Regeling van de Nederlandsche Bank ingevolge artikel 22, 22a, 30c en 30ca Wet toezicht kredietwezen 1992 juncto artikel 2, tweede lid, 3, derde lid, 5, tweede lid en 7, van het Besluit integere bedrijfsvoering kredietinstellingen en verzekeraars met betrekking tot het houden van een centraal register van afgeschermde rekeningen

Regeling afgeschermde rekeningen

I

Algemeen

Na overleg met de representatieve organisaties van het bankwezen heeft de Nederlandsche Bank besloten ingevolge artikel 22, 22a, 30c en 30ca van de Wet toezicht kredietwezen 1992 juncto artikel 2, tweede lid, 3, derde lid, 5, tweede lid en 7, van het Besluit integere bedrijfsvoering kredietinstellingen en verzekeraars een regeling uit te vaardigen houdende een richtlijn met betrekking tot het per instelling bijhouden van een centraal register van rekeningen waarbij de gegevens omtrent de identiteit van een cliënt bij transactieverwerkingen niet zichtbaar of anderszins afgeschermd zijn, terwijl deze gegevens wel elders bij de instelling bekend zijn. Gebleken is dat afscherming voor het eigen personeel van de instelling veelal ten doel heeft de privacy en veiligheid van de betrokken cliënten te beschermen en overigens vormen van gebruik van voorwetenschap te voorkomen en derhalve gerechtvaardigde belangen dient.

De Nederlandsche Bank acht deze regeling van groot belang voor de integriteit van en het vertrouwen van de samenleving in het Nederlandse bankwezen alsmede om de controle op de naleving van op de financiële instellingen rustende wettelijke verplichtingen te vergemakkelijken.

Voor de goede orde wordt erop gewezen dat op grond van de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 (Wif) financiële instellingen verplicht zijn de identiteit van een cliënt vast te stellen, voordat zij die cliënt een financiële dienst verlenen. Het verlenen van financiële diensten, waarbij al dan niet gebruik wordt gemaakt van afgeschermde rekeningen, zonder dat de identiteit van de cliënt door de instelling vooraf is vastgesteld, is bij wet strafbaar gesteld.

Deze regeling treedt in werking op 1 juli 1999. De instellingen ingeschreven in Afdeling I, onderafdeling 1, 2, 4, 5 en 6 en Afdeling II van het register als bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wtk 1992 dienen deze Regeling om te zetten in een interne regeling dan wel, indien noodzakelijk, hun bestaande interne regeling dienovereenkomstig aan te passen.

II

Richtlijn met betrekking tot het houden van een centraal register van afgeschermde rekeningen

Artikel

1

Toepassinggebied

Artikel

2

Restrictief beleid

Artikel

3

Definities

Artikel

4

Centraal register

Artikel

5

Interne controle

Instellingen dragen zorg voor voldoende interne controle op de volledigheid en juistheid van de gegevens met betrekking tot de in het centrale register opgenomen rekeningen.

Artikel

6

Toetsing op de naleving

Artikel

7

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 juli 1999.