Stimuleringsregeling breedtesport

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met de Minister van Grote Steden- en Integratiebeleid;

Besluit:

§

1

Algemeen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
breedtesport:

sportactiviteiten die op lokaal niveau plaatsvinden en die niet beroepsmatig of op topsportniveau worden beoefend;

b.
breedtesportproject:

een samenhangend geheel van activiteiten gericht op duurzame versterking van de breedtesport en op versterking van de lokale maatschappelijke en sociale infrastructuur;

c.
breedtesportproject:

een samenhangend geheel van activiteiten gericht op duurzame versterking van de breedtesport en op versterking van de lokale maatschappelijke en sociale infrastructuur;

d.
de minister:

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

e.
G25:

de gemeenten Almelo, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, 's Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo en Zwolle;

f.
breedtesportondersteuningsproject:

een samenhangend geheel van activiteiten gericht op duurzame versterking van de ondersteuning van gemeenten in een provincie op het gebied van de breedtesport.

§

2

Uitkering aan gemeenten

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Bij de beoordeling van de breedtesportprojectplannen wordt rekening gehouden met:

  • a.

    een evenwichtige spreiding van activiteiten over verschillende vormen van breedtesport;

  • b.

    een evenwichtige spreiding van activiteiten naar organisatiegraad waarin breedtesport wordt aangeboden;

  • c.

    een evenwichtige spreiding van breedtesportprojecten over het land, gerelateerd aan het aantal inwoners per provincie;

  • d.

    een evenwichtige spreiding van breedtesportprojecten naar grootte van gemeenten.

Artikel

5

Artikel

5a

Activiteiten van een breedtesportproject waarvoor een uitkering is verstrekt, kunnen met toestemming van de minister worden vervangen door andere activiteiten, indien:

  • a.

    het doel van de activiteit is bereikt, of

  • b.

    de activiteit onvoldoende succesvol is gebleken.

Artikel

6

Artikel

7

Indien een meerjarige uitkering is verleend, verstrekt de ontvangende gemeente de minister tussentijdse informatie door binnen dertien weken na afloop van ieder projectjaar waarover de uitkering is verleend een verslag in te dienen. Dit verslag geeft inzicht in het verloop van het project, in vergelijking met de voorgenomen activiteiten in het breedtesportprojectplan en geeft financiële informatie over de mate waarin de werkelijke kosten zich verhouden tot de begrote kosten.

Artikel

8

Artikel

9

§

3

Uitkering aan provincies

Artikel

9a

Artikel

9b

Een meerjarige uitkering voor een breedtesportondersteuningsproject wordt slechts verstrekt, indien het breedtesportondersteuningsproject:

  • a.

    is afgestemd op het landelijk beleid ter versterking van de breedtesportimpuls;

  • b.

    bevordert dat zoveel mogelijk gemeenten in de provincie breedtesportprojecten gaan uitvoeren of blijven uitvoeren;

  • c.

    ondersteuning biedt aan gemeenten in de provincie bij de opzet en uitvoering van breedtesportprojecten;

  • d.

    is afgestemd op vraag en aanbod aan ondersteuning van gemeenten in de provincie;

  • e.

    voorziet in een systematische en duurzame versterking van het provinciale beleid ter ondersteuning van de breedtesport dat is afgestemd op ander voor de breedtesport relevant provinciaal beleid;

  • f.

    ten minste drie jaar duurt en uiterlijk 1 januari 2005 start.

Artikel

9c

§

4

Slotbepalingen

Artikel

9e

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 oktober 1999 en vervalt met ingang van 1 januari 2005, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft ten aanzien van de uitkeringen of voorschotten die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M. Vliegenthart

Bijlage

1

behorende bij de Stimuleringsregeling breedtesport, artikel 2, derde lid

Bijlage

2

behorende bij de Stimuleringsregeling breedtesport, artikel 5, eerste lid

minder dan 10.000

n.v.t.

10.000 tot 25.000

3

€ 90.756

€ 45.378

4

€ 113.445

€ 45.378

5

€ 136.134

€ 45.378

6

€ 158.823

€ 45.378

25.000 tot 50.000

3

€ 181.512

€ 90.756

4

€ 226.890

€ 90.756

5

€ 272.268

€ 90.756

6

€ 317.646

€ 90.756

50.000 tot 100.000

3

€ 272.268

€ 136.134

4

€ 340.335

€ 136.134

5

€ 408.402

€ 136.134

6

€ 476.469

€ 136.134

100.000 tot 150.000

3

€ 363.024

€ 181.512

4

€ 453.780

€ 181.512

5

€ 544.536

€ 181.512

6

€ 635.292

€ 181.512

150.000 tot 200.000

3

€ 453.780

€ 226.890

4

€ 567.225

€ 226.890

5

€ 680.670

€ 226.890

6

€ 794.115

€ 226.890

meer dan 200.000

3

€ 680.670

€ 340.335

4

€ 850.838

€ 340.335

5

€ 1.021.005

€ 340.335

6

€ 1.191.173

€ 340.335

Bijlage

3

behorende bij de Stimuleringsregeling breedtesport, artikel 5, tweede lid

minder dan 10.000

3

€ 49.916

€ 22.689

4

€ 62.395

€ 22.689

5

€ 74.874

€ 22.689

6

€ 87.353

€ 22.689

10.000 tot 25.000

3

€ 99.832

€ 45.378

4

€ 124.790

€ 45.378

5

€ 149.748

€ 45.378

6

€ 174.705

€ 45.378

25.000 tot 50.000

3

€ 199.663

€ 90.756

4

€ 249.579

€ 90.756

5

€ 299.495

€ 90.756

6

€ 349.410

€ 90.756

50.000 tot 100.000

3

€ 299.495

€ 136.134

4

€ 374.369

€ 136.134

5

€ 449.242

€ 136.134

6

€ 524.116

€ 136.134

100.000 tot 150.000

3

€ 399.327

€ 181.512

4

€ 499.158

€ 181.512

5

€ 598.990

€ 181.512

6

€ 698.822

€ 181.512

150.000 tot 200.000

3

€ 499.158

€ 226.890

4

€ 623.948

€ 226.890

5

€ 748.737

€ 226.890

6

€ 873.527

€ 226.890

meer dan 200.000

3

€ 748.737

€ 340.335

4

€ 935.922

€ 340.335

5

€ 1.123.106

€ 340.335

6

€ 1.310.290

€ 340.335

Bijlage

4

behorende bij de Stimuleringsregeling breedtesport, artikel 9a, tweede lid