Wet van 13 maart 1997, houdende bepalingen met betrekking tot de militaire dienstplicht alsmede wijziging van enige wetten en overgangsrecht (Kaderwet dienstplicht)

Kaderwet dienstplicht

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is ingevolge artikel 98, derde lid, eerste volzin, en het additionele artikel XXX van de Grondwet regels te stellen met betrekking tot de bevoegdheid tot opschorting van de oproeping van dienstplichtigen in werkelijke dienst en de oproeping van dienstplichtigen in buitengewone omstandigheden; dat het voorts gewenst is de afzonderlijke regelingen op het gebied van de dienstplicht samen te voegen tot een Kaderwet dienstplicht;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK

1

ALGEMEEN

Paragraaf

1

Definities en toepassingsgebied

Artikel

1

Begripsbepalingen

Artikel

2

Toepassingsgebied

Uitgezonderd paragraaf 2 van hoofdstuk 1 is deze wet niet van toepassing op hen die als militair ambtenaar zijn aangesteld.

Paragraaf

2

Inschrijving

Artikel

3

In te schrijven personen

Artikel

4

Gemeente van inschrijving

Artikel

5

Bericht van inschrijving

Onze Minister zendt zo spoedig mogelijk nadat de inschrijving heeft plaatsgevonden aan iedere voor de dienstplicht ingeschreven persoon een bericht van inschrijving met vermelding van het registratienummer.

Paragraaf

3

Keuring

Artikel

6

Keuring

Artikel

7

Herkeuring

Artikel

8

Beslissing (her)keuringscommissie

Artikel

9

Nadere regels keuring en herkeuring

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot keuring en herkeuring als bedoeld in deze paragraaf. Deze algemene maatregel van bestuur bevat ten minste een regeling omtrent:

  • a.

    de omvang en de samenstelling van de keurings- en herkeuringscommissies;

  • b.

    de vereisten waaraan de leden van de keurings- en herkeuringscommissies moeten voldoen;

  • c.

    de omvang van de keuring en de herkeuring; en

  • d.

    de wijze waarop de geschiktheid of ongeschiktheid voor het vervullen van werkelijke dienst wordt beoordeeld.

Artikel

10

Afkeuring door bedrog

Paragraaf

4

Uitsluiting

Artikel

11

Redenen van uitsluiting

Paragraaf

5

Werkelijke dienst

Artikel

12

Uitstel

Op aanvraag kan door Onze Minister uitstel worden verleend van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde verplichtingen tot het vervullen van werkelijke dienst in de gevallen, waarin dit in het belang van de dienstplichtige of om andere redenen wenselijk is en voor zover het militair belang niet wordt geschaad. De aanvraag vermeldt mede het registratienummer en is met redenen omkleed.

Artikel

13

Ontheffing

Op aanvraag wordt door Onze Minister ontheffing verleend van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde verplichtingen tot het vervullen van werkelijke dienst wegens:

  • a.

    persoonlijke onmisbaarheid; of

  • b.

    de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden.

De aanvraag vermeldt mede het registratienummer en is met redenen omkleed.

Artikel

14

Vrijstelling

Onze Minister verleent vrijstelling van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde verplichtingen tot het vervullen van werkelijke dienst wegens:

  • a.

    kostwinnerschap;

  • b.

    het bekleden van een geestelijk ambt of een opleiding tot zodanig ambt; of

  • c.

    broederdienst.

Artikel

15

Beroep op de administratieve rechter

Tegen een besluit van Onze Minister ingevolge artikel 13 kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel

16

Nadere voorschriften uitstel, ontheffing en vrijstelling

Artikel

17

Nadere regels uitstel, ontheffing en vrijstelling

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot uitstel, ontheffing en vrijstelling als bedoeld in de artikelen 12, 13, en 14. De krachtens de eerste volzin vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.

Artikel

18

Gewone omstandigheden

Artikel

19

Buitengewone omstandigheden

Artikel

20

Procedure oproeping in buitengewone omstandigheden

Artikel

21

Verlenging werkelijke dienst

De werkelijke dienst kan voor de dienstplichtige, indien hij voor groot verlof in aanmerking komt, worden verlengd

  • a.

    gedurende evenveel dagen als hij voor het ondergaan van straf, door ongeoorloofde afwezigheid of door desertie niet aan de dagelijkse dienst heeft deelgenomen;

  • b.

    zolang dit nodig is voor het ondergaan van straf, voor het onderzoek omtrent een strafbaar feit waarvan hij wordt verdacht en waarvoor een vrijheidsbenemende straf kan worden opgelegd; of

  • c.

    zolang het vertrek met groot verlof gevaar kan opleveren voor de verspreiding van een bij het onderdeel van de krijgsmacht waar de werkelijke dienst wordt vervuld heersende of geheerst hebbende besmettelijke ziekte.

