ADN: Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren;
f.
vaste tank: een met het schip verbonden tank, waarbij de tankwanden kunnen worden gevormd ofwel door de scheepsromp zelf ofwel door wanden die onafhankelijk zijn van de scheepsromp;
g.
ES-RIS: Europese standaard voor de rivierinformatiediensten.
Paragraaf
2
Meldingen met betrekking tot alle vaarweggedeelten
Artikel
2
1
De schipper of kapitein van de volgende schepen en samenstellen, meldt zich alvorens een vaarweggedeelte dat deel uitmaakt van bijlage 1 binnen te varen elektronisch overeenkomstig de bepalingen van deel IV Standaard voor het elektronisch melden van schepen in de binnenvaart van ES-RIS:
een tankschip, met uitzondering van bunkerschepen en bilgeboten zoals gedefinieerd onder 1.2.1 van het reglement dat als bijlage bij het ADN is gevoegd;
een drijvend voorwerp of drijvende inrichting, waarbij het verplaatsen daarvan klaarblijkelijk geen hinder of gevaar voor de scheepvaart en geen schade aan de kunstwerken kan veroorzaken.
2
Bij de melding bedoeld in het eerste lid worden vermeld:
a.
naam van het schip; en bij samenstellen van alle schepen van het samenstel;
b.
uniek Europees scheepsidentificatienummer of IMO-identificatienummer voor zeeschepen; van het schip en bij samenstellen van alle schepen van het samenstel;
c.
soort vaartuig of samenstel en bij samenstellen soort vaartuig voor alle schepen, overeenkomstig bijlage 4;
d.
laadvermogen; van het schip en bij samenstellen van alle schepen van het samenstel;
e.
lengte en breedte van het schip; en bij samenstellen lengte en breedte van het samenstel en van alle schepen van het samenstel;
aantal containers aan boord naar grootte en beladingstoestand (beladen of onbeladen) en de respectievelijke plaats van containers overeenkomstig het stuwplan en het containertype;
j.
containernummer van de container met gevaarlijke stoffen;
k.
aantal personen aan boord en voor zover van toepassing het aantal passagiers;
l.
positie, vaarrichting;
m.
diepgang, indien de bevoegde autoriteit hierom vraagt;
n.
route met opgave van de vertrek- en bestemmingshaven;
o.
haven waar is geladen;
p.
haven waar wordt gelost.
3
In afwijking van het eerste lid, melden de volgende schepen de in het tweede lid genoemde gegevens, behoudens die genoemd onder l en m, op elektronische wijze, wanneer zij zich op een scheepvaartweg genoemd in bijlage 9 van het Binnenvaartpolitiereglement bevinden:
a.
schepen en samenstellen met containers aan boord, en
b.
schepen en samenstellen waarvan ten minste één schip is bestemd voor het vervoer van goederen in vaste tanks, met uitzondering van bunkerschepen en bilgeboten zoals gedefinieerd onder 1.2.1 van het reglement dat als bijlage bij het ADN is gevoegd.’
Artikel
3
1
De in artikel 2, tweede lid genoemde gegevens, met uitzondering van die genoemd onder l en m, kunnen ook vanaf een andere plaats of door een andere persoon dan de schipper of de kapitein, tijdig schriftelijk of telefonisch dan wel anderszins aan de IVS-post die op de vaarroute het eerst zal worden gepasseerd, worden medegedeeld.
2
In ieder geval meldt de schipper of kapitein het tijdstip van in- en uitvaren met zijn schip of samenstel van een vaarweggedeelte dat deel uitmaakt van bijlage 1.
Artikel
3a
Voor zover de schipper, een andere plaats of een andere persoon zich via elektronische weg meldt, geschiedt dit overeenkomstig de meest recente Standaard voor het elektronisch melden in de binnenvaart, zoals gepubliceerd door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart.
Artikel
4
De schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, meldt wanneer de vaart op een vaarweggedeelte dat deel uitmaakt van bijlage 1 gedurende meer dan twee uur wordt onderbroken, het begin en het einde van deze onderbreking aan de dichtstbijzijnde IVS-post.
Artikel
5
1
Indien de in artikel 2, tweede lid, genoemde gegevens tijdens de vaart wijzigen, wordt dit door de schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onmiddellijk aan de dichtstbijzijnde IVS-post medegedeeld, of indien sprake is van een schip als bedoeld in artikel 2, derde lid, via elektronische weg.
2
Het eerste lid is niet van toepassing op de schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, dat zich bevindt op een vaarweg benedenstrooms van km 991.7 van de Nieuwe Maas of van km 998 van de Oude Maas.
