Met inachtneming van het gestelde in artikel 26 van het Algemeen luchthavenreglement, worden de volgende voorschriften vastgesteld:
-
1.
alvorens zich in het landingsterrein te begeven om voorbereidingen te treffen ten behoeve van het aanhaken of afwerpen van een reclamesleepnet, wordt door de betreffende functionaris van het reclamesleepbedrijf overleg gepleegd met de havendienst;
-
2.
het aanhaken en afwerpen van sleepnetten geschiedt op de door de exploitant aangegeven plaats binnen het landingsterrein;
-
3.
de reclamesleep wordt door het betrokken reclamesleepbedrijf zo kort mogelijk voor het oppikken uitgelegd en direct na het afwerpen uit het landingsterrein verwijderd;
-
4.
het betrokken reclamesleepbedrijf zorgt voor een duidelijke markering van de positie van de reclamesleep teneinde conflictsituaties met overig verkeer te voorkomen;
-
5.
het betreffende reclamesleepbedrijf mag zich uitsluitend met het benodigd, ter zake kundig personeel en maximaal één voertuig, voorzien van de vereiste markering, in het landingsterrein begeven om werkzaamheden te verrichten met betrekking tot het reclameslepen;
-
6.
het onder 5 bedoelde personeel en het voertuig bevinden zich bij het afwerpen van een reclamesleepnet ten minste 50 meter buiten de vliegbaan van het zweefvliegtuig;
-
7.
alvorens een reclamesleepnet wordt afgeworpen overtuigt de gezagvoerder zich ervan dat dit kan geschieden zonder personen in gevaar te brengen of eigendommen van derden te beschadigen; het afwerpen van een reclamesleepnet geschiedt op een zodanige wijze dat de gezagvoerder van het sleepvliegtuig te allen tijde in staat is het luchtvaartterreinverkeer in het circuit volkomen te overzien, alsmede de plaats waar het reclamesleepnet moet worden afgeworpen;
-
8.
schade aan personen of eigendommen van derden tengevolge van de reclame-sleepactiviteiten komen geheel ten laste van het betrokken reclamesleepbedrijf;
-
9.
tijdens parachutespringactiviteiten worden er geen reclamesleepnetten opgepikt.