Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
sportactiviteiten die op lokaal niveau plaatsvinden en die niet beroepsmatig of op topsportniveau worden beoefend;
een samenhangend geheel van activiteiten gericht op duurzame versterking van de breedtesport en op versterking van de lokale maatschappelijke en sociale infrastructuur;
een samenhangend geheel van activiteiten gericht op duurzame versterking van de breedtesport en op versterking van de lokale maatschappelijke en sociale infrastructuur;
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
de gemeenten Almelo, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, 's Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo en Zwolle;
een samenhangend geheel van activiteiten gericht op duurzame versterking van de ondersteuning van gemeenten in een provincie op het gebied van de breedtesport.