Wet van 17 mei 1999 tot wijziging van de Huurprijzenwet woonruimte, de Wet op de huurcommissies en enkele andere wetten (introductie van een afzonderlijke huurcommissie-procedure ter bevordering van het opheffen van gebreken aan of tekortkomingen ten aanzien van de woonruimte, wijziging van de regeling met betrekking tot de aan de Staat verschuldigde vergoeding voor een advies of een uitspraak door de huurcommissie en wijziging van het toezicht op de huurcommissies)

Wijzigingswet Huurprijzenwet woonruimte enz. (introductie afzonderlijke huurcommissie-procedure, wijziging regeling m.b.t. aan de Staat verschuldigde vergoeding voor advies of uitspraak door huurcommissie en wijziging toezicht op de huurcommissies)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Huurprijzenwet woonruimte, de Wet op de huurcommissies en enkele andere wetten zodanig te wijzigen dat een verhuurder bij gebreken aan of tekortkomingen ten aanzien van de woonruimte via een aparte procedure bij de huurcommissie kan worden aangezet tot het opheffen daarvan, de regeling met betrekking tot de aan de Staat verschuldigde vergoeding voor een advies of een uitspraak door de huurcommissie te wijzigen, alsmede het toezicht op de huurcommissies anders in te richten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Huurprijzenwet woonruimte.

Artikel

II

Wijzigt de Wet op de huurcommissies.

Artikel

III

Wijzigt de Huisvestingswet.

Artikel

IV

Wijzigt de Huursubsidiewet.

Artikel

V

Artikel

VI

De tekst van de Huurprijzenwet woonruimte en de tekst van de Wet op de huurcommissies worden in het Staatsblad geplaatst. Voor de plaatsing in het Staatsblad worden deze teksten door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer overgebracht in de geldende spelling.

Artikel

VII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. W. Remkes
De Minister van Justitie, A. H. Korthals
De Minister van Justitie, A. H. Korthals