De bevoegde autoriteit kan een meldplicht vaststellen en wat deze inhoudt voor bunkerschepen en bilgeboten zoals gedefinieerd onder 1.2.1 van het reglement dat als bijlage bij het ADN is gevoegd, evenals schepen voor dagtochten.
Paragraaf
3
Meldingen met betrekking tot de in bijlage 2 genoemde vaarweggedeelten
Artikel
7
De schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in bijlage 2, dat vaart op een vaarweggedeelte genoemd in die bijlage, meldt zich, onverminderd het in artikel 2 bepaalde, overeenkomstig hetgeen in die bijlage is aangegeven.
Artikel
8
Andere schepen dan bedoeld in artikel 2, eerste lid, luisteren tijdens de vaart op een vaarweggedeelte genoemd in bijlage 2, uit en communiceren op het in die bijlage aangegeven marifoonkanaal.
Paragraaf
4
Toegestane afmetingen en diepgang vaarweggedeelten
Bij het voornemen tot het uitvoeren van een bijzondere manoeuvre, zoals het
in- of uitvaren van een haven of nevenvaarwater
keren en oversteken van de vaarweg
ten anker komen of verlaten van de anker- of ligplaats
Alle schepen moeten gedurende de vaart in het blokgebied uitluisteren communiceren en oproepen beantwoorden
Regionale Verkeerscentrale Dordrecht
Operationele voormelding
Wie
Wat
Bij wie
Hoe
Wanneer
Opmerkingen
Schepen met een diepgang van 5,5 meter of meer bestemd voor de Dordtsche Kil en 7 meter of meer bestemd voor de Oude Maas
* naam
* lengte
* breedte
* diepgang
* lading
* IMO-klasse
* hoeveelheid
* ETD
* agent
Regionale Verkeerscentrale Dordrecht
Telefonisch
Fax
E-mail
HAMIS
VHF 71
– bij vertrek havengebied Moerdijk
– bij vertrek havengebied Dordrecht
– bij vertrek ATD
Tenminste 4 uur voor vertrek
Indien de te verstrekken gegevens reeds bekend zijn bij het HCC worden deze via IVS/VBS doorgegeven aan RVC Dordrecht
Regionale Verkeerscentrale Dordrecht
Vertrekkende en verhalende zeeschepen
Wie
Wat
Bij wie
Hoe
Wanneer
Opmerkingen
Zeeschepen met een lengte van 60 m of meer
* naam
* lengte
* breedte
* diepgang
* lading
* IMO-klasse
* hoeveelheid
* ETD
* agent
Regionale Verkeerscentrale Dordrecht
Telefonisch
Fax
E-mail
HAMIS
VHF 71
– bij vertrek havengebied Moerdijk
– bij vertrek havengebied Dordrecht
– bij vertrek ATD
Tenminste 4 uur voor vertrek/ of aanvang
Indien de te verstrekken gegevens reeds bekend zijn bij het HCC worden deze via IVS/VBS doorgegeven aan RVC Dordrecht
Regio Amsterdam
De vaarwegen ten westen van km 26.5 van het afgesloten IJ tot aan de kustlijn en behorende tot het beheersgebied van de Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noorzeekanaalgebied.
Vaarweg tussen zee en Harlingen, via het Stortemelk, de Vliestroom, de Blauwe Slenk en het vaarwater langs de Pollendam
140
6,50
Prinses Margrietkanaal
111
11,50
3,50
Boontjes (vaarweg tussen Lorentzsluis en Harlingen inclusief het vaarweggedeelte dat aansluit vanaf de Doove Balg)
135
11,50
3,50
Vaarwater Makkum
110
11,50
3,201
Vaarwater Hindeloopen/Workum
55
6,60
1,901
Vaarwater Stavoren (tot Johan Frisosluis)
85
8,50
2,751
1 Bij waterstand = -0,60 m NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan -0,60 m NAP.
Tabel 2: Groningen
Van Starkenborghkanaal
111
11,50
3,50
Eemskanaal van km 0 t/m km 4
143,50
13
5
Eemskanaal vanaf km 4
111
11,50
3,50
Tabel 3: Overijssel
Kanaal Zutphen-Enschede van de Twentekanalen:
1. Geldersche IJssel – Enschede
110
11,50
2,801
2. Zijkanaal naar Almelo van de Twentekanalen
110
11,50
2,80
1 Op het pand Geldersche IJssel – Eefde (voorpand) evenveel minder dan 2,80 m als de buitenwaterstand sluis Eefde lager is dan NAP + 3,20 m.
