Wet van 22 december 1999 tot wijziging van de Mediawet in verband met nieuwe regels omtrent de financiering van de publieke omroep (afschaffing omroepbijdrage)

Wijzigingswet Mediawet (afschaffing omroepbijdrage)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regels te stellen omtrent de financiering van de publieke omroep en daartoe de Mediawet te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL

I

Wijzigt de Mediawet.

ARTIKEL

II

ARTIKEL

III

ARTIKEL

IV

Archiefbescheiden van de Dienst omroepbijdragen gaan met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet over naar Onze Minister van Financiën, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

ARTIKEL

V

ARTIKEL

VI

ARTIKEL

VII

Degene aan wie overeenkomstig artikel 118, derde tot en met vijfde lid, van de Mediawet, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, de mogelijkheid is geboden de omroepbijdrage A in twee dan wel vier termijnen te voldoen, behoeft termijnbetalingen die uitsluitend betrekking hebben op perioden die aanvangen na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, niet te voldoen.

ARTIKEL

VIII

Wijzigt de Mediawet.

ARTIKEL

IX

ARTIKEL

X

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, waarbij terugwerkende kracht kan worden verleend tot en met een daarbij te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, F. van der Ploeg
De Minister van Financiën, G. Zalm
De Minister van Justitie, A. H. Korthals