Tijdelijke regeling innovatieve tieneropvangprojecten

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
het besluit:
b.
de Minister:

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

c.
tieneropvang:

vrijetijdsactiviteiten en faciliteiten voor het maken van huiswerk die in georganiseerd verband tegen vergoeding worden geboden aan kinderen tot en met 15 jaar, die naar het voortgezet onderwijs gaan, door anderen dan de eigen ouders, waaronder begrepen pleeg- of stiefouders, waarbij sprake is van begeleiding en supervisie;

Briefpapier zonder DG aanduiding - let op: codes hierboven niet wijzigen

Voor makkelijk achteraf wijzigen van het kenmerk: start de macro opnieuw en gebruik keuze W

d.
tieneropvangplaats:

aanbod van tieneropvang op alle schooldagen gedurende enige uren aansluitend op schooltijden en tenminste in een deel van de schoolvakanties;

e.
tieneropvangproject:

het geheel van voorbereidende en uitvoerende activiteiten om binnen een gemeente uiterlijk met ingang van het schooljaar 2000/2001 tenminste tot het schooljaar 2001/2002 een aantal tieneropvangplaatsen te creëren en in stand te houden waarbij de tieners en hun ouders zijn betrokken en waarbij zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van en afstemming wordt gezocht met reeds aanwezige voorzieningen voor tieners.

Artikel

2

Aan een gemeente kan een meerjarige uitkering worden verstrekt ten behoeve van een tieneropvangproject voor zover aan de Minister daartoe op de begroting voldoende middelen ter beschikking zijn gesteld. De uitkering wordt niet geweigerd indien gedurende het schooljaar 1999/2000 de opvang niet op alle schooldagen in stand wordt gehouden.

Artikel

3

Artikel

3a

Artikel

4

De aanvraag wordt uiterlijk 1 maart 1999 ingediend. Met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen wordt uiterlijk op 17 mei 1999 beslist op de aanvragen.

Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door de Minister vastgesteld aanvraagformulier.

Artikel

5

Artikel

6

Voor de verantwoording, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van het besluit, worden gegevens verstrekt op een door de Minister vastgesteld verantwoordingsformulier.

Artikel

7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 januari 1999 en vervalt met ingang van 1 september 2003, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de verantwoording en vaststelling van op grond van deze regeling verleende uitkeringen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris voornoemd, MargoVliegenthart