Paragraaf

6

Groot verlof

Artikel

22

Groot verlof

HOOFDSTUK

2

RECHTSTOESTAND

Paragraaf

1

Rechtspositie

Artikel

23

Rechtspositieregeling

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor de dienstplichtige in werkelijke dienst en voor zover nodig voor de gewezen dienstplichtige voorschriften vastgesteld betreffende:

  • a.

    opleiding;

  • b.

    onderzoek naar de geschiktheid en de bekwaamheid anders dan ingevolge hoofdstuk 1;

  • c.

    bevordering;

  • d.

    terugstelling bij administratieve maatregel;

  • e.

    diensttijden;

  • f.

    verlof;

  • g.

    aanspraken en verplichtingen in verband met de gezondheidszorg;

  • h.

    bescherming bij de arbeid;

  • i.

    woon-, verblijfs- en bereikbaarheidsverplichtingen;

  • j.

    rechten en verplichtingen van dienstplichtigen, verband houdende met het uitoefenen van medezeggenschap;

  • k.

    bezoldiging en overige militaire inkomsten;

  • l.

    overige rechten en verplichtingen; en

  • m.

    de wijze, waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel en verenigingen van dienstplichtige militairen overleg wordt gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van dienstplichtigen, alsmede de gevallen waarin overeenstemming in dat overleg dient te worden bereikt.

Artikel

26

Diensteindiging

De uit deze wet voortvloeiende verplichtingen zijn niet langer van toepassing

  • a.

    voor zover de dienstplichtige in werkelijke dienst

    • 1°.

      blijkt voorgoed ongeschikt te zijn;

    • 2°.

      van de dienst wordt uitgesloten;

    • 3°.

      door herhaald wangedrag blijkt ongevoelig te zijn voor bestraffing ingevolge de Wet militair tuchtrecht en deswege niet in de dienst kan worden gehandhaafd; of

    • 4°.

      blijkens een verdrag niet tot dienstplicht is verplicht;

  • b.

    zodra de dienstplichtige in werkelijke dienst

    • 1°.

      het Nederlanderschap verliest; of

    • 2°.

      een tegen hem gewezen rechterlijke uitspraak waarbij de bijkomende straf van ontzetting uit het recht om bij de gewapende macht te dienen is opgelegd zonder dat daarbij is bepaald dat deze straf geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd, in kracht van gewijsde is gegaan.

Paragraaf

2

Uitoefening grondrechten

Artikel

27

Openbaring van gedachten en gevoelens, recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging

Artikel

28

Godsdienst of levensovertuiging

De dienstplichtige in werkelijke dienst is niet gehouden tot dienstverrichting op voor hem op grond van zijn godsdienst of levensovertuiging geldende feest- en rustdagen, tenzij het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt.

Artikel

29

Werkzaamheden in vertegenwoordigende functies

Artikel

30

Bevoegdheid tot visitatie

Artikel

31

Reisbeperkingen

Het is de dienstplichtige in werkelijke dienst verboden, anders dan met toestemming of in opdracht van Onze Minister of van een door deze aan te wijzen functionaris, te reizen naar of te verblijven in:

  • a.

    bij koninklijk besluit aangewezen landen, waarin het verblijf door een dienstplichtige in werkelijke dienst een bijzonder risico voor de veiligheid of andere gewichtige belangen van de Staat of zijn bondgenoten kan opleveren; of

  • b.

    een land of een landsdeel waar feitelijk een gewapend conflict bestaat.

Paragraaf

3

Bezwaar, beroep en klachtrecht

Artikel

32

Administratief beroep

Vervallen

Artikel

34

HOOFDSTUK

3

STRAFBEPALINGEN

Artikel

35

Nalatigheid inschrijving en inlichtingen

Artikel

36

Nalatigheid keuring en oproeping

Artikel

38

Opsporingsambtenaren

Met de opsporing van de in deze wet strafbare gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de militairen van de Koninklijke marechaussee. Zij hebben toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

HOOFDSTUK

4

OPSCHORTING

Artikel

39

Opschorting

Artikel

40

Beëindiging opschorting

HOOFDSTUK

5

OVERGANGS-, INVOERINGS- EN SLOTBEPALINGEN

Paragraaf

1

Intrekking regelgeving

Artikel

41

Intrekking regelgeving

Paragraaf

2

Wijziging regelgeving

Artikel

43

Algemene militaire pensioenwet

Wijzigt de Algemene militaire pensioenwet.

Artikel

50

Burgerlijk Wetboek

Wijzigt Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel

56

Aanpassing artikel 60, derde lid, in verband met wijziging van verschillende wetten inzake de erkenning van de vrijheid van levensovertuiging als grondrecht

Wijzigt de Wijzigingswet bepalingen van verschillende wetten ivm erkenning van vrijheid van levensovertuiging als grondrecht.

Paragraaf

3

Overgangsrecht

Artikel

57

Omzetting ingeschrevenen

Zij die op grond van de Dienstplichtwet zoals luidend voor inwerkingtreding van deze wet voor de dienstplicht zijn ingeschreven, worden aangemerkt als ingeschrevenen voor de dienstplicht in de zin van deze wet.

Artikel

58

Omzetting (on)geschiktverklaarden

Artikel

59

Omzetting ingelijfden

Zij die voor het tijdstip van inwerkingtreden van deze wet op grond van de Dienstplichtwet zijn ingelijfd als gewoon dienstplichtigen doch niet meer voor eerste oefening worden opgeroepen, worden aangemerkt als ingeschrevenen in de zin van deze wet.

Artikel

60

Omzetting vrijgestelden

Artikel

61

Omzetting uitgeslotenen

Zij die op grond van de Dienstplichtwet zoals luidend voor inwerkingtreding van deze wet van de dienst zijn uitgesloten, worden aangemerkt als uitgesloten van de dienst in de zin van deze wet.

Artikel

62

Dienstplichtigen in werkelijke dienst

Artikel

63

Gewezen dienstplichtigen

In afwijking van artikel 62, tweede lid, van deze wet blijft het bepaalde bij of krachtens artikel 2 en artikel 3 van de Wet rechtstoestand dienstplichtigen zoals luidend voor inwerkingtreding van deze wet van kracht na 1 januari 1997 voor zover het bepaalde bij of krachtens deze artikelen mede van toepassing is verklaard op gewezen dienstplichtigen.

Artikel

64

Gewoon dienstplichtigen na vervulling eerste oefening

Artikel

65

Buitengewoon dienstplichtigen

Artikel

66

Schadevergoeding rijksgoederen

In afwijking van artikel 62, eerste lid, van deze wet blijft artikel 39 van de Dienstplichtwet zoals luidend voor inwerkingtreding van deze wet na 1 januari 1997 van kracht, voor zover de verschuldigde schadevergoeding door betrokkenen ter zake van beschadiging, zoekraken of verloren gaan van rijksgoederen niet voor die datum is voldaan, onverminderd de overige daaraan verbonden gevolgen.

Artikel

67

Reserve-personeel

Zij die op grond van de Dienstplichtwet tot het reservepersoneel behoren of komen te behoren, blijven daartoe behoren tot het tijdstip waarop hun dienstplicht volgens artikel 41 van die wet zoals luidend voor inwerkingtreding van deze wet zou eindigen, tenzij hun volgens de geldende wettelijke bepalingen eerder ontslag wordt verleend.

Artikel

68

Strafvervolging

In afwijking van artikel 62, eerste lid, van deze wet blijven de artikelen 26 en 45 tot en met 47 van de Dienstplichtwet zoals luidend voor inwerkingtreding van deze wet van kracht voor degenen tegen wie voor 1 januari 1997 op grond van een of meer van deze artikelen een strafvervolging aanhangig is gemaakt.

Artikel

69

Aanhangige beroepen

Op geschillen die tijdig krachtens de in artikel 41, tweede en derde lid, genoemde wetten aanhangig zijn of worden gemaakt, blijven de op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende voorschriften van toepassing.

Artikel

70

Omzetting voorschriften Dienstplichtwet

De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 30, derde lid, van de Dienstplichtwet berust vanaf dat tijdstip op artikel 19, derde lid, van deze wet.

Paragraaf

4

Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel

71

Inwerkingtreding

Artikel

72

Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet dienstplicht.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, W. Kok
De Minister van Defensie, J. J. C. Voorhoeve
De Staatssecretaris van Defensie, J. C. Gmelich Meijling
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

INHOUDSOPGAVE

HOOFDSTUK 1.

ALGEMEEN

Paragraaf 1.

Definities en toepassingsgebied

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Artikel 2.

Toepassingsgebied

Paragraaf 2.

Inschrijving

Artikel 3.

In te schrijven personen

Artikel 4.

Gemeente van inschrijving

Artikel 5.

Bericht van inschrijving

Paragraaf 3.