Tabel 4: Overijssel/Gelderland
Geldersche IJssel:
1. IJsselkop1 – Stadsbrug Kampen
110
12
2. Stadsbrug Kampen – Ketelmeer
200
17,50
Zwolle-IJsselkanaal
110
12
3,252
Meppelerdiep:
1. van Zwarte Water via Meppelerdiepkeersluis – Kaapbrug
110
12
3,253
2. via Grote Kolksluis
55
8,20
2,803
Zwarte Water
110
12
3,252
Vaarwater Ramsdiep
(Schokkerrak–Ramsdiep–Zwarte Meer–Zwolsche Diep)
110
12
32
Vaarwater Zwanendiep
85
10,40
2,502
Vaarwater Arkervaart
90
8,50
2,60
1 Schepen die gebruik maken van de hefopening in de spoor- en verkeersbrug Zutphen (km 928,150) moeten rekening houden met de volgende beperkingen: a. de bodem ligt op ca. NAP +0,50 m, d.w.z. ongeveer 0,50 m hoger dan overigens in dat riviervak; b. de bodembreedte op NAP +0,50 m is slechts 8 m; c. eerst op ca NAP +2,50 m is een breedte van 12 m aanwezig; d. bij doorvaart hiervan is een sterke waterspiegeldaling mogelijk.
2 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.
3 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP. De drempeldiepte van de Meppelerdiep-brug ligt op NAP –3,50 m. De keersluis in Zwartsluis wordt gesloten bij een waterstand hoger dan NAP +0,50 m en bij een waterstand lager dan NAP –0,50 m.
Tabel 5: Gelderland
Maas-Waalkanaal:
1. km 0 (Maas) – km 10,70:
a) ≤ 137,50 m
137,50
15,50
3,50
b) > 137,50 m
193
13,50
3,50
2. km 10,70 – km 12,90
225
15,50
3,701
3. km 12,90 – km 13,40 (Waal):
a) ≤ 193 m
193
22,90
3,701
b) > 193 m
225
17,50
3,701
1 Of zoveel minder dan de buiten- of de binnenwaterstand lager is dan NAP +7,20 m.
Tabel 6: Noord-Holland
De betonde vaarwateren tussen zee en Den Helder
9
Marinehaven Willemsoord
200
8
Oranjesluizencomplex:
1. Noordersluis
70
13,50
3,501
2. Middensluis
90
17,50
3,501
3. Zuidersluis
70
13,50
3,501
4. Prins Willem Alexandersluis
200
23
3,501
Noordzeekanaal en Noordzeesluizen te IJmuiden:
325
42
13,10
1. 1e Rijksbinnenhaven
3,50
2. 2e Rijksbinnenhaven
5,70
3. 3e Rijksbinnenhaven
5,70
4. Kruithaven, buitenzijde (meerstoelen)
9,10
5. Zijkanaal B (zuidelijk deel)
1,80
6. Zijkanaal C
11,40
3
7. Zijkanaal D
3
8. Zijkanaal E
2,20
9. Zijkanaal G over een lengte van 1.000 m gemeten uit de as van het Noordzeekanaal
8
10. Zijkanaal H
1,30
Vaarweg tussen Stevinsluis en Den Helder, via het Visjagersgaatje en het Malzwin
1 Bij een waterstand van NAP -0,60 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan -0,60 NAP.
2 Bij een waterstand van NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.
Tabel 8: Noord-Holland/Utrecht
Buitenhaven en toegangsgeul Muiden
45
7,50
1,80
Amsterdam-Rijnkanaal:
200
23,50
41
1. Irenesluizen:
a) Westkolk
200
17,70
3,501
b) Oostkolk
200
23,50
41
2. Marijkesluizen:
a) Hoogwaterkering Ravenswaaij
200
23,50
4
b) Westkolk en Oostkolk
200
17,70
4
3. Bernhardsluizen:
a) Westkolk
200
17,70
4
b) Oostkolk
200
23,50
4
Lekkanaal:
a) ≤ 116,50 m
116,50
22,90
42
b) > 116,50 m en ≤ 135 m
135
22,80
42
c) > 135 m
193
11,45
42
1. Beatrixsluizen:
a) Westkolk en Middenkolk
193
17,70
3,502
b) Oostkolk:
i. ≤ 116,50 m
116,50
22,90
42
ii. > 116,50 m en ≤ 135 m
135
22,80
42
iii. > 135 m
193
11,45
42
Merwedekanaal:
1. tussen Amsterdam-Rijnkanaal en Spinozabrug
110
11,50
2,801
2. tussen Spinozabrug en Liesboschbrug:
38
7
2,401
a) Muntsluis
38
7
2,401
3. tussen Liesboschbrug en Amsterdam Rijnkanaal
85
9,50
2,801
a) Noordersluis:
i. Westkolk
50
6,60
2,201
ii. Oostkolk
85
9,50
2,801
4. tussen de Zuidersluis en de Koninginnensluis:
110
11,50
2,803
a) Zuidersluis
110
11,50
2,801
b) Koninginnensluis
110
11,50
2,803
1 Bij een waterstand van NAP –0,60 m op het Amsterdam-Rijnkanaal of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP –0,60 m.
