Besluit van 4 december 1997, houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en enkele andere besluiten in verband met de formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 1997-1999

Wijzigingsbesluit Algemeen Rijksambtenarenreglement etc. in verband met formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 1997-1999

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1997, nr. AD97/U809, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Personeelsmanagement Rijksdienst, afdeling Arbeidsvoorwaarden en Sociaal Beleid, gedaan mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 3 november 1997, no. W04.97.0614);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 25 november 1997, nr. AD97/1054, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Personeelsmanagement Rijksdienst, afdeling Arbeidsvoorwaarden en Sociaal Beleid, uitgebracht mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL

I

Wijzigt het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

ARTIKEL

II

Wijzigt het Ambtenarenreglement Staten-Generaal.

ARTIKEL

III

Wijzigt het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.

ARTIKEL

IV

Wijzigt het Bezoldingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

ARTIKEL

V

Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit 1989.

ARTIKEL

VI

Wijzigt de Uitkeringsregeling 1966.

ARTIKEL

VII

Wijzigt het Rijkswachtgeldbesluit 1959.

ARTIKEL

VIII

Wijzigt het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk.

ARTIKEL

IX

In afwijking van artikel 8c, tweede lid, van de Uitkeringsregeling 1966 bedraagt voor de betrokkene die voor of op 1 juli 1997 in tijdelijke dienst is aangesteld en die tot de datum van ontslag, die ligt op of na 1 januari 1999, onafgebroken in tijdelijke dienst is geweest, de uitkering gedurende de eerste twaalf maanden 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden 75% en vervolgens 70% van de bezoldiging.

ARTIKEL

X

In afwijking van artikel 8c van de Uitkeringsregeling 1966 en artikel IX worden de daarin genoemde percentages van 80, 75 en 70 gesteld op respectievelijk 77, 72 en 67 zolang de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel (Stb. 657) voor het burgerlijk Rijkspersoneel nog niet is ingetrokken.

ARTIKEL

XI

Uitkeringen toegekend op grond van de Uitkeringsregeling 1966 ter zake van ontslag, ingaande op een datum gelegen voor 1 januari 1999 blijven gehandhaafd onder de voorwaarden waaronder zij zijn toegekend.

ARTIKEL

XII

Een toelage die is toegekend krachtens artikel 12b, 18b of 19 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van dit besluit, blijft ook na 31 december 1997 gelden tot het moment waarop krachtens het besluit tot toekenning de toelage vervalt dan wel tot het moment dat het bevoegd gezag met betrekking tot die toelage een nadere beslissing heeft genomen, maar niet langer dan tot 1 januari 2000.

ARTIKEL

XIV

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken, H. F. Dijkstal
De Minister van Buitenlandse Zaken, H. A. F. M. O. van Mierlo
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager