Subsidieregeling managementcursussen Midden- en Oost-Europa 1998

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
gastorganisatie:

een in Nederland gevestigde natuurlijke persoon die een onderneming in stand houdt of rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid;

b.
managementcursus:

een cursus, bestaande uit een opleiding en een daarmee samenhangend praktijkdeel, met als doel het bijbrengen van managementdeskundigheid die de cursist na terugkeer in zijn werkkring ten nutte kan maken, die aan de volgende eisen voldoet:

  • 1º.

    de totale duur van de cursus bedraagt ten minste vijf werkdagen en ten hoogste zes weken;

  • 2º.

    het praktijkdeel beslaat ten minste 20 procent van de totale duur van de cursus en vindt plaats in een werkkring die verwant is aan de werkkring van de cursist;

  • 3º.

    de cursus wordt niet meer dan één maal onderbroken, met dien verstande dat indien de cursus wordt onderbroken, elk cursusdeel ten minste vijf werkdagen bedraagt;

c.
cursist:

een natuurlijke persoon aan wie een managementcursus wordt verstrekt;

d.
Midden- of Oost-Europees land:

Albanië, Armenië, Azerbeidzjan, Bosnië-Herzegovina, Bulgarije, Estland, Georgië, Hongarije, Kazachstan, Kirgizië, Kroatië, Letland, Litouwen, Macedonië, Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, Polen, Roemenië, Rusland, Federale Republiek Joegoslavië, Slovenië, Slowakije, Tadzjikistan, Tsjechië, Turkmenistan en Wit-Rusland.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

§

2

Aanvragen

Artikel

6

Artikel

7

De minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking tegemoet kan worden gezien.

Artikel

8

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag:

  • a.

    indien een aanvraag niet voldoet aan deze regeling:

  • b.

    indien reeds eerder op grond van deze regeling dan wel van de Subsidieregeling managementcursussen Midden- en Oost-Europa subsidie is verstrekt met betrekking tot de cursist;

  • c.

    indien de cursist onvoldoende talenkennis heeft om met goed gevolg de managementcursus te kunnen volgen;

  • d.

    indien de cursist niet werkzaam is op managementniveau op een van de volgende terreinen:

    • 1º.

      modernisering van het overheidsapparaat, van het onderwijssysteem, van het gezondheidssysteem of van de transportsector;

    • 2º.

      ontwikkeling van de gehandicapten- en jongerenzorg;

    • 3º.

      versterking van de infrastructuur van het bedrijfsleven, de detailhandel of de dienstensector;

    • 4º.

      privatiseringsbeleid, met name in de landbouwsector;

    • 5º.

      geïntegreerde regionale ontwikkeling;

    • 6º.

      verbetering van de milieu- en energiesituatie;

    • 7º.

      bescherming van de mensenrechten;

    • 8º.

      ondersteuning bij de opbouw van een pluriforme culturele infrastructuur;

  • e.

    indien aan de aanvrager in het betrokken kalenderjaar reeds met betrekking tot 25 cursisten subsidie is verleend op grond van deze regeling;

  • f.

    voor zover 20 procent van het bedrag dat voor het verlenen van subsidies in dat jaar beschikbaar is, is uitgeput door het totaal aan voorafgaande subsidieverleningen die betrekking hebben op managementcursussen die verstrekt worden aan in hetzelfde land als de cursist werkzame personen, dan wel dat bedrag door verlening van de gevraagde subsidie zou worden overschreden.

Artikel

9

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

§

3

Subsidieverlening en verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel

10

Op de subsidie-ontvanger rusten de in de artikelen 11, 12 en 13 opgenomen verplichtingen. Zij gelden tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

§

4

Subsidievaststelling

Artikel

14

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen daarvan geldende termijn is verstreken. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de subsidie-ontvanger daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking tegemoet kan worden gezien.

§

5

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

15

De Subsidieregeling managementcursussen Midden- en Oost-Europa wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld.

Artikel

16

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.

Artikel

17

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling managementcursussen Midden- en Oost-Europa 1998.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

‘s-Gravenhage
De Staatssecretaris van Economische Zaken, A. vanDok-van Weele