Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Een bedrijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, van de wet had gedurende de gehele referentieperiode minder individuele voerligboxen dan 57% van het fokzeugenrecht en hield in die periode fokzeugen niet aangebonden.

Artikel

3

Artikel

5

Een bedrijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder b, van de wet was gedurende de gehele referentieperiode bij het Productschap voor Vee en Vlees geregistreerd als houder van scharrelvarkens overeenkomstig de bepalingen van de PVV-regeling scharrelvarkens en voldeed gedurende die gehele periode aan de in die regeling neergelegde en ook overigens in dit verband door het productschap gestelde voorwaarden.

Artikel

6

Een bedrijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder c, van de wet voldeed gedurende de gehele referentieperiode aan elk van de volgende voorwaarden:

  • a.

    het bedrijf was geregistreerd bij de SKAL of aangesloten bij een vergelijkbare organisatie die zich het toezicht op, en de keuring, controle, beoordeling en certificering van biologische productiemethoden ten doel stelt;

  • b.

    de productiemethoden van het bedrijf stemden ten minste overeen met de door de SKAL opgestelde normen;

  • c.

    het bedrijf stond onder controle van medewerkers van de SKAL of van een vergelijkbare organisatie als bedoeld in onderdeel a.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1998.

Artikel

10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,J.J. vanAartsen