Vaststelling programma’s en subsidieplafonds 1998 Subsidiebesluit milieugerichte technologie

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op artikel 15.13, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer, en de artikelen 2, 4, derde, vijfde en zesde lid, en 5, derde, vijfde en vierde lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie;

Besluit:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Met toepassing van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie kunnen in 1998 subsidies worden verstrekt voor projecten in het kader van de in de artikelen 5 tot en met 10 bedoelde programma’s.

Artikel

2

Om voor een subsidie in aanmerking te komen dient te worden voldaan aan artikel 3, eerste lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie.

Artikel

3

Aanvragen tot subsidieverlening worden beoordeeld op de in artikel 3, tweede lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie bedoelde aspecten.

Artikel

4

De berekening van het uurloon, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie, en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van dat besluit, met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel, kan geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de aanvrager geldende en controleerbare methodiek.

Paragraaf

2

Programma Milieutechnologie 1998

Artikel

5

Paragraaf

3

Programma Reductie Luchtemissies Bedrijven 1998

Artikel

6

Projecten als bedoeld in het tweede lid, onder d, komen voor subsidie in aanmerking, indien ze betrekking hebben op N2O-reductietechnieken bij de productie van salpeterzuur.

Paragraaf

4

Programma KWS2000 Processen

Artikel

7

Paragraaf

5

Programma Stimulering Productgerichte Milieuzorg 1998

Artikel

8

Paragraaf

6

Programma Demonstratieprojecten Motorvoertuigen (DEMO)

Artikel

9

Paragraaf

7

Programma Technologie 2000 (T-2000) 1998

Artikel

10

Paragraaf

8

Programma Hergebruik afvalstoffen 1998 (PH’98)

Artikel

11

Paragraaf

9

Slotbepalingen

Artikel

12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, M. de Boer

Bijlage

behorende bij artikel 5, onderdeel d, van de Regeling houdende vaststelling van programma’s en subsidieplafonds voor 1998 ter uitvoering van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie

Afvalstoffen als bedoeld in artikel 5, onderdeel d, zijn:

  • 1
    • Straalgrit-residuen

    • Asbesthoudend afval

    • Teerhoudende dakbedekking

    • Rookgasreinigingsresidu verbranding gevaarlijk afval

    • Grond- en zeefzandreinigingsresidu

    • Slib afkomstig van het wassen van puingranulaat

    • Baggerspecie klasse IV

  • 2
    • Slak verbranding gevaarlijk afval

    • Zuiveringsslib-as

    • AVI-vliegas

    • Ovenpuin aluminiumbereiding

    • Pigmentslibben

    • RKG-slib

    • Communaal zuiveringsslib

    • Baggerspecie klasse III

  • 3
    • Vliegas verbranding gevaarlijk afval

    • Afgewerkte bleekaarde

    • Niet-reinigbare grond

    • Residu boorspoeling en boorgruis

    • Zuiveringsslib synthetische vezel- en garenindustrie

    • Arseensulfide-houdend afval

    • Rookgasreinigingsresidu AVI’s

    • Hoogovenslib fijne fractie