Subsidieregeling branchecentra voor technologie 1998

Subsidieregeling branchecentra voor technologie 1998

De Minister van Economische Zaken,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
branchecentrum voor technologie:

een informatiepunt dat zich bezighoudt met het signaleren van technologische ontwikkelingen, deze ontwikkelingen vertaalt in technologische kennis die van belang is voor een branche en deze kennis overdraagt aan ondernemers in de branche, die in overwegende mate ondernemingen drijven waarbij niet meer dan 100 werknemers in dienst zijn alsmede aan deze werknemers;

b.
project:

een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het bereiken van een bepaald in een projectplan beschreven beoogd resultaat ter vergroting van branchespecifieke technologische kennis van ondernemers in de desbetreffende branche, die in overwegende mate ondernemingen drijven waarbij niet meer dan 100 werknemers in dienst zijn alsmede van deze werknemers, bestaande uit voorlichting, scholing of advisering;

c.
ondernemer:

een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;

d.
brancheorganisatie:

een niet-publiekrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die blijkens zijn statuten als doel heeft de belangen te behartigen van ondernemers die behoren tot eenzelfde bedrijfstak, daaronder niet begrepen de primaire landbouw en visserij, of een samenhangend deel daarvan, en die niet bedrijfsmatig werkzaam is.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

3a

Artikel

4

§

2

Aanvragen

Artikel

5

Artikel

6

De minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking tegemoet kan worden gezien.

Artikel

7

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

§

3

Subsidieverlening en verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel

8

Op de subsidie-ontvanger rusten de in de artikelen 9, 10 en 11 opgenomen verplichtingen. Zij gelden tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

§

4

Voorschotten

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

§

5

Subsidievaststelling

Artikel

15

De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de betrokkene daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking tegemoet kan worden gezien.

§

6

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

16

De Subsidieregeling branchecentra voor technologie wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld.

Artikel

17

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de Kaderwet EZ-subsidies in werking treedt.

Artikel

18

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling branchecentra voor technologie 1998.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken, G.J.Wijers