Keuring

Artikel 6.

Keuring

Artikel 7.

Herkeuring

Artikel 8.

Beslissing (her)keuringscommissie

Artikel 9.

Nadere regels keuring en herkeuring

Artikel 10.

Afkeuring door bedrog

Paragraaf 4.

Uitsluiting

Artikel 11.

Redenen van uitsluiting

Paragraaf 5.

Werkelijke dienst

Artikel 12.

Uitstel

Artikel 13.

Ontheffing

Artikel 14.

Vrijstelling

Artikel 15.

Beroep op de administratieve rechter

Artikel 16.

Nadere voorschriften uitstel, ontheffing en vrijstelling

Artikel 17.

Nadere regels uitstel, ontheffing en vrijstelling

Artikel 18.

Gewone omstandigheden

Artikel 19.

Buitengewone omstandigheden

Artikel 20.

Procedure oproeping in buitengewone omstandigheden

Artikel 21.

Verlenging werkelijke dienst

Paragraaf 6.

Groot verlof

Artikel 22.

Groot verlof

HOOFDSTUK 2.

RECHTSTOESTAND

Paragraaf 1.

Rechtspositie

Artikel 23.

Rechtspositieregeling

Artikel 24.

Toepassing Algemene wet bestuursrecht

Artikel 25.

Toepassing Ambtenarenwet

Artikel 26.

Diensteindiging

Paragraaf 2.

Uitoefening grondrechten

Artikel 27.

Openbaring van gedachten en gevoelens, recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging

Artikel 28.

Godsdienst of levensovertuiging

Artikel 29.

Werkzaamheden in vertegenwoordigende functies

Artikel 30.

Bevoegdheid tot visitatie

Artikel 31.

Reisbeperkingen

Paragraaf 3.

Bezwaar, beroep en beklag

Artikel 32.

(vervallen)

Artikel 33.

Rechtsmacht

Artikel 34.

Beklag

HOOFDSTUK 3.

STRAFBEPALINGEN

Artikel 35.

Nalatigheid inschrijving en inlichtingen

Artikel 36.

Nalatigheid keuring en oproeping

Artikel 37.

Karakter strafbare feiten

Artikel 38.

Opsporingsambtenaren

HOOFDSTUK 4.

OPSCHORTING

Artikel 39.

Opschorting

Artikel 40.

Beëindiging opschorting

HOOFDSTUK 5.

OVERGANGS-, INVOERINGS- EN SLOTBEPALINGEN

Paragraaf 1.

Intrekking regelgeving

Artikel 41.

Intrekking regelgeving

Paragraaf 2.

Wijziging regelgeving

Artikel 42.

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen

Artikel 43.

Algemene militaire pensioenwet

Artikel 44.

Wet betreffende de positie van Molukkers

Artikel 45.

Militaire Ambtenarenwet 1931

Artikel 46.

Wet gewetensbezwaren militaire dienst

Artikel 47.

Wetboek van Militair Strafrecht

Artikel 48.

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 49.

Beroepswet

Artikel 50.

Burgerlijk Wetboek

Artikel 51.

Aanpassing artikel 20, eerste lid, in verband met Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden

Artikel 52.

Wijziging Coördinatiewet uitzonderingstoestanden

Artikel 53.

Wijziging Arbeidstijdenwet

Artikel 54.

Wijziging Wet veiligheidsonderzoeken

Artikel 55.

Wijziging titel 7.10 van het nieuw Burgerlijk Wetboek

Artikel 56.

Aanpassing artikel 60, derde lid, in verband met wijziging van verschillende wetten inzake de erkenning van de vrijheid van levensovertuiging als

grondrecht

Paragraaf 3.

Overgangsrecht

Artikel 57.

Omzetting ingeschrevenen

Artikel 58.

Omzetting (on)geschiktverklaarden

Artikel 59.

Omzetting ingelijfden

Artikel 60.

Omzetting vrijgestelden

Artikel 61.

Omzetting uitgeslotenen

Artikel 62.

Dienstplichtigen in werkelijke dienst

Artikel 63.

Gewezen dienstplichtigen

Artikel 64.

Gewoon dienstplichtigen na vervulling eerste oefening

Artikel 65.

Buitengewoon dienstplichtigen

Artikel 66.

Schadevergoeding rijksgoederen

Artikel 67.

Reserve-personeel

Artikel 68.

Strafvervolging

Artikel 69.

Aanhangige beroepen

Artikel 70.

Omzetting voorschriften Dienstplichtwet

Paragraaf 4.

Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 71.

Inwerkingtreding

Artikel 72.

Citeertitel