Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Bewaking, Beveiliging en Vervoer Amsterdam 1995

De Minister van Justitie,
Gelet op artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993, artikel 3a, derde lid, van de Wet wapens en munitie en op het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;

dienst: de dienst Bewaking, Beveiliging en Vervoer bij de dienst Gerechtelijke ondersteuning van het Arrondissement Amsterdam.

Artikel

2

De ambtenaren werkzaam bij de dienst zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar voor zover zij daadwerkelijk zijn belast met

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

7

De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:

  • a.

    een korte wapenstok van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type;

  • b.

    een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter en

  • c.

    handboeien van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type.

Artikel

8

De directeur van de dienst brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van het voorafgaande jaar werkzaam was bij de dienst;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel

9

Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten krachtens het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Bewaking, Beveiliging en Vervoer Amsterdam 1995 (Stcrt. 189) vastgestelde besluiten op deze regeling.

Artikel

10

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Bewaking, Beveiliging en Vervoer Amsterdam 1995 (Stcrt. 189) wordt ingetrokken.

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 oktober 1998.

Artikel

12

Deze regeling wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Bewaking, Beveiliging en Vervoer Amsterdam 1995.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie, W.Sorgdrager