Regeling houdende voorschriften voor chemicaliëntankschepen, gebouwd voor 1 juli 1986

Regeling BCH-Code

Artikel

1

Artikel

1a

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

In aanvulling op lid 2.12, van hoofdstuk II, van de BCH-Code bezitten de bedoelde slangen voldoende elektrisch geleidend vermogen om elektrostatische oplading te voorkomen.

Artikel

8

In aanvulling op de voetnoot bij lid 3.11, van hoofdstuk III, van de BCH-Code is, indien de bedoelde ontheffing wordt verleend, een aanvullende hoeveelheid perslucht aan boord aanwezig en wordt op het certificaat een aantekening gemaakt waarin de aandacht wordt gevestigd op lid 5.4.1(b), van hoofdstuk V, van de BCH-Code.

Artikel

9

In afwijking van lid 3.13.3, van hoofdstuk III, van de BCH-Code is het gebruik van Halon 2402 niet toegestaan.

Artikel

10

In plaats van onderdeel 3.16.11 van hoofdstuk III van de BCH-Code gelden de volgende voorschriften:

  • 1.

    De medische uitrusting, bedoeld in artikel 130h van het Schepenbesluit 1965, wordt aangevuld met de navolgende hoeveelheid zuurstof:

    • a.

      3 flessen met een inhoud van ten minste 2 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar als reserve voor de draagbare apparatuur; en

    • b.

      1 fles met een inhoud van ten minste 40 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar, opgesteld nabij het hospitaal of verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, en zodanig aangesloten dat in het hospitaal, of in het bedoelde verblijf, de beademingsapparatuur zuurstof uit de fles kan betrekken.

  • 2.

    In verband met het brandgevaar dat zuurstof onder druk kan opleveren, geschiedt de berging van de reservezuurstof op een wijze die passend is.

  • 3.

    De bergruimte is ingericht om alle reserve-cilinders te bevatten waarbij de 40 liter-fles verticaal is opgesteld.

  • 4.

    De inrichting stemt zoveel mogelijk overeen met de hierna als voorbeeld geschetste tekening.

  • 5.

    De sleutel van de afsluiter van de 40 liter-fles is opgeborgen bij de fles, met dien verstande dat deze sleutel tijdens het gebruik op de afsluiter is aangebracht. De sleutel van de afsluitbare deur is op een opvallende plaats binnen het hospitaal, of binnen het verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, opgeborgen.

  • 6.

    De hoge-drukleiding is zo kort mogelijk. Indien door de ligging van het hospitaal of van het verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, een korte verbinding niet mogelijk is, wordt met betrekking tot de opstelling van zuurstofflessen Bekendmaking aan de Scheepvaart nr. 35/1965 als richtlijn aangehouden.

  • 7.

    Bij ingebruikstelling wordt ervoor gezorgd dat de leidingen volkomen schoon en vetvrij zijn.

Artikel

11

In plaats van het bepaalde in lid 3.16.12, van hoofdstuk III, van de BCH-Code wordt gelezen:

Aan dek zijn op duidelijk aangegeven plaatsen een of meer ringdouches, alsmede middelen voor het spoelen van de ogen, aanwezig. De douches, voorzien van een bediening door middel van een voetpedaal, zijn aangesloten op de zoetwaterleiding en zijn tijdens het laden en lossen voor onmiddellijk gebruik gereed. De ringdouches en de middelen voor het spoelen van de ogen zijn onder alle weersomstandigheden te gebruiken. De middelen voor het spoelen van de ogen moeten ten genoegen van de inspecteur-generaal worden uitgevoerd.

Artikel

12

De in lid 4.7.22, van hoofdstuk IV, van de BCH-Code bedoelde afstandbedienbare afsluiter behoeft slechts te zijn aangebracht indien daadwerkelijk propyleenoxide zal worden vervoerd.

Artikel

13

In aanvulling op de operationele voorschriften van de BCH-Code:

  • a.

    worden gedurende het laden en lossen alle deuren, patrijspoorten en andere openingen waardoor mogelijk gassen kunnen binnendringen in dekhuizen en opbouwen, gesloten gehouden;

  • b.

    zijn de deuren die gesloten moeten worden gehouden, voorzien van een daartoe strekkend opschrift;

  • c.

    wordt de ventilatie zodanig geregeld dat, rekening houdende met de atmosferische omstandigheden, voorkomen wordt dat gassen in de verblijven en dienstruimten binnendringen;

  • d.

    wordt bij het laden en lossen uitsluitend gebruik gemaakt van de laad- en losleidingen van het schip;

  • e.

    worden slangen met open einden niet gebruikt;

  • f.

    wordt gedurende het laden en lossen zorggedragen dat de mogelijke gevaren, voortvloeiend uit elektrostatische lading, tot een minimum worden beperkt.

Artikel

13a

Artikel

13b

De BCH-Code en de wijzigingen daarop liggen ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel

14

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 1997.

Artikel

15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling BCH-Code.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlage, die ter inzage wordt gelegd bij het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, Bordewijkstraat 4 te Rijswijk, en bij de Scheepvaartinspectie, ’s-Gravenweg 665 te Rotterdam.

’s-Gravenhage
De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink