Regeling eenmalige subsidies hoogniveaurenovatie

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt onder ’de minister’ verstaan: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Artikel

2

De minister kan op aanvraag van een gemeente een eenmalige subsidie vaststellen ter beëindiging van de verbintenissen jegens die gemeente die voortvloeien uit de Regeling geldelijke steun voorzieningen aan huurwoningen 1987.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Voor de toepassing van artikel 3 wordt de contante waarde berekend met een disconteringsrente van 5,75% per jaar, met dien verstande dat wordt uitgegaan van maanden van 30 dagen en van jaren van 360 dagen.

Artikel

6

De subsidievaststelling heeft tot gevolg dat:

  • a.

    een verbintenis van het Rijk jegens de subsidieontvanger uit hoofde van geldelijke steun die verleend is krachtens de Regeling geldelijke steun voorzieningen aan huurwoningen 1987 teniet gaat voorzover die betrekking heeft op bedragen als bedoeld in artikel 3, tweede lid;

  • b.

    aanspraken van het Rijk op de subsidieontvanger als gevolg van herziening van beschikkingen op grond van de Regeling geldelijke steun voorzieningen aan huurwoningen 1987 vervallen, en

  • c.

    aanspraken van de subsidieontvanger op het Rijk als gevolg van herziening van beschikkingen op grond van de Regeling geldelijke steun voorzieningen aan huurwoningen 1987 vervallen.

Artikel

7

De subsidieontvanger stelt de hoogte van een eenmalige subsidie ter beëindiging van zijn verbintenissen die voortvloeien uit de Regeling geldelijke steun voorzieningen aan huurwoningen 1987 vast overeenkomstig de artikelen 3 tot en met 5, met dien verstande dat de contante waarde berekend kan worden met een disconteringsrente van ten hoogste 6% per jaar.

Artikel

8

De minister kan de beschikking tot subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:

  • a.

    op grond van feiten of omstandigheden waarvan hij bij de subsidievaststelling niet op de hoogte was en redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager zou zijn vastgesteld, of

  • b.

    indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.

Artikel

9

Een aanvraag voor subsidie wordt uiterlijk op 1 maart 2000 bij de minister ingediend, met gebruikmaking van een door de minister daartoe beschikbaar gesteld formulier.

Artikel

10

De beschikking op de aanvraag wordt gegeven binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel

11

Artikel

12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eenmalige subsidies hoogniveaurenovatie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.W.Remkes