merk van afkeuring wordt door middel van stevig metaaldraad en een loodzegel aan de lift of de veiligheidscomponent bevestigd.

Artikel

8

Verzegeling van een lift vindt plaats door het aanbrengen van één of meer zegels op zodanige wijze, dat zonder verbreking, opheffing of beschadiging van die zegels de lift niet kan worden gebruikt.

Artikel

9

Een certificaat van goedkeuring als bedoeld in artikel 17 van het besluit verliest zijn geldigheid twaalf maanden na de datum van de eerste keuring, op grond waarvan het certificaat is afgegeven en vervolgens telkens achttien maanden na afloop van de geldigheidstermijn van het vorige certificaat, met dien verstande dat, indien buiten toedoen van de lifthouder niet tijdig kan worden gekeurd, het certificaat zijn geldigheid behoudt gedurende ten hoogste vier maanden na afloop van de termijn waarvoor het is afgegeven.

Artikel

10

De regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 juni 1987, nr. DGA/WJZ/87/6865A, ter uitvoering van de EEG-richtlijnen 84/528/EEG en 84/529/EEG (Stcrt. 124)1, wordt ingetrokken.

Artikel

12

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1997, met uitzondering van de artikelen 10 en 11, die in werking treden met ingang van 1 juli 1999.

’s-Gravenhage
DeStaatssecretarisvoornoemd, F.H.G. deGrave