Regeling eenmalige subsidies beleggers

De staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
de minister:

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

b.
DKP-regelingen:

Beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, Regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 en Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988;

c.
basisconvenant:

door de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland, de Raad voor Onroerende Zaken en de Staat der Nederlanden op 12 december 1997 gesloten convenant, met de daarbij behorende annex en de daarbij behorende bijlagen, welke stukken de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij brief van 11 maart 1998 heeft toegezonden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (kamerstukken II 1997/98, 25 600 XI, nr. 49);

d.
afkoopconvenant:

door een subsidie-aanvrager ondertekend aanvraagformulier, dat is gebaseerd op het model afkoopconvenant dat als Bijlage F* is gevoegd bij het basisconvenant en dat door de minister beschikbaar is gesteld voor indiening van een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Paragraaf

2

Subsidie-aanvragen die zijn ingediend voor 1 oktober 1998

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Indien het door de minister vastgestelde subsidiebedrag minder bedraagt dan de som van de betaalde voorschotten, is de subsidie-aanvrager over het onverschuldigd betaalde bedrag 4 % rente verschuldigd, vanaf 1 januari 1998 tot de datum van terugbetaling.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De minister kan de beschikking tot toekenning van een vergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, intrekken of ten nadele van een of meer van de ontvangers van die vergoeding wijzigen, indien blijkt dat de aanvrager van de vergoeding of een of meer van de anderen die de vergoeding hebben ontvangen, onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt of anderszins hebben gehandeld in strijd met de in Bijlage N bij het afkoopconvenant opgenomen verplichtingen.

Paragraaf

3

Subsidie-aanvragen die zijn ingediend op of na 1 oktober 1998

Artikel

11

Artikel

12

Het subsidiebedrag wordt in drie gelijke termijnen betaald. De eerste en de tweede termijn worden binnen vijf weken na de subsidievaststelling betaald. De derde termijn wordt betaald tussen 1 januari 2000 en 1 februari 2000.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

De minister kan de beschikking tot toekenning van een vergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, intrekken of ten nadele van een of meer van de ontvangers van die vergoeding wijzigen, indien blijkt dat de aanvrager van de vergoeding of een of meer van de anderen die de vergoeding hebben ontvangen, onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt of anderszins hebben gehandeld in strijd met de in Bijlage N bij het afkoopconvenant opgenomen verplichtingen.

Paragraaf

4

Slotbepalingen

Artikel

16

Een afkoopconvenant dat voor de inwerkingtreding van deze regeling is gesloten ter uitvoering van het basisconvenant, wordt gelijkgesteld met een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.

Artikel

17

De minister kan een of meer artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing, gelet op het belang van de met deze regeling beoogde beëindiging van verbintenissen die voortvloeien uit een DKP-regeling, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

18

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1998.

Artikel

19

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eenmalige subsidies beleggers.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimelijke Ordening en Milieubeheer, J.W.Remkes