2 Bij een waterstand van NAP –0,60 m op het Lekkanaal of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP –0,60 m.
3 Bij een waterstand van NAP +1,35 m of hoger of zoveel minder als de waterstand op de Lek bij de Koninginnensluis is.
Tabel 9: Zuid-Holland
Hollandsche IJssel:
1. Algerasluis (gesloten kering/schutten)
110
11,50
4,701
2. van km 0 tot km 1,10
39
5,45
2,502
3. van km 1,10 tot km 3,40
110
11,50
3,153
4. van km 3,40 tot km 4,50
110
11,50
3,603
5. van km 4,50 tot km 7
110
11,50
4,053
6. van km 7 tot km 16,90
110
11,50
4,703
7. van km 13,20 tot km 16,90
135
11,50
1,504
8. van km 16,90 tot km 19,70
180
11,50
4,703
Oude Maas (zeevaart)
175
25
8,80
Dordtsche Kil en de daarop aansluitende vaarweg naar de havens van het Industrie- en Havenschap Moerdijk (zeevaart)
175
25
8
Volkeraksluizen
225
23,50
4,75
Boven-Merwede/Beneden-Merwede/ Nieuwe Merwede/Noord/Oude Maas/Dordtsche Kil/ Hollandsch Diep/Amer/Haringvliet:
1. algemeen
225
23,50
2. duwstellen in afvaart brede formatie (gedeelte vóór de duwboot (maximum lengte 40 m))
153
34,35
3. duwstellen in opvaart lange formatie (gedeelte vóór de duwboot (maximum lengte 40 m))
229,50
22,90
4. tussen km 976 en km 980: duwstellen in opvaart brede formatie (gedeelte vóór de duwboot (maximum lengte 40 m))
153
34,35
Beneden Merwede
4,502
Nieuwe Merwede (Biesboschsluis)
55
6,60
3,20
Het Spui
110
11,50
2,80
Noord
4,502
Rietbaan:
1. van km 977,30 tot km 978,965
85
8,20
2,80
2. van km 978,965 tot km 979,80
135
17
4
Nieuwe Maas (beheergebied Rijkswaterstaat, West-Nederland Zuid):
225
23,50
1. duwstellen in afvaart brede formatie (gedeelte voor de duwboot (maximum lengte 40 m))
153
34,35
4,50
2. duwstellen in opvaart lange formatie (gedeelte voor de duwboot (maximum lengte 40 m))
229,50
22,90
4,50
Oude Maas, Dordtsche Kil en de daarop aansluitende vaarwegen naar de havens van het Havenbedrijf Moerdijk, Hollandsch Diep, Amer, Haringvliet, Noord en Nieuwe Maas (beheergebied Rijkswaterstaat, West- Nederland Zuid, tussen km 989,000 – 991,700)
1. zee-pontons
100
33
35
Beneden-Merwede, Nieuwe Merwede en Boven-Merwede
1. zee-pontons
100
25
35
1 Bij een waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP. Bij gesloten Algerakering is het gebruik van de naastgelegen schutsluis door een schip of samenstel langer dan 110 m niet mogelijk.
2 Bij een waterstand t.o.v. NAP, of zoveel hoger of zoveel minder dan de waterstand t.o.v. NAP.
3 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.
4 Uitsluitend ledige schepen.
5 Het voortbewegen van zee-pontons met behulp van sleepboten met een tros verbonden en/of in combinatie met een duwboot, voldoende om goed te kunnen manoeuvreren en veilig aan het scheepvaartverkeer te kunnen deelnemen.
1 Bij een waterstand hoger dan of gelijk aan NAP –0,75 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP –0,75 m.
2 Bij een waterstand hoger dan of gelijk aan NAP –0,55 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP –0,55 m met dien verstande dat deze diepgang slechts is toegestaan voor schepen die vanaf de Westerschelde komen met als directe bestemming loswal ‘Kaai 85’ te Schore, alsmede voor schepen die vertrekken vanaf deze loswal met als directe bestemming Westerschelde.
3 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.
4 Bij waterstand Oosterschelde-zijde NAP –1,50 m of hoger.
5 Kielspeling 10% van de waterdiepte.
Tabel 11: Noord-Brabant/Limburg
Maasroute
1. Ternaaien – Beatrixhaven
137,50
14
3
2. Beatrixhaven – Stein
a) ≤ 110 m
110
12
3
b) > 110 m
137,50
11,50
3
3. Stein – Sluis Born
137,50
14
3
4. Sluis Born – Venlo, km 110,50
a) ≤ 137,50
137,50
15,50
3
b) > 137,50
193
13,50
31, 2
5. Venlo km 110,50 – Sluis Grave
a) ≤ 137,50
137,50
15,50
3,50
b) > 137,50
193
13,50
3,50
6. Sluis Grave – Brug Ravenstein (A50)
193
15,50
3,203
7. Brug Ravenstein (A50) – km 226
a) ≤ 137,50
137,50
15,50
4
b) > 137,50
193
13,50
44, 5
8. km 226 – km 250,90
193
17,50
4
9. km 64,50 – Julianakanaal
110
12
2,80
10. Sluis Linne – Sluis Roermond
193
13,50
3
11. Kanaal van Sint Andries
110
13,50
3,506
12. Sluis Andel
110
12,50
1,807
13. Heusdensch Kanaal – Afgedamde Maas
a) ≤ 137,50
137,50
15,50
2,60
b) >137,50
193
13,50
2,60
Brabantse en Midden-Limburgse kanalen ZWV en WHK
1. Oude sluis Panheel
95
7,25
2,10
2. Kanaal Wessem – Nederweert
a) km 0 – km 0,85
137,50
15,50
3
b) km 0,85 – km 2,20
95
9,60
2,50
c) km 2,20 – km 16,30 (sluis 15)
95
9,60
2,10
3. Zuid-Willemsvaart (ZWV)
a) Verbindingskanaal in het Bossche Veld
86
8,30
2,50
b) Belgische grens nabij Loozen tot met sluis 15
68
7,25
2,10
c) Sluis 15 – Randwegbrug
95
9,60
2,10
d) Randwegbrug – kruising omloop Helmond/ZWV
i. ≤ 68 m
68
7,25
1,90
ii. > 68 m
80
5,20
1,90
e) Kruising omloop Helmond/ZWV tot sluis 4
110
7,25
1,90
f) Sluis 4 – Maximakanaal
i. ≤ 105 m
105
9,60
3
ii. > 105 m
110
7,25
3
g) Maximakanaal
i. ≤ 105 m
105
9,60
3
ii. > 105 m
110
7,25
3
4. Wilhelminakanaal (WHK)
a) Kruising ZWV-WHK – Beatrixkanaal
110
7,25
1,90
b) Beatrixkanaal – Industriehaven Loven
63
7,25
1,90
c) Industriehaven Loven – Sluis II
63
7,25
2,10
d) Sluis II – Sluis I
90
9,60
2,70
e) Sluis I – Amer
135
11,50
3,308
f) Markkanaal
90
9,60
2,60
g) Oude Maasje (Bergsche Maas – Sluis Schipdiep)
95
11,50
2,50
1 Sluis Linne. Of zoveel minder dan de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP +16,95 m.
2 Sluis Roermond. Of zoveel minder dan de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP +14,20 m.
3 Sluis Grave. Maas tussen Grave (boven de sluis) en km 182 (brug A50) een maximale toegelaten diepgang van 3,20 m of zoveel meer dan de waterstand bij Grave-Beneden hoger is dan NAP +5,20 m.
4 Sluis Lith, zuidkolk. Bij een waterstand NAP +1 m of zoveel minder dan de buitenwaterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP +1 m.
5 Sluis Lith, noordkolk. Bij een waterstand van NAP of zoveel minder dan de buitenwaterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP of zoveel minder dan de waterstand in het boventoeleidingskanaal lager is dan NAP +4,50 m.
6 Bij een waterstand NAP +1 m of zoveel minder dan de waterstand bij sluis St. Andries v.w.b. de Maaszijde lager is dan NAP +1 m dan wel v.w.b. de Waalzijde lager is dan NAP +2 m.
7 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.
8 Bij een waterstand van NAP +0,70 m of zoveel minder als de waterstand minder is dan NAP +0,70 m.