Wet van 27 mei 1999 tot partiële wijziging van het Wetboek van Strafvordering (herziening van het gerechtelijk vooronderzoek)

Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering (herziening van het gerechtelijk vooronderzoek)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de bepalingen inzake het gerechtelijk vooronderzoek en enige andere daarmee samenhangende onderwerpen in het Wetboek van Strafvordering te herzien;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.

Artikel

II

Wijzigt de Absintwet 1909.

Artikel

III

Wijzigt de Wet op sera- en vaccins.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing van ziekteoorzaken.

Artikel

V

Wijzigt de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Stb. 1952, 361).

Artikel

VI

Wijzigt de Oorlogswet voor Nederland (Stb. 1964, 337).

Artikel

VII

Wijzigt de Opiumwet.

Artikel

VIII

Wijzigt de Wet wapens en munitie.

Artikel

IX

Wijzigt deze wet.

Artikel

X

In strafzaken waarin ten tijde van de inwerkingtreding van deze wet reeds een gerechtelijk vooronderzoek is ingesteld of dit gerechtelijk vooronderzoek nog niet onherroepelijk is gesloten, blijven de op dat tijdstip vervallen bepalingen van toepassing op de wijze waarop het gerechtelijk vooronderzoek wordt verricht en gesloten.

Artikel

XI

Wijzigt deze wet.

Artikel

XII

Wijzigt deze wet.

Artikel

XIII

Wijzigt deze wet.

Artikel

XIV

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. Dit tijdstip kan voor de onderdelen van artikel I verschillend zijn.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, A. H. Korthals
De Minister van Justitie, A. H. Korthals