Examenreglement zweefvliegen

De directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst,

Maakt bekend:

Artikel

1

Algemeen

Artikel

2

Organisatie van de commissie

Artikel

3

Organisatie van de theorie examens

Artikel

4

Organisatie van de praktijk examens

A. Praktijkexamens voor de bevoegdverklaringen lieren, slepen en motorzweefvliegen

  • 1.

    Voor de organisatie van de praktijkexamens voor de bevoegdverklaringen lieren, slepen en motorzweefvliegen worden bij verenigingen of opleidingsinstituten op hun verzoek door de voorzitter leden van de examencommissie voor een van te voren overeengekomen periode als coördinator benoemd. Deze coördinatoren houden namens hun vereniging of opleidingsinstituut kontakt met de voorzitter van de examencommissie, schrijven in zijn naam certifikaten uit en coördineren de praktijkexamens afgenomen binnen hun vereniging of opleidingsinstituut.

  • 2.

    De coördinator nodigt voor de praktijkexamens voor de bevoegdverklaringen lieren, slepen of motorzweefvliegen van kandidaten die nog niet in het bezit zijn van het zweefvliegbewijs, per volledig praktijkexamen ten minste één lid van de examencommissie uit voor het afnemen van het examen.

    Voor het afnemen van examens voor de aanvullende bevoegdverklaringen lieren, slepen of motorzweefvliegen nodigt de coördinator één lid van de examencommissie uit.

  • 3.

    Na gunstige afloop van het praktijkexamen vult de examinator een examenuitslagformulier/certifikaat in.

    Dit certifikaat wordt ondertekend door de examinator en (namens de voorzitter) door de coördinator.

  • 4.

    De coördinator doet opgave van ieder door hem uitgeschreven certifikaat aan het sekretariaat.

B. Praktijk examens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht en wolkenvliegen

  • 5.

    Voor de organisatie van de praktijkexamens voor het behalen van de bevoegdverklaringen vliegonderricht en de bevoegdverklaring wolkenvliegen wordt door de voorzitter voor een van te voren overeengekomen periode een coördinator benoemd. Deze houdt kontakt met de voorzitter van de examencommissie, coördineert de praktijk examens en schrijft in naam van de voorzitter de op de praktijk examens betrekking hebbende certifikaten uit.

  • 6.

    De coördinator voor de praktijk examens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht en wolkenvliegen nodigt per praktijkexamen ten minste één examinator uit. Deze examinator(en) bepaalt (bepalen) in overleg met de kandidaat de plaats en de datum voor het examen.

  • 7.

    Na afloop van een praktijkexamen voor een bevoegdverklaring vliegonderricht of voor de bevoegdverklaring wolkenvliegen vult de examinator een examenuitslagformulier in. Dit ondertekende examenformulier wordt door (een van) de examinator(en) naar de coördinator gestuurd, die op grond daarvan in naam van de voorzitter van de examencommissie een certifikaat voor het betreffende examen uitschrijft en toezendt aan de kandidaat.

C. Verplichtingen van kandidaten van praktijk examens

  • 8.

    Kandidaten voor een praktisch gedeelte van een examen kunnen dit slechts afleggen, nadat zij het volledige theorie examen met goed gevolg hebben afgelegd en aan de ervaringseisen voor betreffende bevoegdheid voldoen.

  • 9.

    Bij ieder examen moeten kandidaten zich kunnen legitimeren d.m.v. een algemeen gebruikelijk identiteitsbewijs voorzien van een goedgelijkende foto. De personalia hiervan worden verwerkt op uitslagformulieren/certifikaten.

  • 10.

    Voor ieder af te nemen praktijk examen draagt de kandidaat in overleg met de aangewezen examinator(en) zorg voor toegang en opvang van de examinator(en) op het te gebruiken terrein, draagt zorg voor de aanwezigheid van het voor het examen benodigde materiaal en de aanwezigheid van een voor het examen geschikt vliegbedrijf.

Artikel

5

Binnen een periode van 48 maanden moeten alle benodigde certificaten (dus zowel theorie als praktijk) zijn behaald om in aanmerking te komen voor het zweefvliegbewijs.

Artikel

6

Omvang van de examens

A. Theorie examens

  • 1.

    De theorie examens omvatten de vakken omschreven in bijlage I.

  • 2.

    Op de betreffende bijlage is tevens voor elk vak aangegeven wat de tijdsduur is van zowel het schriftelijk als het mondeling examengedeelte

B. Praktijk examens

  • 3.

    Praktijk examens omvatten de groepen of onderdelen, die zijn vermeld in bijlage 2.

  • 4.

