De Regeling houdende regels terzake van subsidies met betrekking tot niet-winstbeogende instellingen

Regeling eenmalige subsidies niet-winstbeogende instellingen

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

Paragraaf

1

Algemene bepaling

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
DKP-regeling:

Beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, Regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 of Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988, zoals de desbetreffende regeling luidde voor het tijdstip dat deze is ingetrokken;

b.
de minister:

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Paragraaf

2

Subsidie ter beëindiging van verbintenissen die voortvloeien uit DKP-regelingen

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Voor de toepassing van artikel 3 wordt de contante waarde berekend met een disconteringsrente van 6,75 procent per jaar, met dien verstande dat wordt uitgegaan van maanden van 30 dagen en van jaren van 360 dagen.

Artikel

6

De subsidievaststelling heeft tot gevolg dat:

  • a.

    een verbintenis van het Rijk jegens de subsidie-ontvanger uit hoofde van geldelijke steun die verleend is krachtens een DKP-regeling, teniet gaat voorzover deze betrekking heeft op het tijdvak vanaf 1 januari 1998;

  • b.

    aanspraken van het Rijk op de subsidie-ontvanger of de gemeente waaraan ten gunste van de subsidie-ontvanger geldelijke steun is verleend, als gevolg van herziening van beschikkingen op grond van een DKP-regeling vervallen, en

  • c.

    aanspraken van de subsidie-ontvanger op het Rijk als gevolg van herziening van beschikkingen op grond van een DKP-regeling vervallen.

Artikel

7

Indien de subsidie-ontvanger in voorkomende gevallen niet binnen vier weken na de subsidievaststelling de door hem ingediende bezwaren en beroepen tegen besluiten op grond van een DKP-regeling intrekt, kan de minister de subsidie intrekken.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De beschikking op de aanvraag wordt gegeven binnen vier jaar na ontvangst van de aanvraag.

Artikel

11

Paragraaf

3

Subsidie in verband met de verkrijging in eigendom van goederen van een instelling als bedoeld in artikel 2

Artikel

13

Subsidie wordt verstrekt aan de instelling die overeenkomstig artikel 17 tezamen met de instelling waarvan de goederen in eigendom zullen worden verkregen, een aanvraag heeft ingediend.

Artikel

14

Indien op de aanvraag een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven, bedraagt het subsidiebedrag het in de aanvraag gevraagde bedrag.

Artikel

15

Artikel

16

Indien de subsidie-ontvanger niet binnen een door de minister te bepalen termijn de goederen in eigendom verkrijgt van de instelling waarmee hij overeenkomstig artikel 17 een aanvraag voor subsidie heeft ingediend, kan de minister de subsidie intrekken.

Artikel

17

Artikel

18

Indien bij de aanvraag een schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 17, zesde of zevende lid, is overgelegd, heeft een beschikking op die aanvraag, waarbij subsidie wordt vastgesteld, tot gevolg dat aanspraken van het Rijk op de instelling waarvan de goederen in eigendom zullen worden verkregen of op de gemeente waaraan ten gunste van die instelling geldelijke steun is verleend, voortvloeiende uit herziening van beschikkingen op grond van een DKP-regeling, vervallen.

Paragraaf

4

Subsidie ter sanering van de exploitatie van een verzorgingshuis

Artikel

19

Artikel

20

Paragraaf

5

Slotbepalingen

Artikel

21

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

22

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eenmalige subsidies niet-winstbeogende instellingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.W.Remkes