Artikel
1
Er is een begeleidingscommissie omgangsbemiddeling.
in die gevallen waarin sprake is van een verantwoorde mate van overeenstemming de mogelijkheid te openen van een scheidingsprocedure zonder inschakeling van de rechter;
dat daarbij waarborgen in het leven dienen te worden geroepen opdat mogelijke ongelijkwaardigheid van partijen geen nadelige invloed op het resultaat (een scheidingsovereenkomst) uitoefent en opdat de belangen van derden - in het bijzonder de kinderen - worden beschermd;
dat wanneer ouders geen overeenstemming kunnen bereiken over ouderlijk gezag en omgang, de rechter de mogelijkheid krijgt in de loop van de procedure te verwijzen naar omgangsbemiddeling;
dat lopende lokale experimenten met betrekking tot omgangsbemiddeling worden geïnventariseerd en geëvalueerd, teneinde tot verdere beleidsontwikkeling te komen;
nagaan of deelname van partijen aan een verwijzing door de rechter naar een bemiddelingsdeskundige een positief effect heeft op de uitkomst van de procedure, ter oplossing van een conflict over de omgang;
het verkrijgen van een antwoord op de vraag in welke fase van de gerechtelijke procedure verwijzing het meeste effect sorteert (voorlopige voorziening, definitieve voorziening, bij hoger beroep);
het verkrijgen van een antwoord op de vraag of het zinvol is ouders te verplichten tot deelname aan bemiddeling.
Besluit:
Er is een begeleidingscommissie omgangsbemiddeling.
De begeleidingscommissie heeft tot taak:
het begeleiden van onderzoek naar de experimenten omgangsbemiddeling;
de staatssecretaris over de voortgang van de experimenten en de uitkomsten van het onderzoek te informeren.
In de begeleidingscommissie omgangsbemiddeling hebben zitting:
als voorzitter:
prof. mr. M.J.C. Koens, raadsheer in het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch en bijzonder hoogleraar familie- en jeugdrecht aan de Universiteit van Maastricht;
als leden:
mr. W.B. Bavinck, adjunct-directeur raad voor de kinderbescherming directie Oost te Zutphen;
mw. W.P.M. van den Bichelaer, beleidsmedewerker VOG te Utrecht;
mw. mr. G.J. Driessen-Poortvliet, advocaat en scheidingsbemiddelaar te Amsterdam;
drs. E.L.F. Graafland, directeur William Schrikkerstichting en mediator te Amsterdam;
mw. mr. E.A.M. de Hilster, wetgevingsjurist van de directie wetgeving van het ministerie van justitie;
mw. mr. E.C.M. de Klerk, rechter arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch;
mw. mr. J.R. Mantz, senior beleidsmedewerker van de directie rechtspleging van het ministerie van Justitie;
mw. A.P. de Vrij, senior beleidsmedewerker van de directie preventie, jeugd en sanctiebeleid van het ministerie van Justitie;
als secretaris:
dr. P. Albers, projectbegeleider wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum van het ministerie van Justitie.
De begeleidingscommissie kan zich laten bijstaan door externe deskundigen.
Op de begeleidingscommissie is het Vacatiegeldenbesluit 1988 (Stb. 1988, 205) van toepassing.
De begeleidingscommissie zal haar werkzaamheden uiterlijk op 1 juli 1999 beëindigen.
Dit besluit zal worden gepubliceerd in de Staatscourant.