    De tijdsduur van een praktijk examen is ter beoordeling van de examinator(en) met een minimum en een maximum duur zoals vermeld in bijlage 1.

  • 5.

    Een kandidaat is geslaagd voor een praktijk examen zodra alle van toepassing zijnde groepen en/of onderdelen van het examen zijn afgewerkt en als voldoende beoordeeld.

Artikel

7

Waardering van onderdelen van examens in percentages en letters

A. Theorie examens

  • 1.

    Kandidaten worden afgewezen, wanneer bij het schriftelijk examen 40% of lager wordt behaald.

  • 2.

    Kandidaten, die bij het schriftelijk examen een percentage hoger dan 40, maar minder dan 70 behalen, kunnen in het betreffende vak een mondeling examen afleggen, het eindoordeel van het mondeling gedeelte vormt tevens het eindoordeel over het betreffende vak.

  • 3.

    Kandidaten, die bij het schriftelijk examen een percentage van 70 of hoger behalen, zijn geslaagd voor dat vak.

B. Praktijk examens

  • 4.

    Het oordeel omtrent de praktische bedrevenheid van de kandidaten wordt per groep en onderdeel uitgedrukt met de letters O of V, waaraan de volgende betekenis wordt gehecht:

    O onvoldoende V voldoende

  • 5.

    De beoordelingen van alle onderdelen van het praktijk examen een voldoende hebben gekregen, zijn geslaagd voor het praktijk examen.

Artikel

8

Beslissingen

Artikel

9

Vervallen

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

Deze regeling wordt aangehaald als: Examenreglement zweefvliegen.

De directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst,
namens deze,
De Directeur Luchtvaartinspectie, H.N.Wolleswinkel

Bijlage

1

bij het examenreglement zweefvliegen

In de volgende tabel zijn de examenvakken voor de theorie van het zweefvliegbewijs aangegeven en de duur van het examen per vak.

zweefvliegen

voorschriften

30 minuten

15 minuten

meteorologie

30 minuten

15 minuten

zweefvliegtuigen

45 minuten

15 minuten

instrumenten

30 minuten

15 minuten

luchtvaartkaarten

30 minuten

zweefvlieginstructeur

voorschriften

30 minuten

15 minuten

meteorologie

45 minuten

20 minuten

constructie /dagelijks toezicht

30 minuten

20 minuten

aerodynamica

45 minuten

20 minuten

instrumenten

30 minuten

15 minuten

De examenduur van het mondelinge examen als onderdeel van het praktische examen bedraagt:

Bevoegdverklaring

examenduur in minuten ten minste

maximaal

lieren

10

20

slepen

10

20

motorzweefvliegen

30

45

wolkenvliegen

20

40

Bijlage

2a

bij het Examenreglement zweefvliegen

Onderdelen van het praktijk examen voor de bevoegdverklaringen lieren of sleepvliegen in het zweefvliegbewijs

1. Check geldige theoriecertificaten/zweefvliegbewijs

certificaten voor de 5 vakken van het theorie examen zweefvliegen niet ouder dan 48 maanden

geldig zweefvliegbewijs of zweefvliegbewijs, dat niet langer verlopen is dan 36 maanden

2. Check ervaringseisen

ten minste 40 solovluchten met een totale duur van 6 uur (of voor houders van een ZVB met een bevoegdverklaring motorzweefvliegen ten minste 20 solovluchten met een zweefvliegtuig)

een geaccepteerde serie van 5 doellandingen

lieren:

slepen

10 solo lierstarts waarbij ten minste de normale circuithoogte werd bereikt

5 solo sleepstarts met een gezamelijke sleeptijd van ten minste 30 minuten

3. Praktijk examen:

voldoende mondeling examen van de ‘theorie van de praktijk’ (niet uitsluitend betrekking hebbend op de voorbereiding van de examenvluchten)

GROEP 1: Voorbereiding van de vlucht

GROEP 2: Start en stijgvlucht

GROEP 3: Vrije vlucht

GROEP 4: Circuit, eindnadering en landing

GROEP 5: Noodprocedures (voor LRZ en SLZ)

Een overzicht van de oefeningen in de Groepen 1 t/m 5 is in de bijlage 2e nader gespecificeerd.

De examinator maakt voor iedere examenvlucht een zodanige keuze uit de volgende oefeningen dat deze, voor zover mogelijk, ten minste eenmaal worden beoordeeld:

a. voor kandidaten zonder een eerder behaalde bevoegdverklaring:

een serie wisselbochten

een asymmetrische overtrek Indien een van deze oefeningen bij geen van de examenvluchten praktisch mogelijk is, kan de oefening toch worden afgetekend door de examinator als deze zich er van vergewist heeft, dat de kandidaat de oefening tijdens zijn opleiding in voldoende mate beoefend heeft.

een slipvlucht

een zijwindlanding Indien een van deze oefeningen bij geen van de examenvluchten praktisch mogelijk is, kan de oefening toch worden afgetekend door de examinator als deze zich er van vergewist heeft, dat de kandidaat de oefening tijdens zijn opleiding in voldoende mate beoefend heeft.

b. voor kandidaten voor een bevoegdverklaring SLZ een speciale examensleepvlucht bestaande uit de volgende onderdelen:

een daalvlucht achter het sleepvliegtuig vanaf ten minste 150 m AGL tot vlak boven de grond

een voortzetting van dezelfde sleepvlucht tot ten minste 500 m AGL

c. voor kandidaten voor een bevoegdverklaring LRZ die reeds eerder een bevoegdverklaring SLZ of MZV verkregen:

een (gesimuleorde) kabelbreuk beneden 150 m AGL

N.B.

Een kandidaat is alleen dan geslaagd voor het praktijk examen, wanneer hij voor elk van de groepen oefeningen en voor elk van de voor hem van toepassing zijnde (hierboven nader gespecificeerde) speciale oefeningen een voldoende beoordeling krijgt.

Bijlage

2b

bij het Examenreglement zweefvliegen

Onderdelen van het praktijk examen voor de bevoegdverklaring motorzweefvliegen in het zweefvliegbewijs

1. Check geldige theoriecertificaten/zweefvliegbewijs

certificaten voor de 5 vakken van het theorie examen zweefvliegen niet ouder dan 48 maanden of

geldig zweefvliegbewijs of zweefvliegbewijs, dat niet langer verlopen is dan 36 maanden

2. Check ervaringseisen

ten minste 45 uren vliegervaring als eerste of leerling-bestuurder van vliegtuigen, motorzweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen of ultralichte vliegtuigen,

ten minste 8 uur solo vliegervaring (in totaal), waarvan 3 uur solo op een motorzweefvliegtuig

ten minste 15 uur vliegervaring als eerste of leerling bestuurder op overlandvluchten, waarbij op ten minste 5 verschillende luchtvaartterreinen, waarvan ten minste één met een motorzweefvliegtuig in het buitenland, is geland

3. Praktijk examen:

voldoende mondeling examen van de ‘theorie van de praktijk’ (niet uitsluitend betrekking hebbend op de voorbereiding van de examenvlucht) en de vakken:

Motoren (theorie, gebruik en onderhoud)

Navigatie (theorie, hulpmiddelen, uitvoering)

voldoende uitvoering van een examen (overland)vlucht van ten minste 30 minuten, waarbij op een ander luchtvaartterrein dan het terrein van herkomst kan worden geland en waarbij oefeningen uit de volgende groepen mede worden beoordeeld:

GROEP 1: Voorbereiding van de vlucht

GROEP 2: Start en stijgvlucht

GROEP 3: Vrije vlucht

GROEP 4: Circuit, eindnadering en landing

GROEP 5: Noodprocedures (voor motorzweefvliegtuigen)

GROEP 6: Navigatievlucht

Een overzicht van de oefeningen in de Groepen 1 t/m 6 is in de bijlage 2e nader gespecificeerd.

Bijlage

2c

bij het Examenreglement zweefvliegen

Onderdelen van het praktijk examen voor de bevoegdverklaring wolkenvliegen in het zweefvliegbewijs

1. Check geldig zweefvliegbewijs

geldig zweefvliegbewijs

2. Check ervaringseisen

ten minste 30 uur vliegervaring als eerste bestuurder met zweefvliegtuigen toegelaten voor overlandvluchten

ten minste 3 overlandvluchten met behulp van thermiek met een totale duur van ten minste 5 uur

3. Praktijk examen:

voldoende mondeling examen van de ‘theorie van de praktijk’ (niet uitsluitend betrekking hebbend op de voorbereiding van de examenvluchten) en de vakken:

Voorschriften (voor zover van belang voor wolkenvliegen)

Meteorologie (voor zover van belang voor wolkenvliegen)

GROEP 1: Voorbereiding van de vlucht

GROEP 3: Vrije vlucht

GROEP 5: Noodprocedures (voor zover van toepassing)

Een overzicht van de oefeningen in de Groepen 1, 3 en 5 is in de bijlage 2e nader gespecificeerd.

De examinator kiest de oefeningen voor de examenvluchten zodanig, dat de volgende oefeningen ten minste eenmaal worden beoordeeld:

rechtlijnige vlucht met constante snelheid

bochten met een dwarshelling van ten minste 30°

bochten met veranderlijke dwarshelling

herstel uit abnormale vliegstanden

Bijlage

2d

bij het examenreglement zweefvliegen

Onderdelen van het praktijk examen voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht VOA, VOB en VOC in het zweefvliegbewijs

1. Check geldige theoriecertificaten en zweefvliegbewijs

certificaten voor de 5 vakken van het theorie examen vliegonderricht niet ouder dan 48 maanden of

een zweefvliegbewijs met bevoegdverklaringen VOA, VOB of VOC die niet langer verlopen zijn dan 36 maanden

geldig zweefvliegbewijs

2. Check ervaringseisen

vliegervaring van ten minste 500 starts of 75 uur op zweefvliegtuigen

3. Praktijk examen:

examen tijdens een zweefvliegbedrijf, waarbij de kandidaat in de praktijk demonstreert dat hij:

(1) op voldoende wijze in staat is leiding te geven aan leerlingen.

Beoordeeld hierbij worden in het bijzonder een keuze uit de aspecten genoemd in de hierna gespecificeerde groep 7: Algemene leiding

(2) op voldoende wijze in woord en daad (voor zover voor de beoogde bevoegdverklaring VOA, VOB of VOC van toepassing) naar behoren vliegonderricht kan geven in de oefeningen van de groepen 1 t/m 5, voor zover die voor de overeenkomende bevoegdverklaringen LRZ of SLZ nodig zijn.

Beoordeeld hierbij wordt in het bijzonder een keuze uit de aspecten genoemd in de hierna gespecificeerde groep 8: Instructie

Bijlage

2e

bij het Examenreglement zweefvliegen

Specificatie van de groepen van oefeningen en aandachtspunten

GROEP 1: Voorbereiding van de vlucht

Vluchtvoorbereiding

Kennis van het vliegtuig

Gewicht en zwaartepunt

Dagelijkse inspectie

Controles opstarten (alleen (MZV)

Taxieën (alleen MZV)

Controles voor de start

Vliegerschap*

GROEP 2: Start en stijgvlucht

Aanrollen en loskomen

Stijgvlucht

Klimmende / (dalende) bochten

Overgang stijgvlucht in horizontale vlucht

Ontkoppelen

Controles aan het einde van de stijgvlucht

Vliegerschap*

GROEP 3: Vrije vlucht (voor MZV: met en zonder motor)

Uitkijken

Normale rechtlijnige vlucht

Normale bochten

Steile bochten

Wisselbochten

Slipvlucht

Overtrekken in rechtlijnige vlucht

Inleiding tolvlucht uit rechtlijnige vlucht

Inleiding tolvlucht uit bocht (= Asymmetrische overtrek)

Invoegen bij thermiekvliegen

Vliegerschap*

GROEP 4: Circuit, eindnadering en landing

Circuitplanning

Aansluiten op het circuit

Checks tijdens het circuit

Snelheden en kleppen op het circuit

Eindnadering met kleppen

Eindnadering met slippen

Afronden, afvangen en uitrollen

Landing met zijwind

Doellanding

Eindnadering met vermogen (MZV)

Normale doorstart (alleen MZV)

Vliegerschap

GROEP 5a: Noodprocedures (LRZ/SLZ)

Kabelbreuk

Daalsleep

Herstel uit abnormale vliegstanden Vliegerschap

GROEP 5b: Noodprocedures (MZV)

Motorstoring in de start

Wave-off

Gesimuleerde nood-, of buitenlanding

Gesimuleerde voorzorgslanding

Gesimuleerde storingen

Herstel uit abnormale vliegstanden

Vliegerschap*

GROEP 6: Navigatievlucht (MZV)

Vliegplan/navigatieplan

Koersvliegen

Hoogte aanhouden

Oriëntatie/tijd en correcties

Uitwijken naar andere vliegvelden

Technische controles tijdens vlucht

Vluchtafhandeling na aankomst

Vliegerschap*

GROEP 7: Algemene leiding

Toezicht materieel

Algemene zorg voor de veiligheid

Verdeling van werkzaamheden

Overwicht

Optreden bij afwijkingen van de procedures

Optreden bij calamiteiten

Vliegerschap*

GROEP 8: Instructie

Ervaringsbeoordeling leerling

Aanpassing aan de leerling

Instructie van de oefeningen

Briefing voor de vlucht

Demonstratie van de oefeningen

Reactie op oefeningen leerling

Nabeschouwing van de vlucht

Definitie Vliegerschap:

Het geheel aan eigenschappen (kennis, instelling en vaardigheid) dat de vlieger in staat stelt om, met inachtneming van de regels en de voorschriften, met zijn luchtvartuig onder alle omstandigheden veilig te kunnen omgaan, zowel op de grond als in de lucht.