Regeling van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie van 30 september 1998, kenmerk DGOOV/IBOOV nr. EIB98/U 355, en DGRH, nr. 720477/598/GBJ houdende bepalingen betreffende de registratie en verstrekking van opsporingsgegevens door de regionale politiekorpsen

Regeling opsporingsinformatie regionale politiekorpsen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie,
Gezien het advies van de Registratiekamer van 25 oktober 1996, kenmerk 96.A.358;

Besluiten:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

1.
modelreglement herkenningsdienst:

het krachtens de Wet politieregisters vastgestelde modelreglement Herkenningsdienst voor een politieregister dat deels geautomatiseerd en deels handmatig gevoerd wordt;

2.
centrale verwijzingsindex (CVI):

de systeem- en toepassingsprogrammatuur van de centrale verwijzingsindex, met behulp waarvan een overzicht kan worden verkregen van de herkenningsdienstregisters van andere korpsen of diensten waarin een geregistreerde voorkomt en met behulp waarvan rechtstreekse toegang tot die registers kan worden verkregen;

3.
reglement politieregister OPS:

het door de korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten krachtens de Wet politieregisters vastgestelde reglement voor het politieregister Opsporingsregister dat gevoerd wordt bij het Korps landelijke politiediensten;

4.
reglement politieregister vingerafdrukken dCRI:

het door de korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten krachtens de Wet politieregisters vastgestelde reglement voor het politieregister vingerafdrukken dCRI dat gevoerd wordt bij het Korps landelijke politiediensten;

5.
signalering:

een in verband met de uitvoering van de politietaak noodzakelijke kennisgeving over een persoon of een goed.

Artikel

2

Artikel

3

Met het oog op de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van de politietaak in verband met de identificatie, verificatie en bejegening van gesignaleerde personen en de identificatie een verificatie van goederen alsmede de juiste uitvoering van de met de signalering verbonden taakopdracht, worden gegevens omtrent signaleringen door het regionaal politiekorps terstond verwerkt op de wijze als voorgeschreven in het reglement politieregister OPS.

Artikel

4

Met het oog op de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van de politietaak in verband met de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten, de bewijsvoering in strafzaken en de identificatie van overleden personen of personen die anderszins niet in staat zijn inlichtingen omtrent hun identiteit te verschaffen worden door het regionaal politiekorps dactyloscopische signalementen, dactyloscopische sporen en gedeelten daarvan terstond verwerkt op de wijze als voorgeschreven in het reglement politieregister vingerafdrukken dCRI.

Artikel

5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling opsporingsinformatie regionale politiekorpsen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant en in het Algemeen Politieblad worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A.Peper
De Minister van Justitie, A.H.Korthals