-
a.
Bij de keuring alsmede bij de uitvoering van de overige in artikel 2, eerste lid, beschreven taken neemt zij de in de wet, het besluit, en de regeling gestelde regels in acht.
Daarbij voldoet zij tevens aan de voorschriften opgenomen in bijlage VI van de richtlijn en blijft zij voldoen aan de minimumcriteria van bijlage VII van de richtlijn.
-
b.
Zij zorgt ervoor dat anderen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, die de in dat artikellid bedoelde beproevingen verrichten, daarbij de in de wet, het besluit, de regeling en de richtlijn gestelde regels in acht nemen.
De daarvoor noodzakelijke afspraken met die anderen legt zij schriftelijk vast.
Zij houdt tevens een register bij, aan de hand waarvan bedoelde anderen en de door deze uit te voeren beproevingen per soort afdoende kunnen worden geïdentificeerd.
-
c.
Indien een ter keuring aangeboden model voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen stelt zij een EG-verklaring van typeonderzoek op als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel c, sub 3 van het besluit, dat ter kennis van de aanvrager wordt gebracht.
Indien zij een EG-verklaring van typeonderzoek weigert te verstrekken dan wel intrekt, doet zij hiervan onmiddellijk mededeling aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder opgave van de redenen. Van een weigering een EG-verklaring van typeonderzoek te verstrekken doet zij tevens mededeling aan de andere keuringsinstanties.
-
d.
Zij deelt haar beslissingen zo spoedig mogelijk mede aan de aanvrager. Zij vermeldt daarbij de mogelijkheden van bezwaar en beroep alsmede de termijnen waarbinnen dat bezwaar of beroep moet worden ingesteld.
-
e.
Zij bewaart op een systematische en behoorlijke wijze de keuringsrapporten, dossiers, verslagen, certificaten en verklaringen en overige gegevens, die samenhangen met en betrekking hebben op de vervulling van de aan haar opgedragen taken.
Aan de hand van deze gegevens dienen de gekeurde machines afdoende te kunnen worden geïdentificeerd.
-
f.
Zij blijft haar zetel in Nederland behouden.
-
g.
Zij doet jaarlijks blijken van het afsluiten van een, gezien de taken welke uit deze beschikking kunnen voortvloeien, voldoende verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid.
-
h.
Zij verstrekt het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid desgevraagd inlichtingen omtrent de uitvoering van deze beschikking. Tevens verstrekt zij genoemd Ministerie elk jaar een schriftelijke rapportage over de werkzaamheden, die zij in het voorafgaande jaar ter uitvoering van deze beschikking heeft verricht. Deze rapportage voldoet tenminste aan het bepaalde in bijlage 1.
-
i.
Zij verleent de ambtenaren van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die met het toezicht zijn belast, toegang tot alle plaatsen waarvan de betreding voor de vervulling van hun taak nodig is en verschaft hen op hun verzoek alle voor dit toezicht van belang zijnde informatie.
-
j.
Zij informeert het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onmiddellijk indien de op haar naam gestelde erkenning van de stichting Raad voor Accreditatie nr. C 19 zijn geldigheid verliest of dreigt te verliezen voor wat betreft het certificatieschema Machinerichtlijn, werkterrein houtbewerkingsmachines.
Tevens stelt zij genoemd Ministerie terstond in het bezit van de beoordelingsrapportages van de stichting Raad voor Accreditatie betreffende voornoemd erkenning en certificatieschema, alsmede van de daaromtrent gevoerde correspondentie.
-
k.
Zij laat haar erkenning van de Raad voor Accreditatie nr. C 19 beoordelen aan de hand van een richtlijn-specifiek accreditatieschema betreffende richtlijn 89/392/EEG, zodra dit schema is vastgesteld. Binnen 1 maand na vaststelling van het schema dient zij een aanvraag tot beoordeling bij de Raad voor Accreditatie in, onder gelijktijdige verzending van een afschrift van de aanvraag aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
-
l.
Zij overlegt met andere keuringsinstanties over een juiste en zo veel mogelijk uniforme toepassing van procedures, richtlijnvoorschriften en normen.
-
m.
Indien zij van plan is werkzaamheden, waarvoor zij is aangewezen te beëindigen, deelt zij dit tenminste drie maanden vóór de voorgenomen datum van beëindiging van die werkzaamheden mede aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De in voorwaarde e genoemde gegevens draagt zij, voorzover deze betrekking hebben op de te beëindigen werkzaamheden, over aan